Als zwevende kiezer volg ik zeer kritisch het politieke debat van afgelopen weken. Alleen al de teksten op de affiches zijn bij voorbaat al misselijk makend. ‘Zo komt Nederland uit de crisis’ kopt de PvdA. Die grappig bedoelde snoeiharde one-liners polariseren elk debat. ‘Margaret Thatcher had in haar eentje meer ballen dan zij met hun drieën bij elkaar’, kraaide Wilders in de richting van zijn opponenten. Een ding is intussen wel duidelijk geworden, geen enkele politicus haalt Nederland op deze manier uit de crisis! Als ik zo met mijn collega’s was omgesprongen, had ik tijdens mijn werkend bestaan als bedrijfskundige niet één probleem kunnen oplossen! Geen enkel project had ik succesvol kunnen afronden! Sterker nog, dan hadden ze me al vrij snel en terecht op straat geschopt. Misschien was ik dan wel veroordeeld geweest tot het politieke handwerk. Slechts respectvolle multidisciplinaire aanpak waarbij je niemand in de hoek zet, leidt tot een acceptabele oplossing. Inzet mag nooit zijn ‘hoe verdelen we de pot’. Het moet gaan om samen de broek ophouden, en in veel gevallen ook ‘hoe komen we uit een verliesgevende situatie’. Slechts met die doelstellingen maak je een bedrijf of maatschappij klaar voor een continu verbeterproces, waarbij je slechts die problemen het eerst aanpakt die je echt samen kunt oplossen.
Minderheden zullen het nooit of te nimmer redden bij peilingen, polls of stemrondes. Maar normaal fatsoen zou ons moeten dwingen om onvoorwaardelijk met minderheden rekening te houden. Extreme groepen verzieken maar al te vaak de sfeer en de leefbaarheid. Gebruik die vaak ontoombare energie van hun leiders om samen problemen op te lossen. Niet door ‘hen’ aan te pakken of voor ‘hen’ programma’s te ontwikkelen. Nee, ‘samen’ in kleine stapjes oplossen. En geloof me, uit eigen ervaring weet ik dat je zonder de grootste raddraaiers geen enkel probleem echt oplost.
Ocherm, die Jeltje van Nieuwenhoven deed ook mee aan een debat. ‘Nee, afblijven van de gepensioneerden, of toch . .’, kraaide ze. Maar eigenlijk mogen die hogere pensioenen toch wel gerust een fikse bijdrage leveren! Zou ze weten dat gepensioneerden 30% in hun inkomen terugvallen als ze met pensioen gaan? En geloof me Jeltje, dat lukt best. Weliswaar duidelijk minder als het wachtgeld van een politica, maar toch. Dus als alle werkenden en niet-werkenden nu ook eens 30% van hun inkomen zouden inleveren? ‘Kijk Jeltje, zo komt Nederland echt solidair uit de crisis’. Maar met die gepensioneerden pak je weer een specifieke groep. En meteen weet je dan weer een paar meestal niet-werkende groepen te noemen die je zeker niet zou mogen ‘pakken’. Dat noemt de PvdA eerlijk delen en solidariteit. Ik noem dat asociaal en polariserend. Nee, ik weet een betere oplossing, ons nationale inkomen omvat zo’n kleine 600 miljard. Als we nu eens al die inkomens met 3% zouden belasten, dan praat je in mijn beleving van eerlijk delen en solidariteit. En met die 18 miljard zijn we in een klap van een hoop politiek gezeik af.
Onze VVD-minister van sociale zaken was witheet. Hahaha, weet je waarom? Europa wil dat pensioenfondsen, net als de commerciële verzekeraars, grotere buffers gaan aanleggen. Voor de Nederlandse pensioenfondsen zou het gaan om een extra buffer van 10 miljard euro, op een totaal pensioenvermogen van 920 miljard euro. Een extra buffer van slechts 1%, moet toch kunnen. Dat maakte Kamp witheet. ‘Dit leidt tot te hoge premies en te lage uitkeringen’, zei Kamp in een interview met het weekblad Elsevier. De VVD-minister noemt de EU-plannen ‘onacceptabel’. ‘Ik ga er absoluut voorliggen.’ Dat is diezelfde minister Kamp die in sneltreinvaart zonder afgerond overleg met diezelfde pensioenfondsen alle toekomstige 65-jarigen een ‘asociale en polariserende’ draai om de oren geeft. Je krijgt pas AOW vanaf je verjaardag, pensioen blijft gewoon per maand uitgekeerd. Dat betekende dat Kamp mij zo’n 800 euro heeft afgepakt, als ik daar aan denk wordt ik nog witheet. En als ik dan het bovenstaande verhaal lees denk ik ‘zo’n klojo haalt niks en niemand uit geen enkele crisis, die maakt problemen en onderlinge afstanden alleen maar groter’. Geef die straks alsjeblieft geen wachtgeld, maar laat hem dat zelf verdienen in de Westlandse kassen. Dat past beter bij deze ex-minister van sociale zaken.
