maandag 22 februari 2010

Basaalcelcarcinoom

De camper staat voor de deur, Marijke heeft hem alweer compleet ingericht en ik ben mijn verantwoordelijkheid voor de buitenkant nog niet helemaal nagekomen. Morgenvroeg moeten we nog even laten kijken naar de afsluitdop van de watertank, dat stomme ding doet niet meer wat zijn benaming wel van 'm verwacht: afsluiten. Maar daarna kunnen we op pad, de route tot Zuid-Frankrijk is uitgestippeld (Reisdorf, Langres, Blaceret, Avignon, Narbonne). We verheugen ons erop en hebben afgesproken dat daar waar het weer prima is blijven we een paar dagen staan, maar we blijven op zoek naar de lente, desnoods tot Zuid-Spanje!

Vanmorgen eerst nog een kleine ingreep gehad in het ziekenhuis van Venray. Ik had een zogenaamd basaalcelcarcinoom en dat moest verwijderd worden. Dat is een vorm van huidkanker en bij mij was dat zichtbaar geworden als een rood vulkaantje op mijn rechter kuit. Stelde niet zoveel voor, ik hoefde alleen de rechter broekspijp op te rollen en op m’n buik op de operatietafel te gaan liggen. Verder had ik me een half uurtje leidzaam overgegeven aan drie zorgzame vrouwen, Marijke mocht ondanks tegensputteren niet mee. De dermatologe en operatie-assistente waren in een geanimeerd gesprek met elkaar gewikkeld, de ene was pas verhuisd en de andere was een verbouwing aan het plannen. De derde vriendelijke dame moest blijkbaar de communicatie met de patiënt (mij dus) verzorgen en zat aan het hoofdeinde. “ Ik zal voor u uittekenen wat er precies gaat gebeuren en als u pijn voelt moet u dat aangeven!”. Ze begon te schetsen en verontrust vroeg ik “zo groot . . !”. “Ja hoor, we hanteren een royale marge om het plekje om zeker te zijn dat we alles weghalen!”. Nou ja, wat maakt het uit, het doet geen pijn, ik heb stevige poten en zij zullen wel weten hoe ze dat varkentje moeten wassen. Achter mijn rug bespraken de twee vrouwen terwijl ze met mij bezig waren hoe je een grondige verbouwing aanpakt. Vraagt een van de twee:”Wat bent u van beroep?”. “Ik ben al vier jaar met pensioen, en van verbouwen heb ik geen verstand!”. Intussen voel ik aan m’n kuit dat ze al met het sloopwerk zijn begonnen. Onder het aanbrengen van de hechtingen: “Op 8 maart moet u terugkomen voor de uitslag en het verwijderen van de hechtingen”. “Dat dacht ik niet, want morgen gaan we voor ’n maand weg met de camper. Die dingen laat ik er wel in Frankrijk uit halen en voor de uitslag wil ik wel bellen”. Blijkbaar overval ik de drie dames want het wordt even aangenaam stil in het kippenhok. “Maak jij voor meneer een telefonisch consult en ja hoor, u kunt de hechtingen door een arts laten verwijderen, waar u ook bent”. Dat was ze ook geraden, stap twee van mijn zorgvuldig doordacht aanvalsplan gaat gelukkig niet door, het is geregeld.

Maar ter lering ende vermaak toch nog wat informatie over basaalcelcarcinoom, en het heeft nu eens niks te maken met kogelslingeren. Het basaalcelcarcinoom is de meest voorkomende soort kanker bij de mens. Het ontstaat meestal op veelvuldig aan de zon blootgestelde delen van de huid. Basaalcelcarcinoom zaait (vrijwel) nooit uit en is derhalve zelden levensbedreigend.

Er zijn verschillende soorten basaalcelcarcinoom, variërend van een onschuldig eczeemplekje tot wat grotere exemplaren met een lelijk kratertje in het midden. Mensen met een licht huidtype lopen het grootste risico bij overmatig blootstellen aan zonlicht basaalcelcarcinomen te ontwikkelen.
Het is goed te behandelen met diverse methoden:
- Chirurgie, dit is de 'gouden standaard' behandeling. Groot voordeel is dat de verwijderde tumor kan worden onderzocht door de patholoog, zodat bekend is of de tumor geheel verwijderd is. Bij mij hebben ze een zgn. ovaalvormige excisie gedaan. Het basaalcelcarcinoom wordt verwijderd onder lokale verdoving. Om de huid na het verwijderen van de tumor weer goed te kunnen sluiten wordt de tumor met een ovaalvormig stukje huid verwijderd. Er wordt altijd enkele millimeters marge genomen om er zeker van te zijn dat de tumor geheel verwijderd wordt. De randen van de operatiewond worden vervolgens naar elkaar toe gebracht en gehecht.
- Andere methoden zijn bestraling, curretage (wegschrapen), bevriezing, fotodynamische therapie of behandelen met Imiquimod crème.

