
Ik weet niet wat dat is met opa’s en hun kleindochters, en in de volgende regels hoef je daar ook geen wetenschappelijke onderbouwing van te verwachten of zo. Ben je de hele dag bezig geweest, zit je kapot en heb je je net verborgen achter je laptopje, komt Lynn op bezoek: “Opa, gaon we ein spelke doôn?” is het eerste wat ze zegt. Opa is eigenlijk te moe en zou iedereen kort en bondig teleurstellen, maar bij haar ligt dat anders. “Det is goôd schat”, “Okee opa, zulle we boëte gaon köppe, op de frisse lôch, det is gezônd . . “. Stiekem had ik gehoopt op een spelletje “Mens-erger-je-niet”, ook niet direct mijn favoriete bezigheid, maar dan kan ik tenminste blijven zitten. Effe diep zuchten, want beloofd is beloofd, en als een jonge god loop ik even later achter alle misgekopte ballen aan.
Je hoeft bij haar niet lang te zoeken naar relationele genen, ze heeft van die nuchtere to-the-point uitspraken die eigenlijk niet bij haar leeftijd passen maar die m’n zoon ook zou kunnen maken. En, als ik haar bezig zie met sporten, vormt dat fanatieke gefocust zijn een bijna emotionele hechtpleister naast die nietszeggende bloedlijn. Een paar jaar geleden namen we haar wel eens mee naar PSV-Atletiek. Opa deed kogelslingertraining en Lynn sleepte onvermoeibaar die zware kogels terug naar de ring. Daar tussendoor liep ze af en toe een rondje op de 400-meter-baan, of kreeg zomaar spontaan privé-training van een jeugdleidster van PSV, ze heeft talent, alsof ik dat niet wist! Ik leerde Lynn hoe ze een steen zover mogelijk kon weggooien in de Maas en met een kogeltje van één kilo kopieerde ze feilloos mijn stoottechniek. Hoe trots kan een opa zich dan voelen.
“Opa, ik wil ouk op atletiek”, en ondanks dat ze te jong was, werd Lynn aangemeld bij de plaatselijke atletiekvereniging. Na een paar weken kwam het teleurstellende bericht: “ze vind er niks meer aan . . . “, potverdomme had ik nog zo gehoopt. Mama en papa vinden heel terecht dat ze eerst nog even moet doorzetten en oma en opa gingen toch maar even nieuwsgierig controleren “hoe dat nu zit en hoe ze het doet . . “.
Nou ja zeg, dat kan ik me voorstellen, laten ze die kindertjes eerst rondjes lopen totdat ze doodop zijn. Daarna een verplichte combinatie van rugby en voetbal, met onze allerkleinste Lynn in dat te groot bemeten doel. Komt ze even later huilend naar de kant omdat ze een te harde bal van zo’n grote bengel had gestopt. Ja, zet Lynn niet in die goal, want ze doet haar uiterste best alles tegen te houden. En schiet je er naast, eigen schuld, maar dan moet je zelf de bal gaan terughalen. Als toetje moeten ze nog een paar rondjes zogenaamd uitlopen en met beteuterde gezichtjes druipen de voor altijd verborgen blijvende Rens Blommen en Rutger Smitjes af. Op dat moment schaam je je plaatsvervangend voor de atletiek, jeugd moet immers elke training spelend kunnen springen, werpen en ja, ook sprinten en een paar rondjes lopen.


We blijven nog even kijken naar de andere groepen, en ik begin me in toenemende mate te storen aan het gedrag van die opdringerige ouders aan de rand van de tatami. Een vader filmt (alleen) zijn zoontjes en bemoeit zich overduidelijk met de wedstrijdscores, waar hebben we het over? Aan de andere kant staan een irritante vader én moeder hun kroost ordinair toe te schreeuwen. Als die kop van die vent in mijn waarneming uitnodigend gaat lijken op een boksbal, vind Marijke het tijd voor de koffie. Maar trots verlaat opa de dojo, mijn kleindochter doet het prima en heeft de potentie om een hele goeie te worden, hopelijk vergallen die irritante elementen langs de tatami niet haar plezier in deze mooie sport.
En anders, misschien, heel misschien krijg ik nog wel eens de kans om haar kogelslingeren te leren. Zal ik het mogen meemaken, toch nog eens een Titulaer op de Olympische Spelen? Ik weet niet wat dat is met opa’s en kleindochters!
In ieder geval toch nog maar even in het krachthonk, opa moet in vorm blijven voor het geval, je weet maar nooit . . . .