Och ja, ik hoor jullie alweer denken ‘hij denkt weer eens aan zijn eigen hachje, altijd weer die gepensioneerden, altijd weer die pensioenen’. Dat klopt, maar ze zijn voor mij wel te overzien, het raakt me en ik geef er wel steeds een oplossing bij. We kunnen het natuurlijk ook hebben over de neuro en de zeuro, de koningin, de zorginstellingen, de hypotheekaftrek, de immigranten, de woningbouwcoöperaties, de oost-europese dreiging, de Joint-Strike-Fighter, persoons-gebonden budgetten, blauw op straat, bejaarden in de luiers die de rollator zelf moeten betalen, de huurhuizen-problematiek, de Wahjong, geen dure operaties boven de tachtig jaar, minder ambtenaren en niet te vergeten de banken!! Maar ook die problemen zullen onze politici nooit en te nimmer oplossen. Nee, die maken zich alleen druk hoe ze beter overkomen. Zonnebankje, haartjes wat laten groeien, plastische-chirurg-glimlach, wit overhemd, stropdas, donker pak . . . . . ik wordt er kotsmisselijk van.
Maar ik blijf de debatten nog ’n weekje doorstaan. Want toch ga ik straks van mijn stemrecht gebruik maken. De schifting is glashard ingezet. Het zal in ieder geval geen man zijn die mijn stem verdient, wat een zootje mietjes, wat een stelletje slappe lullen!! Ik zoek vanaf nu nog naar een vrouw die dicht bij zichzelf is gebleven, haar ziel niet aan de duivel verkoopt, me aanspreekt en echt meer ballen heeft. Gelukkig staat Jeltje niet meer op de lijst!
Enne . . . ondanks alles blijf ik van mening dat we van Nederland de 17e Duitse deelstaat moeten maken!
vrijdag 7 september 2012
zondag 19 augustus 2012
Ik weet het niet . . .
Het is weer zover, verkiezingen komen eraan. Onze kandidaat-kamerleden proberen zich weer bij ‘ons kiezers’ te positioneren door middel van het overbekende draaikonten. Eerdere gemaakte afspraken en gesloten compromissen met andere partijen, ja zelfs geaccordeerde wetgeving, worden aan de smerige politieke laars gelapt. Er gaat geen praatprogramma meer voorbij of er zitten een paar van die keurig gesoigneerde en zorgvuldig gesouffleerde lamzakken en hittepetitjes in. En daarbij zijn maar twee dingen belangrijk. Allereerst elke serieuze vraag draaikonten naar de eigen en meest populistische partijstandpunten en die in rateltempo achter elkaar uitkramen. Ten tweede je politieke opponenten afzeiken op lullige foutjes of versprekingen. En dan waagt CDA-prominent en oud-informateur Herman Wijffels ook nog eens te pleiten voor een serieuze verandering van het Nederlandse politieke stelsel. Dat is nog eens een open deur! Daarvoor moet je ‘gestudeerd’ hebben. ‘Kom op man . . ‘, kom eens met een oplossing, dit land snakt naar stabiliteit. Ik weet het niet. Ik heb al eerder de oplossing aangedragen, en dagelijks wordt ik in allerlei media daarin onbewust gesteund.
Mijn inzet zou zijn: ‘zo snel mogelijk serieuze gesprekken beginnen om van Nederland de 17e deelstaat van Duitsland te maken’. In ons volklied zingen we toch al eeuwen uit volle borst ‘ben ik van Duitsen bloed’. Onze economie is volledig, maar dan ook volledig, afhankelijk van Duitsland. En toch presteren we het om het ‘iets slechter’ dan onze (nog) oosterburen te doen. Kijk eens hoeveel ‘WE’ beter zouden zijn geweest op de Olympische Spelen. Zelfs de heren hockeyers hadden met terugwerkende kracht goud! Marijke en ik tanken over de grens en gaan er met genoegen uit eten. En van die opgeklopte ‘animositeit’ bij elke Duitsland-Nederland confrontatie zijn we dan verlost. Afgelopen uit en compleet gereduceerd tot Venlo-Tegelen-pesterijen of Duitsers-Ostfriesen-plaagstootjes. En het allermooiste komt nog: ‘we zijn van dat Haagse gezeik af’. Kijk, meneer Wijffels, dat is nog eens een oplossing van ons niet functionerende politieke systeem. We zullen toch ergens moeten beginnen met de Europese eenwording. En laten we zoals we dat vaker doen, gewoon het voortouw nemen. En, meneer Wijffels, wat u als vooraanstaand econoom moet aanspreken: ‘de besparing is GIGANTISCH en onze economie gaat er meteen iets op vooruit’.