Die laatste behandeling had ik afgelopen zomer niet erg succesvol ondergaan. Gedurende 6 weken moest ik 5 keer per week die Imiquimod crème smeren. Helaas bleek daarna met een punctie dat er nog kankercelletjes op mijn been zaten. Dus moest er alsnog operatief ingegrepen worden. Het feit dat zich bij mij een basaalcelcarcinoom heeft ontwikkeld is toch wel een teken dat de huid al veel zonneschade heeft opgelopen. Ik heb never nooit gesmeerd met zonnebrandcrème, dat zullen we dus nu maar gaan veranderen. Vanaf nu een goede zonnebrandcrème, beschermende kleding (petje niet vergeten!) en vermijden van de felle zon op de heetste momenten van de dag (in de zomer tussen 11:00 en 16:00 uur).

Dat geldt trouwens ook voor jou, zo’n ingreep stelt niks voor maar voorkomen is beter dan . . . goed zo!

maandag 15 februari 2010

NK-Indoor Masters

Gisteren meegedaan met het NK-Indoor voor Masters. Voor mij de eerste keer dat ik ingeschreven heb voor dit evenement, want indoor is niet zo direct mijn ding. Mijn voorkeur gaat toch wel uit naar bezig zijn in de buitenlucht, en dan het liefst een volledige werpvijfkamp. Maar ik had wat verhalen gehoord over het nieuwe Omnicentrum in Apeldoorn, dus dat wilde ik met Marijke wel eens met eigen ogen aanschouwen. We waren op tijd vertrokken want het sneeuwde weer eens, de A73 was maar op één baan vrij van sneeuw. Gelukkig verbeterde het na Nijmegen en toch nog ruimschoots op tijd waren we bij het imposante Omnicentrum. Echt geweldig, een gigantisch grote hal met een unieke atletiekaccomodatie, dat maakt echt indruk.

Behalve het “gebouw” was het toch ook leuk om allemaal die vertrouwde gezichten terug te zien, zo’n eerste wedstrijd is altijd weer een feest van herkenning. Dus eerst bijkletsen bij een kop koffie en m’n startkaartje inleveren voor kogelstoten mannen 60+. De afgelopen weken nog ’n paar keer getraind op kogel met Wim Coenen. Wel niet onder ideale omstandigheden, continu bij temperaturen onder nul, én steeds vooraf sneeuw ruimen in de kogelring. Maar goed gewapend met dankbare correcties in mijn techniek stapte ik de wedstrijd in. Er kwam uiteindelijk 12.59 meter uit, mijn beste prestatie buiten in 2009 was 12.55 meter! Dat betekent dat Wim de goeie snaar geraakt heeft, bedankt! Frans de Laat won de wedstrijd met 13.31 meter, ik werd tweede en de derde lag daar ongeveer weer een meter achter. Het was een erg gezellige wedstrijd, met een perfecte jurering. Geen kritiek? Jawel hoor, die harde jengelmuziek mag voor mij een stuk minder en het was veel te warm in de hal. Oh ja, nog wat, er ligt beneden een schitterende instootaccommodatie die niet gebruikt mocht worden! Daar snap ik dus werkelijk geen reet van.

In totaal namen zo’n 45 werp(st)ers deel en we hebben wat filmpjes gemaakt van o.a. Leonie Berden (V35-11.41m), Helene Duijf-Merkx (V50-7.27m) en natuurlijk Peter Holthuijsen (2e plaats M40-13.09m). Zoek ze maar 'ns op YouTube.

Thuisgekomen wilde ik de uitslagen doorgeven aan Swift, maar . . . . blij verrast stond er al een stukje op de website! Dat hebben we bij Scopias nog nooit meegemaakt.

Hieronder nog een filmpje wat Marijke van mij gemaakt heeft.

zaterdag 13 februari 2010

Schoolsport . . . ? ?

Kinderen moeten meer bewegen, maar hoe krijgen we die oogjes losgeweekt van Kidnet, die te dikke vingertjes weg van die kleine knopjes op de Gameboy. Kinderen moeten gezonder eten, weg met McDrek, die mierzoete drankjes moeten de koelkast uit. Kinderen moeten gevrijwaard worden van Q-koorts, Mexicaanse griep, na elk contact de handjes wassen met wat de pharmaceutische industrie ons voorschrijft en minimaal één keer per dag onder de douche. De regering stelt miljoenen beschikbaar om onze kindertjes weer in optimale conditie te krijgen, Erica Terpstra kraait “machtige” spreuken maar kan fysiek toch ook weer niet verbloemen waar slechte leefgewoonten toe kunnen leiden. En als ik ver terugdenk in de tijd, was dat vroeger eigenlijk veel slechter? En waar komt die motivatie toch vandaan dat ik nog steeds fanatiek met slingerkogels, discus en speer in de weer ben?