Voorlopig moeten we ons toch maar weer focussen op onze ‘democratische plicht: op wie gaan we straks stemmen?’. Ik weet het niet, mijn moeder stemde altijd KVP (en later CDA). Mijn vader stemde als harde werker logischerwijze PvdA. Maar ‘met de kennis van nu’ weet ik het niet meer zo nauw. Als ik mijn moeder zou uitleggen hoe Sybrand van Haersma Buma met Mauro dacht te sollen was dat snel klaar. Als mijn vader de ‘draai naar het kapitaal’ van Wim Kok had mogen meemaken? Ik weet het niet en ik heb toch altijd naar mijn ouders geluisterd. Dan maar via Google naar de ‘Stemwijzer’! Heej, de 30 stellingen leiden me rechtstreeks naar de PVV. Met weliswaar het CDA van mijn moeder en de PvdA van mijn vader op een mooie 2e en 3e plek. Nou, ik schaam me niet voor die uitkomst, maar ik zoek toch nog even verder. Er is ook nog een ‘Stemmentracker’, daarbij kun je laten weten in hoeverre je het eens bent met de verschillende partijen bij het stemgedrag in de Kamer bij besluiten van de afgelopen twee jaar. Ik geloof mijn eigen ogen niet, de SP komt er het beste uit, dat had ik nooit gedacht. Met nu mijn vaders partij op de tweede plaats, en de Partij voor de Dieren op drie. Mijn moeder zal dit niet erg gevonden hebben. Bij een eerlijke ‘ranking’ van beide invulbeurten komen SP, PVV en PvdA op een gedeelde eerste plaats. Maar wat moet ik nu gaan stemmen? Ik weet het niet. Dan is er nog altijd 'Kieskompas', dat geeft weliswaar geen stemadvies, maar ‘positioneert’ je binnen het politieke spectrum. Nou, daar gaan we dan weer. Ik blijk haarscherp ‘niet links, niet rechts, maar recht door zee’ in het midden uit te komen. Maar dan wel een tikkeltje conservatief. Zo’n beetje te vergelijken met een te wijde broek ‘een beetje uitgezakt in het midden’.
Nou, volgens de ‘media’ zal de strijd vooral gaan tussen Roemer en Rutte. Maar ik zal toch met name in de grote debatten scherp gaan letten op Emile, Geert en Diederik. Met wie zou ik overigens wel een biertje willen drinken? Aan wie zou ik mijn portemonnee kunnen toevertrouwen? Met wie zou ik het een hele training kogelslingeren volhouden?
Ik weet het niet . . .
Mijn inzet zou zijn: ‘zo snel mogelijk serieuze gesprekken beginnen om van Nederland de 17e deelstaat van Duitsland te maken’. In ons volklied zingen we toch al eeuwen uit volle borst ‘ben ik van Duitsen bloed’. Onze economie is volledig, maar dan ook volledig, afhankelijk van Duitsland. En toch presteren we het om het ‘iets slechter’ dan onze (nog) oosterburen te doen. Kijk eens hoeveel ‘WE’ beter zouden zijn geweest op de Olympische Spelen. Zelfs de heren hockeyers hadden met terugwerkende kracht goud! Marijke en ik tanken over de grens en gaan er met genoegen uit eten. En van die opgeklopte ‘animositeit’ bij elke Duitsland-Nederland confrontatie zijn we dan verlost. Afgelopen uit en compleet gereduceerd tot Venlo-Tegelen-pesterijen of Duitsers-Ostfriesen-plaagstootjes. En het allermooiste komt nog: ‘we zijn van dat Haagse gezeik af’. Kijk, meneer Wijffels, dat is nog eens een oplossing van ons niet functionerende politieke systeem. We zullen toch ergens moeten beginnen met de Europese eenwording. En laten we zoals we dat vaker doen, gewoon het voortouw nemen. En, meneer Wijffels, wat u als vooraanstaand econoom moet aanspreken: ‘de besparing is GIGANTISCH en onze economie gaat er meteen iets op vooruit’.
Voorlopig moeten we ons toch maar weer focussen op onze ‘democratische plicht: op wie gaan we straks stemmen?’. Ik weet het niet, mijn moeder stemde altijd KVP (en later CDA). Mijn vader stemde als harde werker logischerwijze PvdA. Maar ‘met de kennis van nu’ weet ik het niet meer zo nauw. Als ik mijn moeder zou uitleggen hoe Sybrand van Haersma Buma met Mauro dacht te sollen was dat snel klaar. Als mijn vader de ‘draai naar het kapitaal’ van Wim Kok had mogen meemaken? Ik weet het niet en ik heb toch altijd naar mijn ouders geluisterd. Dan maar via Google naar de ‘Stemwijzer’! Heej, de 30 stellingen leiden me rechtstreeks naar de PVV. Met weliswaar het CDA van mijn moeder en de PvdA van mijn vader op een mooie 2e en 3e plek. Nou, ik schaam me niet voor die uitkomst, maar ik zoek toch nog even verder. Er is ook nog een ‘Stemmentracker’, daarbij kun je laten weten in hoeverre je het eens bent met de verschillende partijen bij het stemgedrag in de Kamer bij besluiten van de afgelopen twee jaar. Ik geloof mijn eigen ogen niet, de SP komt er het beste uit, dat had ik nooit gedacht. Met nu mijn vaders partij op de tweede plaats, en de Partij voor de Dieren op drie. Mijn moeder zal dit niet erg gevonden hebben. Bij een eerlijke ‘ranking’ van beide invulbeurten komen SP, PVV en PvdA op een gedeelde eerste plaats. Maar wat moet ik nu gaan stemmen? Ik weet het niet. Dan is er nog altijd 'Kieskompas', dat geeft weliswaar geen stemadvies, maar ‘positioneert’ je binnen het politieke spectrum. Nou, daar gaan we dan weer. Ik blijk haarscherp ‘niet links, niet rechts, maar recht door zee’ in het midden uit te komen. Maar dan wel een tikkeltje conservatief. Zo’n beetje te vergelijken met een te wijde broek ‘een beetje uitgezakt in het midden’.
Nou, volgens de ‘media’ zal de strijd vooral gaan tussen Roemer en Rutte. Maar ik zal toch met name in de grote debatten scherp gaan letten op Emile, Geert en Diederik. Met wie zou ik overigens wel een biertje willen drinken? Aan wie zou ik mijn portemonnee kunnen toevertrouwen? Met wie zou ik het een hele training kogelslingeren volhouden?
Ik weet het niet . . .
dinsdag 7 augustus 2012
Zomaar een weekendje
Marijke heeft al héél lang een spaarclubje met haar vriendinnen. Om de paar weken wordt er bij toerbeurt koffie gedronken en heel gezellig bijgekletst. Iedere maand wordt een klein bedrag overgemaakt om één keer per jaar een gezamenlijke uitspatting te kunnen financieren. Lang geleden waren dat ondeugende weekendjes naar mondaine Europese hoofdsteden, die geleidelijk overgingen naar zitsessies bij succesvolle musicals ter afsluiting van een intiem dinertje. Ik denk nog wel eens met enige achterdocht terug aan die foto in Brussel met alle vier de dames met hetzelfde ondeugende grijze gebreide hoedje, heel erg gewaagd. Of dat verhaal dat ze stiekem een fles wijn hadden meegenomen naar de hotelkamer, dat was pas echt op het randje. Maar ja, naarmate de leeftijd vordert willen de dames niet meer zo ver en zo lang van huis weg. Van mij mag het, je zit toch al 24 uur per dag bij elkaar op de lip. En dan voelt een weekendje helemaal alleen zoiets als aanspoelen op een eiland in de Stille Oceaan.
Maar dit jaar kwam iemand op het lumineuze idee om een weekendje ‘met-de-mannen’ te organiseren. Heel gezellig met onze verrijdbare zuur verdiende tweede woningen gewoon ergens op een gezellige camping ‘in-de-buurt’ te gaan staan en ‘we-zien-wel-wat-er-gebeurt’. Een benauwend gevoel bekroop me, een heel weekend met vier oudere stellen. Het angstzweet kroop me naar de keel, dat moet twee keer zo erg zijn als 24 uur alles samen moeten doen, en dat dan nog ook nog eens ‘vermenigvuldigd-met-vier’. Ik dacht ‘potverdomme-nog-aan-toe, daar gaat mijn jaarlijkse uitje naar mijn onbewoonde droomeiland’, maar tegenwerken was voor mij weer ook geen optie. Want Marijke gaat altijd mee naar al mijn atletiek-uitspattingen. En dat zijn er heel wat, en aangezien liefde geven en nemen is . . . .
Heel logisch dus dat we afgelopen vrijdag vertrokken met ons ‘luxe-tuinhuis-op-wielen’ naar de Graashoôk, naar een mooie camping in het groen. Binnen een kwartiertje waren we er. De camping was specifiek ingericht voor groepen, en wij kregen een keurig gesepareerd veldje toegewezen tussen de bomen met als middelpunt een grote ronde bak voor het kampvuur. Op de planning van de dames stonden een avondje barbecuen, een dagje fietsen door de Peel en een avondje pannenkoeken bakken en voor de rest ‘zien-we-wel-wat-er-gebeurt’. Ja, je moet je immers wel indekken dat je mekaar niet twee keer 24 uur aan zit te staren.
Nu achteraf kan ik jullie gerust mededelen dat het best is meegevallen. Sterker nog, het was een super-weekend. Vooral die avonden rond het kampvuur waren onvergetelijk. De sterke en minder sterke drank maakten de geesten wat soepel. Door het staren in die altijd inspirerende flakkerende vlammen werden het kortere en langere geheugen geaktiveerd. En met een gemiddeld geheugen van ruim 60 jaar kan er dan heel wat los komen. Nou, die ‘baby-boomers’ van vlak na de oorlog hebben heel wat meegemaakt. Slechts zelden valt er een stilte.
‘Zeg, kennen jullie die van vader en zoon kameel?’.
‘Neehee’, zeggen er een paar verwachtingsvol. Nou,daar komt ie dan, zoon kameel vraagt aan vader kameel: ‘Papa, papa, waarom hebben wij zulke dikke lange wimpers?’.
‘Hewel, jongen, omdat er in de woestijn vaak zandstormen zijn. Door onze dikke oogleden en onze lange wimpers kunnen wij onze ogen daartegen beschermen. Ja ja, wij kamelen zijn de meesters van de woestijn!’.
‘Papa, papa,’ vraagt de kleine, ‘En waarom zijn onze tenen zo groot en zo plat?’.
‘Hewel, jongen,’ antwoordt de grote kameel, ‘Dat is om niet weg te zakken in het mulle zand. Zo staan wij veel steviger op onze poten en daardoor kunnen wij lange tochten door de woestijn maken. Ja ja, wij kamelen zijn helemaal uitgerust voor de woestijn!’.