Er was eens een lagere school waar ik van 1953 tot 1959 naartoe ging, om precies te zijn de Aloysiusschool van meester Simons in de Blerickse Lambertusparochie. Hoe verliep zo’n alledaagse schooldag, duik eens terug in je geheugen. s’Morgens om acht uur opstaan, handje water in het gezicht, aankleden en aanschuiven aan de ontbijttafel. Mam had naast de gesmeerde bruine boterham met kaas een glas warme melk staan. Daarna zo snel mogelijk naar school, Johan Maat aanroepen van de overkant en dan rennen wie het eerste daar was. De Leeuwerikstraat af, links af door de Kleine Parallelstraat en dan alsmaar rechtdoor. Halverwege bij bakker Nelissen even stoppen, want daar rook het altijd zo lekker. Op het schoolplein was het al één gekrioel van kinderen die tikkertje of doorstekertje waren aan het doen. De grotere jongens deden “metske steken”, een heel onschuldig spelletje land veroveren op een stukje zand van 50*50 centimeter. Iets grover ging het toe met “moorboek”. Dat ging met twee teams, van het eerste team stond iemand met de rug tegen de muur met de handen gevouwen voor z’n kruis. De volgende stond gebukt met zijn hoofdje in die gevouwen handen, daarachter eentje met zijn hoofd tegen de billen van z’n voorganger. Aldus werd een rij gevormd van zo’n zeven gebukte jongetjes. Het tweede team rende één voor één aan en moest op de ruggetjes springen en blijven liggen totdat de hele groep hem gevolgd was. Als je eraf viel of met je hoofd tegen de muur vloog was je af en werd er gewisseld.

De bel gaat en iedereen rent naar zijn vaste plek in de dubbele rij van zijn eigen juffrouw of meester. De klas begon, en ik ben juffrouw Berden, meester Versleijen cum suis nog steeds dankbaar dat ik netjes kan schrijven en nog steeds perfect kan hoofdrekenen. Een keer per week hadden we gymnastiek, s’morgens had ik alvast een sportbroekje over de onderbroek gedaan, en daarover heen de gewone broek. Als de gymles begint, netjes in de rij naar “Ons Huis”, de noodkerk van na de oorlog die nu dienst deed als gemeenschapshuis, bioscoop en sportzaal. Meneer Hanssen zwaaide er de scepter, had de deur al opengemaakt en de klas stormde de grote zaal in. Langs de kant stonden van die lage banken, waar we ons konden omkleden. Nou ja, omkleden, gewoon alles uitdoen behalve onderhemd en sportbroekje. Sommigen droegen van die gebreide borstrokjes met een veiligheidsspeld waaraan zo'n kleine blauwe Maria-medaille bengelde! Op de blote voetjes werden op fluitcommando van de meester rondjes gerend, afgewisseld met allerlei inmiddels achterhaalde loopoefeningen. De achterste moest bijvoorbeeld kris-kras slingerend naar voren lopen, of er moest tussen de beentjes van de voorganger worden door gekropen. Als we ons allemaal goed in het zweet hadden gerend, en onze voetjes en knietjes smerig en plakkerig genoeg waren van de boenwas en het vuil van de grove houten vloer begonnen de grondoefeningen. Iedereen keek altijd uit naar het laatste kwartier, het spelke, meestal was dat zitvoetbal. Dat ging niet zo snel, en daarmee kon de meester waarschijnlijk het beste de boel overzien en onder controle houden, meneer Hanssen kon instemmend gadeslaan dat zo’n 40 sportbroekjes zijn vieze smerige vloer heel fanatiek opboenden. Twee gekantelde banken vormden de twee doelen, dus de bal moest zo laag mogelijk blijven en het kwam er altijd op neer dat wie de laatste goal maakte, ook gewonnen had. Niet zelden werd het spelletje onderbroken omdat er bij iemand een splinter moest worden verwijderd. Na afloop niks douchen, niks plastic flesje om te drinken, niks daarvan, er kwam geen druppel water aan te pas, gewoon weer aankleden en met alles aan je bezwete lijfje vastplakkend weer teruglopen naar school.

Na school weer in de looppas naar huis, er stond niet één moeder of opa buiten de poort ons op te wachten, nee gewoon in je uppie linea recta naar huis. Daar lag een lekkere boterham op een plankje te wachten naast een glas melk. Vlug de oude kleren aantrekken, een zure appel op de vuist en naar buiten om te spelen. Tegen de tijd dat de avond inviel, werden we één voor één naar binnen geroepen, het lekkere avondeten stond te dampen op tafel. Dat was altijd een van de gezelligste momenten van de dag, het hele gezin rond de tafel, onze pap was ook thuis en vertelde welke onoverkomelijke problemen hij die dag weer op z’n werk had opgelost. Ons mam genoot zichtbaar van dit moment, ze straalde en bleef iedereen opscheppen totdat de handjes op de buik aangaven dat het genoeg was. “Lekker gegeten mam”, pap kreeg zijn koffie aangereikt en nestelde zich naast de kachel, de kinderen moesten naar boven om de pyjama aan te doen, mam deed de afwas en de kamer zag er in no-time gezellig uit als we weer beneden kwamen. Mam kroop welverdiend in het hoekje op de canapé en ik dook meteen naast haar. Mijn smerige voetjes opgetrokken op de bank, lekker warm tegen mam aankruipen. Ze slaat een arm om me heen, meer kunnen twee mensen niet van elkaar houden. Maar geluk duurt meestal niet lang, wel gelukkig dat als ik eraan terugdenk dat gevoel steeds weer wordt herbeleefd.