‘Papa, papa, waarom hebben wij twee van die bulten op onze rug?’.
‘Wel,’ zegt de grote kameel, ‘Dat is om water in op te slaan. Daardoor kunnen wij lange tochten door de woestijn maken zonder te drinken. Ja ja, wij kamelen zijn de tankwagens van de woestijn!’.
‘Ja maar, papa,’ zegt de kleine. ‘Wat doen wij dan eigenlijk hier in de dierentuin . . . . . ?’.
De alcohol, invallende duisternis, de opkomende volle maan en het magisch zacht knetterende houtvuur sleept ons steeds verder mee terug in dat langere verborgen geheugen. Nee, het was niet altijd gemakkelijk in die vijftiger en zestiger jaren. De term rijke roomse leven verliest definitief zijn glans in die omfloerste vlammen. Met groot respect luisteren we naar elkaars verhalen en sluiten mekaar denkbeeldig in de armen. Een gevoel van schaamte komt in me op. ‘Mijn pap en mam heb ik nooit ruzie horen maken. Als ik terugdenk aan mijn ouders hoor ik ze samen lachen en zie ze stralend naar elkaar kijken’. Ik besef nu pas hoe bijzonder dat was. Ik besef nu pas hoe dankbaar ik moet zijn. Ik besef nu pas dat een arm om je schouder niet gewoon is. Ik besef nu pas wat zomaar een weekendje heel bijzonder maakt.
Maar dit jaar kwam iemand op het lumineuze idee om een weekendje ‘met-de-mannen’ te organiseren. Heel gezellig met onze verrijdbare zuur verdiende tweede woningen gewoon ergens op een gezellige camping ‘in-de-buurt’ te gaan staan en ‘we-zien-wel-wat-er-gebeurt’. Een benauwend gevoel bekroop me, een heel weekend met vier oudere stellen. Het angstzweet kroop me naar de keel, dat moet twee keer zo erg zijn als 24 uur alles samen moeten doen, en dat dan nog ook nog eens ‘vermenigvuldigd-met-vier’. Ik dacht ‘potverdomme-nog-aan-toe, daar gaat mijn jaarlijkse uitje naar mijn onbewoonde droomeiland’, maar tegenwerken was voor mij weer ook geen optie. Want Marijke gaat altijd mee naar al mijn atletiek-uitspattingen. En dat zijn er heel wat, en aangezien liefde geven en nemen is . . . .
Heel logisch dus dat we afgelopen vrijdag vertrokken met ons ‘luxe-tuinhuis-op-wielen’ naar de Graashoôk, naar een mooie camping in het groen. Binnen een kwartiertje waren we er. De camping was specifiek ingericht voor groepen, en wij kregen een keurig gesepareerd veldje toegewezen tussen de bomen met als middelpunt een grote ronde bak voor het kampvuur. Op de planning van de dames stonden een avondje barbecuen, een dagje fietsen door de Peel en een avondje pannenkoeken bakken en voor de rest ‘zien-we-wel-wat-er-gebeurt’. Ja, je moet je immers wel indekken dat je mekaar niet twee keer 24 uur aan zit te staren.
Nu achteraf kan ik jullie gerust mededelen dat het best is meegevallen. Sterker nog, het was een super-weekend. Vooral die avonden rond het kampvuur waren onvergetelijk. De sterke en minder sterke drank maakten de geesten wat soepel. Door het staren in die altijd inspirerende flakkerende vlammen werden het kortere en langere geheugen geaktiveerd. En met een gemiddeld geheugen van ruim 60 jaar kan er dan heel wat los komen. Nou, die ‘baby-boomers’ van vlak na de oorlog hebben heel wat meegemaakt. Slechts zelden valt er een stilte.
‘Zeg, kennen jullie die van vader en zoon kameel?’.
‘Neehee’, zeggen er een paar verwachtingsvol. Nou,daar komt ie dan, zoon kameel vraagt aan vader kameel: ‘Papa, papa, waarom hebben wij zulke dikke lange wimpers?’.
‘Hewel, jongen, omdat er in de woestijn vaak zandstormen zijn. Door onze dikke oogleden en onze lange wimpers kunnen wij onze ogen daartegen beschermen. Ja ja, wij kamelen zijn de meesters van de woestijn!’.
‘Papa, papa,’ vraagt de kleine, ‘En waarom zijn onze tenen zo groot en zo plat?’.
‘Hewel, jongen,’ antwoordt de grote kameel, ‘Dat is om niet weg te zakken in het mulle zand. Zo staan wij veel steviger op onze poten en daardoor kunnen wij lange tochten door de woestijn maken. Ja ja, wij kamelen zijn helemaal uitgerust voor de woestijn!’.
‘Papa, papa, waarom hebben wij twee van die bulten op onze rug?’.
‘Wel,’ zegt de grote kameel, ‘Dat is om water in op te slaan. Daardoor kunnen wij lange tochten door de woestijn maken zonder te drinken. Ja ja, wij kamelen zijn de tankwagens van de woestijn!’.
‘Ja maar, papa,’ zegt de kleine. ‘Wat doen wij dan eigenlijk hier in de dierentuin . . . . . ?’.