Zaterdag was wasdag, in de keuken werd dan de cocosmat opgerold, een schone dweil op het zeil gedrapeerd en de zinken emmer met dampend heet water werd neergezet. Een voor een kwamen we aan de beurt en flink afgesopt in elk hoekje en gaatje. Bij het afdrogen zag ik heel trots een verdacht laagje op het nu grijsblauwe water drijven. Meneer Hanssen had het laagje zo kunnen afschuimen en kunnen hergebruiken voor zijn smerige houten vloer. Na afloop een schone pyjama aan en vuurrood zitten nagloeien op de canapé. De oogjes vallen dicht, het hartje slaapt al, “kom op jongens, tijd voor naar bed” en vijf minuten later was ik in droomland: “als ik later groot ben, dan trouw ik met ons mam”.

Nu, dik vijftig jaar later, moet ik toegeven dat die persoonlijke hygiëne wel enigszins verbeterd is! Maar wat betreft dat meer bewegen, dat gezonder eten, meer in de buitenlucht en dat anders opvoeden?

Mam, u bent er niet meer, maar hartstikke bedankt, u hebt het perfect gedaan, Erica en Jan-Peter kunnen nog wat van u leren”.

maandag 1 februari 2010

Jeugbal en Sniëjebel . . .

Sôms huur ik ôch dinke: “Iets klop d’r beej dae vent neet. Hae kin gen onderwerp aansniëje of ut dreijt oët op kogelslingere of zoëwe iets. Maar ja, hae is natuurlik gebônde aan d’n titel Weightpentathlon, en idderein dae dink det ut iets te make haet met Weitpantalon, dae haet de gooije bôks aan”.
Ik kan d’r niks aan doon, maar alles wat “ik dink det ik weit” mak mich tot eine fantas, en mien pantalon kan noëits weit genôg zien. Zeg altiëd taege Marijke, un bôks môt neet knelle op de boëkspiere en kan mich neet dun genôg zien. De wind môt d’r van beits kante good door kinne. Neet van die harde stiëve zjiëns, maar zôn lekker dun linne bukske det los flôddert um dien bein.

Want flôddere dao hald ik van, en ik waas dan auk hiel bliëj wie mien schoëndochter vroog: “Heb ge genne zin um met te gaon naor de jeugbal?”. Oma hat wat twiëfels maar ik neet! D’r is niks gezelliger dan met un glaas beer in de hand naor schetterende vastelaoves-bloasmuziek te luustere in unne volle zaal met verkleide minse. Keihard meizinge, ein bietje op en neer wiebele, veur de res wat kwats verkaupe en dan die verkleide kinder, die nog aan sjips genôg hebbe um zich te amuzere. Natuurlik waas ôs Lynn, verkleid as Spaanse señorita, ut allermoëiste maedje van gans Bliërick. En verdomp, as of d’n duüvel d’r met speult, unne vrind van miene zoon sprook mich aan: “Dôt geej nog altiëd aan atletiek?”. Dus neet eimere, ik waas d’r neet zellef euver begônne, maar ut dreijde toch weer hiel efkes oët op slingere. Ut waas unne geweldige middaag, de Wortelepin verdeent unne viëfdöbbele Weitpantalon en Kelly bedank desse ôs gevraog haes.

Saoves wie ik kepot op de bank loog woord ik gebeld: “Jan, is er morgenvroeg trainen?” en effe later auk nog ein meeltje “ben je morgenvroeg in Remunj?”. Marijke goof mich unne blik van “dae is morgevruug weer neet te halde”, en die dieke sniëjelaog die smôrges piën aan mien auge deej al aevemin. Maar iërlik gezag sputterde waal miene auto wat taege wie hae de waeg op slidderde, maar ja, belaof is belaof. Op de Napoleonsbaan waas ut ech geneete van dae verse sniëje op de buim, die witte daake en dae rotzooi op de waeg. Bliëkbaar dörve ze neet miër te zegge det ut zalt op is, maar gestruijd waas d’r toch ech neet. Op de A73 richting Remunj waas allein de rechter baan vreej. Maar det waas auk miër as zat, gen kiep op de waeg. En wat oëtdagender waas, naormate ik dichterbeej sportpark de Wijher kwaam, woord de sniëjelaog dieker.

Ik bleek d’n iërste dae die sniëjewitte parkiërplaats verroepzakte met ziene wage. Ut geveul bekroop mich van: “Nouw alde, ze laote dich weer allein aankraoze . . . “. Vuul hat ut auk neet geschaeld, want wie ik d’n twiëjede ringk vreej had van ein 20cm-dieke sniëjelaog schravelde Jeroen met zien fietske ut park op. En toen hebbe we saame kinne geneete van weer ein unieke training.

Wies aan de inkels plooge door de sniëje, keugel verborge zich onder die witte laog en kogelslingere leek waal sniëjebel goëije.

Kiëk auk maar us naor ut fillemke:

zaterdag 30 januari 2010

Het was een rare week, toch . . ?

Precies een week geleden stond de teller voor wat betreft het aantal slachtoffers in Haïti op 111.500. Een ramp van onvoorstelbare omvang, deze ramp tart elke vergelijking, 5000 keer meer doden als de vuurwerkramp van Enschede, 40 keer meer doden dan bij de ramp met de Twin-Towers! Maar na die inzamelings-actie giro 555 is het toch wel opvallend stil geworden buiten Haïti. Weet jij hoe het er nu voor staat? Ik niet!Voorlopig pijnigen de meest afschuwelijke beelden nog steeds mijn netvlies, misschien ben ik gezien m’n leeftijd wat trager geworden in het verwerkingsproces. Overweldigend amateuristisch hoe de internationale hulpverlening zich over die ene landingsbaan het land probeerde in te persen. Haast gênant hoe regeringen stonden te trappelen om Haïti in de armen te sluiten, na ze decennia lang compleet te hebben genegeerd. Schaamteloos hoe dat leger journalisten op de meest scorende puinhopen op zoek ging naar het best scorende menselijke drama. Kleurrijk gevarieerde hulpacties werden op touw gezet, artiesten en bedrijfsleven kwamen irritant “belangeloos” in beeld. Een zevenjarig meisje blijkt ineens geheel zelfstandig koekjes te kunnen bakken, die helemaal in haar eentje te gaan verkopen en de opbrengst zelf te kanaliseren bij de inzamelingsactie! Wie twijfelt nog aan de toekomst van Nederland, dat is die door JP gesuggereerde VOC-mentaliteit, toch . . ??

Een minister van ontwikkelingssamenwerking, die het armste land van de wereld niet interessant genoeg vond voor zijn portefeuille, verdubbelde “royaal” alle spontane donaties uit onze belastingpot. Hoe kwalificeerde Marijnissen hem ook alweer, oh ja, flapdrol. De corrupte regering van Haïti was dagenlang nergens te bekennen, mochten daarom die adoptiekindjes versneld het land uit? Haïtianen die erop los plunderden, en die doodbloedende man op straat, in de rug geschoten door een politieagent, omdat hij een zak rijst gestolen had. De broodnodige feitelijke informatie zal nooit meer tot mij komen om overal ook maar een begin van een mening over te vormen, de verwarrend elkaar beconcurrerende rapportages voorkwamen een objectief beeld op te bouwen. Afgelopen maandag werden “onzeUSAR-mannen en vrouwen nog even bij Pauw & Witteman kritisch aan de tand gevoeld waarom ze het niet anders, langer, eerder en dus beter hadden gedaan? Volgende keer moeten ze arrogante betweter Jeroen Pauw de leiding geven over zo’n team, succes verzekerd, toch . . . ?

Terwijl die arme mensen in Haïti buiten onder een tentdoekje in de schaduw zitten te niksen, kreunen wij hier nog steeds onder de gevolgen van de opwarming van de aarde. Hoe lang is het geleden dat we zo’n koude winter hebben gehad, vanmorgen heb ik nog in opdracht van die eerder genoemde JP sneeuw geruimd bij de buren en bij onszelf. Overigens was dat tevens de warming-up voor mijn krachttraining. Het wordt hoog tijd om wat minder gewicht aan de stang te hangen en die frequentie wat op te voeren. Want het gaat weer bijna gebeuren, het winterwerpen voor 6 februari in Eindhoven is volgeboekt, de slingeraars hebben er zin in! Een paar weken waren de sportparken in Venlo en Roermond hermetisch afgesloten voor alle sporters vanwege de aanhoudende sneeuw en vorst. Gelukkig dat ik onder dergelijke omstandigheden over m’n eigen accommodatie kan beschikken bij Scheuten Glas. De schop en de harde bezem achterin en gaan met die banaan, heerlijk wat heb ik genoten in m’n eentje. Afgelopen donderdag privé-training gehad in Roermond van Wim(ke) Coenen. Klasse die vent, en goeie aanwijzingen dat hij geeft! Het vroor en ik zei tegen hem:”als het te koud is, ga je maar even naar binnen”. Hij keek me vanaf 2.10 meter aan en gromde:”maar ik sta hier ook voor m’n eigen lol!”. Neem even een kleine pauze en denk daar eens even over na wat hij daarmee zegt, dat moet toch gewoon een goeie trainer zijn.

Ja ja, er ligt weer nieuwe sneeuw, het vriest een paar graden maar morgenvroeg ga ik toch naar Roermond, ben benieuwd wie er is? Waarschijnlijk ben ik wel weer alleen, maar ja,

beloofd is beloofd, toch . . . ?

maandag 25 januari 2010

Gewichtwerpen, een buitenbeentje in de atletiek

Iedereen kent wel de drie meest beoefende werpnummers van de atletiek: kogelstoten, discuswerpen en speerwerpen. Echter er zijn toch echt nog twee werponderdelen, kogelslingeren en gewichtwerpen, deze machtige disciplines zijn veelal onbekend en daardoor ook wel onbemind. Temeer ook omdat ze onterecht als zeer gevaarlijk worden bestempeld en daarom vaak tijdens wedstrijden naar een voorprogramma of bijveld worden verbannen.