De alcohol, invallende duisternis, de opkomende volle maan en het magisch zacht knetterende houtvuur sleept ons steeds verder mee terug in dat langere verborgen geheugen. Nee, het was niet altijd gemakkelijk in die vijftiger en zestiger jaren. De term rijke roomse leven verliest definitief zijn glans in die omfloerste vlammen. Met groot respect luisteren we naar elkaars verhalen en sluiten mekaar denkbeeldig in de armen. Een gevoel van schaamte komt in me op. ‘Mijn pap en mam heb ik nooit ruzie horen maken. Als ik terugdenk aan mijn ouders hoor ik ze samen lachen en zie ze stralend naar elkaar kijken’. Ik besef nu pas hoe bijzonder dat was. Ik besef nu pas hoe dankbaar ik moet zijn. Ik besef nu pas dat een arm om je schouder niet gewoon is. Ik besef nu pas wat zomaar een weekendje heel bijzonder maakt.
maandag 11 juni 2012
De buit voor 2012 is binnen
De kampioenschappen zijn voorbij, de nationale medailles zijn verdeeld, tijd om de balans op te maken. Wat blijkt, bij alle ‘mogelijke’ werponderdelen heb ik op het podium gestaan. Wie doet me dat na? Drie maal GOUD, tweemaal ZILVER, tweemaal BRONS. Nederlands kampioen kogelslingeren M60, gewichtwerpen M60, speerwerpen M65. Zilver met werpvijfkamp M60, zilver op kogelstoten M65. Brons met kogelstoten indoor M60, brons met discuswerpen M65. Sorry, meer was er kwantitatief niet te halen.De buit is binnen, tijd voor een korte kritische analyse. Die werpnummers stellen tegenwoordig ook niks meer voor. Mag er nog wel geworpen worden op een atletiekveld? Het niveau van mijn tegenstanders stelt geen reet meer voor. Naarmate je ouder wordt, neemt de kans op een medaille toe. Of was het misschien toch een kwestie van geluk.
Maar nu even de feiten, tijd voor een conclusie. Ik heb er onafgebroken ’n paar keer per week met gigantisch veel plezier voor getraind, zelfs op vakantie. Ik heb mijn oude ledematen gepijnigd om nieuwe technische aanpassingen aan te leren. Natuurlijk heb ik me ook voor elk kampioenschap aangemeld. Niet alleen die ik zeker dacht te winnen. En die er niet bij waren, heb ik niet kunnen verslaan. En met die er wel bij waren heb ik 'beregezellige' wedstrijden beleefd.
En nu even de tijd om trots op mezelf te zijn . . .
donderdag 31 mei 2012
In de voetsporen van Jacques Tutelaer
Zit ik op een camping in het Belgische Stekene een informatieblaadje over Waasland door te bladeren op zoek naar een leuke wandeling, valt mijn oog op . . . . Fort Liefkenshoek. Verroest, ik dacht dat dat niet meer bestond! In de 80-jarige oorlog waren Fort Liefkenshoek en Fort Lillo de meest zuidelijke militaire vestingen, links en rechts van de Schelde, een paar kilometer vóór Antwerpen. En of je het gelooft of niet, van deze forten was van 1598-1602 ene kapitein Tutelaer de commandant! En ja hoor, het infoblaadje geeft aan dat het fort ook nog te bezichtigen was!
Natuurlijk besloten we op weg naar huis een klein ommetje te maken naar Kallo, waar het fort moet liggen. Vlak vóór Antwerpen van de autobaan, het immense grauwe havengebied in. Tussen al die gigantisch hoge hijskranen en raffinaderijen begin ik te twijfelen, moet hier een fort liggen? Maar het straatnaambordje verraadt ‘Ketenislaan’ en dat moesten we hebben. Er komt geen einde aan die gore havententakels en de daarbij behorende gesloten hoge hekwerken. Na twee keer tegen Marijke verzuchten: ‘volgens mij moeten we terug . . ‘, zien we een bruin bordje naar rechts wijzen ‘Fort Liefkenshoek’. Via een klein slingerweggetje komen we in een groene oase terecht en daar ligt het: ‘een groene hoge wal in de bekende stervorm die bij een eeuwenoude vesting hoort, omringd door water’. Nou, veel toeristen komen hier niet want onze camper neemt de helft van de parkeerplaats in beslag. Het hart klopt in m’n keel, vandaag treed ik na 425 jaar in de voetsporen van kapitein Jacques Tutelaer. Fotocamera startklaar, broek optrekken, camper op slot en als een aanstonds bruidspaar liepen we plechtstatig over de brug richting ingang. Ik sluit de ogen en probeer mijn geest 425 jaar terug in de tijd te brengen. ‘Shit’ zegt Marijke en verpest met één woord mijn opkomende trance. ‘Het fort is op woensdag gesloten . . . .’ vervolgt ze. ‘Potverdomme, nondedju, dat hebben wij weer’. Nou ja, dan drinken we maar koffie en proberen we nog maar wat sfeer op te snuiven. Bij het tweede kopje koffie probeert Marijke mijn teleurstelling enigszins weg te nemen: ’We zouden misschien gewoon eens kunnen aanbellen!’. Okay, denk ik, en loop nu wat nonchalanter over de brug naar de poort. Marijke blijft achter en doet daarmee het vertrouwen op enig succes bij mij nog verder in de schoenen zinken. Een schelle bel houdt akelig en té lang aan, waarna de stilte in deze oase nog intenser wordt. Ik loop terug naar de camper . . . . en achter mij gaat de grote deur krakend en langzaam open! Een vriendelijke man verschijnt en ik haast me snel terug: ‘met excuses meneer, ik weet dat het fort vandaag gesloten is, maar misschien mag ik binnen even een foto maken, alstublieft . . . .’. Hij neemt me rustig van boven naar beneden op en knikt! ‘Ik ga even mijn vrouw en mijn camera halen. Marijkeee, we mogen erin . . . . !’.