Verschrikkelijk jammer, want het zijn zeker wel spectaculaire nummers die veel (kijk-)plezier kunnen bezorgen. Laten we het eens kort hebben over gewichtwerpen. In het verleden hebben veel sporten en onderdelen op het Olympische programma gestaan die nu die status niet meer hebben. Een van die klassieke onderdelen, gewichtwerpen, stond van 1904-1920 op het Olympische programma.

Gewichtwerpen is een atletiekonderdeel dat sterk verwant is aan het kogelslingeren. De deelnemers moesten indertijd een metalen kogel van 56 pond, zo’n 25,4 kilo, zo ver mogelijk werpen. Aan de kogel zat een metalen handvat. Gewichtwerpen komt oorspronkelijk van de Schotse Highland Games, waar naast gewichtwerpen ook nog steeds kogelslingeren (hammer throwing) en boomstamwerpen (caber toss) op het programma staan. Naast Schotland was het onderdeel met name in Amerika erg populair, waarschijnlijk meegenomen door de immigranten.

Het is dan ook niet vreemd dat gewichtwerpen zijn Olympisch debuut maakte op de Spelen van St. Louis in 1904. Vijf Amerikanen en een Canadees streden destijds om de titel. Onder hen de winnaar van het kogelstoten, Ralph Rose en de kampioen bij het kogelslingeren, John Flanagan. Die laatste had twee maanden eerder nog het wereldrecord verbroken, zij het in de variant met aanloop. Dat was in St.Louis uit den boze, de werpers moesten binnen de cirkel blijven. De enige Canadees, politieagent Étienne Desmarteau was de beste. Met zijn eerste worp haalde hij 10,46 meter, zo'n 30 centimeter verder dan John Flanagan.
In Antwerpen, zestien jaar later, stond gewichtwerpen voor het laatst op het programma. Ook nu was er weer een Canadees van de partij, maar die moest de eer nu laten aan de Ieren, want de drie favorieten waren alle drie geboren op The Emerald Isle. Eveneens hadden ze alle drie al een Olympische titel op zak. Paddy Ryan had enkele dagen voor de wedstrijd in Antwerpen het kogelstoten gewonnen. Pat McDonald was in 1912 de beste kogelstoter, en Matt McGrath won in Stockholm het kogelslingeren. Gezamenlijk stond het drietal bekend als de "Irish Whales". Matt McGrath was de topfavoriet, maar moest afhaken met een knieblessure, opgelopen bij het kogelslingeren. De strijd tussen Pat McDonald en Paddy Ryan werd met een worp van 11,265 meter in het voordeel van Pat McDonald beslecht. Ter vergelijking, het huidige wereldrecord gewichtwerpen met 25,4 kg is sinds de 90er jaren in handen van de Amerikaan Lance Deal met 25.86m.

Sinds 1974 vormt gewichtwerpen een van de disciplines van de werpvijfkamp, een exclusief onderdeel voor Masters! Ook tijdens EK’s en WK’s voor Masters staat gewichtwerpen als individueel onderdeel in het programma. Ook bij de nationale kampioenschappen staat gewichtwerpen bij vele landen op de agenda, maar helaas niet in Nederland. De Atletiekunie erkent weliswaar nederlandse records (zie tabel links) maar negeert het buitenbeentje gewichtwerpen nog steeds bij het NK! Geleidelijk zijn de regels ook wat duidelijker aangescherpt. De veldomstandigheden zijn identiek aan kogelslingeren, de werpring heeft ook een diameter van 2,13m (7 voet). Voor de maten en gewichten van het werptuig zie de tabel, helemaal bovenaan.

zaterdag 16 januari 2010

De Scopias Prestatieprijzen 2009 en ik

Sorry dat IK er toch weer wat over schrijf! Maar IK ben niet begonnen, en IK moet het toch even kwijt! Want groot was mijn verbazing toen IK door de voorzitter van Scopias werd uitgenodigd voor de Nieuwjaarsreceptie, IK was namelijk genomineerd voor ’n jaarprijs! Maar IK was toch al sinds 1 december overgeschreven naar Swift Roermond, en had IK uit ergernis al sinds september niet meer getraind bij Scopias? IK stond perplex! Lang overleg voeren met Marijke is dan niet nodig, IK ben niet vies van nominaties en prestatieprijzen, maar er zijn grenzen, en hier snapte IK werkelijk niks van. Dus heb IK me netjes afgemeld in een e-mail naar de voorzitter met onderstaande tekst: “Aangezien ik geen lid meer ben van Scopias, lijkt het me niet gepast zaterdagmiddag aanwezig te zijn. Ik heb weliswaar in 2009 mijn stinkende best gedaan om samen met de hele werpersgroep masters voor Scopias goed te presteren, maar ik heb daarbij zeker niet gedacht aan deze vorm van erkenning of ondersteuning. In ons streven naar een continu groeiend steunpunt voor werpers in Venlo hebben we geijverd voor optimalere inzet van alle bestaande faciliteiten en potentiële ondersteuning om deze doelstelling te bereiken. Helaas is dit niet gelukt, maar desondanks ben ik blij dat we een vervelende periode hebben afgesloten met twee open gesprekken en een positieve blik op de toekomst. Mocht “het-plaatje-al-op-de-beker” staan zou ik je willen vragen te overwegen die beker voor één jaar op de kast van Jan en Heidi Valize te laten schitteren. Als dank voor de geweldige steun die wij als werpersgroep van deze twee mensen hebben ervaren. Met Jan en Heidi hebben we de twee zitbanken bij de werpkooien gerealiseerd. Jan heeft als materialenman mede gezorgd voor de trainings-werpgewichten, heeft samen met mij de eerste gesprekken met de Gemeente gevoerd voor die extra werpkooi. Die gingen toen nog puur over veiligheid, verbeterd onderhoud en het verder stimuleren van de werpnummers, en zo hoort het. Jan heeft alle werpsectoren gekenmerkt met plukjes wit kunstgras en zat boordevol ideeën met het zelf maken van meetapparatuur van het werptuig etc.. Last but not least hebben ze de werpwedstrijd in september gered door samen ongevraagd de gaten in de organisatie op te vullen. Groot respect, veel dank!”

s’Avonds na de nieuwjaarsreceptie belde Jan Valize me een beetje opgewonden op, ik had niet één, maar twee prestatieprijzen toebedeeld gekregen! Deze jaarprestatieprijzen worden berekend door de geleverde prestaties in 2009 procentueel te vergelijken met de Nederlandse records die voor de betreffende onderdelen in de recordboeken van de Atletiekunie zijn opgenomen. Dat werd me nog eens medegedeeld door de technisch coördinator in een mini-e-mailtje dat begint met “Jan, “ en eindigt met “Naam. “, met daartussen slechts een korte zakelijk technische uitleg. Maar Marijke had me al plaatsvervangend voor “iedereen” gefeliciteerd, en dan wilde ik graag afsluiten met die twee trofeeën:
Masters-trofee
1. Jan Titulaer (M60) Werpvijfkamp 3959 pnt 98.4%
2. Marco Gielen (M35) 10000 m 29.51.21 95.5%
3. Nico Verstraten (M55) 3000 mS 12.16.99 93.7%
Sijbers Wisseltrofee
Deze trofee wordt uitgereikt aan de atleet die op enig onderdeel het Nederlands Record het dichtst benadert
1. Jan Titulaer (M60) Werpvijfkamp 3959 pnt 98.4%
2. Marco Gielen (M35) 10000 m 29.51.21 95.5%
3. Wouter Schuwer 400 mH 53.62 95.2%
Nou nou, als IK zie wie IK achter me gelaten heb, dan streelt dat toch wel mijn ego. Maar wees gerust, IK ga niet door de knieën, Jan Valize geeft die Sijbers-trofee een mooi plekje in zijn materialenhok en die Masters-trofee is voor degene die officieel zijn eerste PR verbeterd, straks in die nieuwe werpkooi! Nu zal IK er over ophouden, maar weet dat WIJ het samen hebben gedaan, gepresteerd, geweigerd en verdiend!

woensdag 13 januari 2010

Er moeten koppen rollen

De kop klinkt een beetje eng, maar het is niet anders. Vanmorgen had ik zo’n dwingend gevoel dat ik moest gaan gewichtwerpen, voor de onwetenden onder ons is dat zo’n dikke kogel van 9,08kg met een paar schakels eraan, totaal ongeveer 45 cm lang, zover mogelijk wegsodemieteren. Over vier weken is in Eindhoven alweer de eerste wedstrijd, en dan wil je beslagen ten ijs komen! Buiten is het guur en nog steeds een paar graden onder nul, de sneeuwlaag zakt wel al een beetje in als verschaald bier, de grasprietjes priemen erdoor maar wit is het wel nog.

Onder het schoonvegen van een stukje weg bij Scheuten Glas loopt me het zweet al over de rug, en in m’n kop wil het maar niet rustig worden. Gisteravond nog wat voor Lampis gedaan, we hadden “redaktievergadering” gehad, en dat brengt dan altijd werk met zich mee, maar dat is gewoon leuk. Het loopt als een spoortrein, al meer als 150 werp(st)ers hebben zich gemeld op de website en maken driftig gebruik van ons werpersplatform om zich voor te bereiden op een nog beter seizoen. Voor het slapen gaan een laatste borrel en nog effe kijken naar Pauw en Witteman. Het Irak-rapport is gisteren uitgebracht door de commissie Davids, dus zitten daar parlementair verslaggever Frits Wester, GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema en oud-minister van Defensie Frank de Grave op het puntje van hun stoel. Want er moeten koppen gaan rollen! Om balans te brengen in het gesprek zat er ook nog de directrice van Stichting Vluchteling Tineke Ceelen, voor actuele informatie net terug van een bezoek aan de vluchtelingenkampen in Irak.