Zo blij als een klein kind treden we de buik van het fort binnen, Marijke neemt foto’s van mij op plaatsen waar ik de geest van Jacques Tutelaer denk te bespeuren. Heel trots zeg ik tegen de vriendelijke man die ons binnenliet: ’een van mijn voorvaderen, Jacques Tutelaer, was hier 425 jaar terug commandant van dit fort’. De man was bezig petunia’s te planten, richt zich op, zijn mond valt half open en hij laat daarbij wat knullig een petuniaatje op de grond vallen: ‘amay, das wel héél lang geleje . . ‘, kwam er nog net uit. ‘Eerlijk waar’, vult Marijke aan, ‘hij heeft er een boek over geschreven’. Dat was een blijkbaar indrukwekkende vrijbrief, want met een royaal gebaar mochten we nu overal rondkijken. Hijzelf woonde helemaal alleen al 16 jaar op het fort, in deze oase van rust midden in het gore havengebied onder de stinkende rook van Antwerpen.
We keken rustig rond, maar er was geen enkel tastbare herinnering uit die 80-jarige oorlog. Alles wat er nu staat is blijkbaar opgebouwd vanaf 1797, op de grondig en zorgvuldig afgebroken herinneringen aan mijn Jacques Tutelaer. Slechts de grond heeft nog zijn historische waarde voor mij behouden. Van hieruit informeerde kapitein Tutelaer gouverneur Willoughby in Bergen op Zoom over de ontwikkelingen aan de grens met de Spanjaarden. Zo ook op die 28ste augustus 1587, de admiraal van het Staatse leger bevond zich hier op de Schelde met de vloot. Samen met de kapiteins van zijn schepen had hij gisteravond geprobeerd enkele vijandige oorlogsschepen voor Antwerpen weg te slepen. Maar vanwege het heldere weer en het feit dat er enkele vissersboten op de rivier waren, werden ze een beetje te vroeg ontdekt, en werden de vijandelijke oorlogsschepen gewaarschuwd. De Staatsen werden teruggedreven door het geweld van het Antwerpse kanon, ‘welk geluid Uwe Hoogheid misschien wel heeft gehoord gisteravond’. Jaja, binnenkort dus 425 jaar geleden.
We verlaten het fort niet alvorens de vriendelijke man uitgebreid te bedanken. Hij was nog steeds onder de indruk en keek me aan ‘alsof ik de kapitein zelf was’. Zeker en vast wilde hij mijn emailadres, want de stadsarchivaris van Beveren zou beslist contact met me opnemen. Met m’n beste handschrift voldeed ik aan zijn verzoek. ‘Hoe voel je je nu’, vroeg Marijke bij ons derde kopje koffie buiten de poort. ‘Uhh wat zeg je . . . nou wat dacht je, geweldig’.
Natuurlijk besloten we op weg naar huis een klein ommetje te maken naar Kallo, waar het fort moet liggen. Vlak vóór Antwerpen van de autobaan, het immense grauwe havengebied in. Tussen al die gigantisch hoge hijskranen en raffinaderijen begin ik te twijfelen, moet hier een fort liggen? Maar het straatnaambordje verraadt ‘Ketenislaan’ en dat moesten we hebben. Er komt geen einde aan die gore havententakels en de daarbij behorende gesloten hoge hekwerken. Na twee keer tegen Marijke verzuchten: ‘volgens mij moeten we terug . . ‘, zien we een bruin bordje naar rechts wijzen ‘Fort Liefkenshoek’. Via een klein slingerweggetje komen we in een groene oase terecht en daar ligt het: ‘een groene hoge wal in de bekende stervorm die bij een eeuwenoude vesting hoort, omringd door water’. Nou, veel toeristen komen hier niet want onze camper neemt de helft van de parkeerplaats in beslag. Het hart klopt in m’n keel, vandaag treed ik na 425 jaar in de voetsporen van kapitein Jacques Tutelaer. Fotocamera startklaar, broek optrekken, camper op slot en als een aanstonds bruidspaar liepen we plechtstatig over de brug richting ingang. Ik sluit de ogen en probeer mijn geest 425 jaar terug in de tijd te brengen. ‘Shit’ zegt Marijke en verpest met één woord mijn opkomende trance. ‘Het fort is op woensdag gesloten . . . .’ vervolgt ze. ‘Potverdomme, nondedju, dat hebben wij weer’. Nou ja, dan drinken we maar koffie en proberen we nog maar wat sfeer op te snuiven. Bij het tweede kopje koffie probeert Marijke mijn teleurstelling enigszins weg te nemen: ’We zouden misschien gewoon eens kunnen aanbellen!’. Okay, denk ik, en loop nu wat nonchalanter over de brug naar de poort. Marijke blijft achter en doet daarmee het vertrouwen op enig succes bij mij nog verder in de schoenen zinken. Een schelle bel houdt akelig en té lang aan, waarna de stilte in deze oase nog intenser wordt. Ik loop terug naar de camper . . . . en achter mij gaat de grote deur krakend en langzaam open! Een vriendelijke man verschijnt en ik haast me snel terug: ‘met excuses meneer, ik weet dat het fort vandaag gesloten is, maar misschien mag ik binnen even een foto maken, alstublieft . . . .’. Hij neemt me rustig van boven naar beneden op en knikt! ‘Ik ga even mijn vrouw en mijn camera halen. Marijkeee, we mogen erin . . . . !’.