Ik doe wat proefdraaitjes en wat oefeningen om de stramme spieren wat los te maken. Lekker diep blijven zitten, naar achteren blijven hangen en de armen recht houden. De spirit komt geleidelijk terug en we gaan dat ding over de 16 meter gooien. En natuurlijk, laatste tip van Michel Leinders, blijf naar die kogel kijken! Nou, had ik daar nog maar even mee gewacht. Die dikke kogel zie ik zwaar op de bevroren grond bonken en doorrollen, daarbij de bevroren sneeuw als wapperend haar met zich mee slepend. Ah jakkes, het lijkt wel een rollende kop! Ik mag Balkenende niet erg en mijn vertrouwen in een oud-president van de Hoge Raad staat als een huis. Maar wat een vervelend gesprek ontstond daar gisteravond, mekaar vliegen afvangen, ze hebben het altijd al geweten, gewoon doorkwetteren en niet luisteren, de citaten met paginanummers uit het rapport worden over tafel gesmeten, Balkenende en vooral Balkenende z’n kop moet rollen. Als ik dat in mijn simpele eenvoud probeer af te wegen naar de impact dat het Nederlandse besluit destijds heeft gehad op de oorlog in Irak, kom ik niet verder dan die scheet die me bij de laatste worp ontgleed. Niemand heeft het gehoord, en mij luchtte het op.

Maar ik was toch zo vroeg opgestaan om te gewichtwerpen. Even serieus Jan, kruip in je techniek en goed opstrekken bij de afworp. En nakijken dat ding. Maar potdomme, ik raak dat beeld niet meer kwijt. Dat doffe geluid van die kogel bij het neerkomen, dat trage wegrollen en die stuifsneeuw om die kogel. Dat is niet leuk meer, ik voel me er niet meer prettig bij, bijna mede-verantwoordelijk. Wat is die Pauw toch een arrogant manneke en wat kan die Witteman gemaakt spitsvondig overkomen. Oh ja, ze hadden nog een vierde gast. “Wat vind u ervan, u bent zojuist terug uit Irak?”. “Ja, gisteravond”, fluistert een aangedane Tineke Ceelen, van haar sympathieke gelaat druipt “waar ben ik hier in godsnaam terecht gekomen”. Als ze, om erin te komen, inbrengt dat de gevluchte Irakezen haar verteld hebben, dat ze onder Saddam Hoessein nog een dak boven het hoofd hadden en enige stabiliteit ervoeren, breekt het opgefokte kippenhok weer los. Hoe kun je zoiets beweren, “we” hebben er toch goed aan gedaan om die sadistische dictator eruit te sodemieteren. De Irakezen kunnen nu tenminste in alle vrijheid bouwen aan hun eigen toekomst, wellicht is het land wel rijp voor een zusterpartij van GroenLinks! Witteman redt de situatie door een filmpje te starten van haar recente bezoek aan een vluchtelingenkamp, waarbij mevrouw Ceelen commentaar geeft. We zien een klein jongetje, dat zeven van zijn negen familieleden heeft verloren in die na-oorlogse periode in vrijheid, een matje op de harde woestijngrond wijst hij aan als zijn thuis. Een gebroken vader komt in beeld, waarvan drie dochters waren ontvoerd. Voor een losgeld van 40.000 dollar zou hij ze terug kunnen krijgen, maar waar moet zo’n man vanonder zijn plastic zeiltje dat bedrag vandaan toveren? Maar uiteindelijk had hij z’n dochters toch weer terug gekregen . . . alledrie zonder hoofd.

Dit hartverscheurend menselijk drama slaat in als een werpgewicht op de discussietafel, maar niet voor lang kruisen vijf paar gretige ogen zich daarboven, vijf halfgeopende monden staken voor heel even het gekakel. “Daar zijn we toch niet voor gekomen”. Nee, Tineke Ceelen haar toegemeten spreektijd is om, het gaat weer over het waarom de Tweede Kamer niet volledig was ingelicht. Hoelang was dat ook alweer geleden, ja, zeven jaar toch! En welk effect heeft dat gehad? Niks, niets, nul komma nul! Maar het vertrouwen in de politiek is toch geschaad? En ik raak dat beeld van die gebroken man maar niet kwijt, stel me voor zijn laatste aanblik van z’n dochters. En die politieke kippen zonder kop vinden nog steeds dat er koppen moeten rollen.

Ik haal m’n werpgewicht maar op, de bevroren sneeuw laat zich makkelijk afvegen, en met meer zorg dan normaal leg ik mijn kogel op de witte handdoek achterin de auto. Even sta ik te denken “wat nu?”. Resoluut grijp ik de harde bezem uit de auto en begin als een gek de straat schoon te vegen. Het zweet loopt me over de rug, maar in m’n kop wordt het steeds rustiger. Het gaat er immers niet om hoe je figuurlijk koppen kunt laten rollen maar hoe je feitelijk kunt voorkomen dat er koppen rollen.

Onderweg in de auto probeer ik weer aan wat positiefs te denken, sla eigengereid WitRechts af, GroenLinks kan voor mij de bomen in en probeer me voor te stellen met wie ik samen met mijn werpgewicht weer gierend van het lachen over de grond zou willen rollebollen.

Ik hoop dat u me dat toestaat Tineke Ceelen, u hebt zonder enige tegenstand gewonnen!