Zo blij als een klein kind treden we de buik van het fort binnen, Marijke neemt foto’s van mij op plaatsen waar ik de geest van Jacques Tutelaer denk te bespeuren. Heel trots zeg ik tegen de vriendelijke man die ons binnenliet: ’een van mijn voorvaderen, Jacques Tutelaer, was hier 425 jaar terug commandant van dit fort’. De man was bezig petunia’s te planten, richt zich op, zijn mond valt half open en hij laat daarbij wat knullig een petuniaatje op de grond vallen: ‘amay, das wel héél lang geleje . . ‘, kwam er nog net uit. ‘Eerlijk waar’, vult Marijke aan, ‘hij heeft er een boek over geschreven’. Dat was een blijkbaar indrukwekkende vrijbrief, want met een royaal gebaar mochten we nu overal rondkijken. Hijzelf woonde helemaal alleen al 16 jaar op het fort, in deze oase van rust midden in het gore havengebied onder de stinkende rook van Antwerpen.
We keken rustig rond, maar er was geen enkel tastbare herinnering uit die 80-jarige oorlog. Alles wat er nu staat is blijkbaar opgebouwd vanaf 1797, op de grondig en zorgvuldig afgebroken herinneringen aan mijn Jacques Tutelaer. Slechts de grond heeft nog zijn historische waarde voor mij behouden. Van hieruit informeerde kapitein Tutelaer gouverneur Willoughby in Bergen op Zoom over de ontwikkelingen aan de grens met de Spanjaarden. Zo ook op die 28ste augustus 1587, de admiraal van het Staatse leger bevond zich hier op de Schelde met de vloot. Samen met de kapiteins van zijn schepen had hij gisteravond geprobeerd enkele vijandige oorlogsschepen voor Antwerpen weg te slepen. Maar vanwege het heldere weer en het feit dat er enkele vissersboten op de rivier waren, werden ze een beetje te vroeg ontdekt, en werden de vijandelijke oorlogsschepen gewaarschuwd. De Staatsen werden teruggedreven door het geweld van het Antwerpse kanon, ‘welk geluid Uwe Hoogheid misschien wel heeft gehoord gisteravond’. Jaja, binnenkort dus 425 jaar geleden.
We verlaten het fort niet alvorens de vriendelijke man uitgebreid te bedanken. Hij was nog steeds onder de indruk en keek me aan ‘alsof ik de kapitein zelf was’. Zeker en vast wilde hij mijn emailadres, want de stadsarchivaris van Beveren zou beslist contact met me opnemen. Met m’n beste handschrift voldeed ik aan zijn verzoek. ‘Hoe voel je je nu’, vroeg Marijke bij ons derde kopje koffie buiten de poort. ‘Uhh wat zeg je . . . nou wat dacht je, geweldig’.
woensdag 23 mei 2012
Eerste stap naar één Europa
Het kan vlug gaan in een mensenleven. Mocht ik het eerste weekend van mei nog deelnemen aan het Nederlands kampioenschap werpnummers voor 60-plussers. In het tweede weekend van juni bij de baankampioenschappen atletiek moet ik alweer deelnemen bij de AOW-ers. Nou ja, met twee gouden en een zilveren plak in je achterzak zou je ‘gepast afscheid nemen’ van de jonkies kunnen noemen. Maar ik moet wel alweer over naar een oudere groep, en die worden ook steeds maar kleiner. Dat moest Jan Smit, de nestor van de werpvijfkamp in Nederland, ervaren. Hij was de enige deelnemer boven de 80 jaar en werd bot en bruut geweigerd! Voor een kampioenschap moet je minimaal met drie man zijn, de Atletiekunie haalt zomaar een pijnlijke streep door de sportieve ambities van een 80-plusser. En niet eens zomaar eentje, Jan Smit liet het eerste set werpgewichten overkomen uit Amerika en introduceerde de werpvijfkamp in Nederland. Dat was in Duitsland zeer zeker niet gebeurd! Op de eerste plaats zijn er veel meer ‘Deutsch-sprechende’, ze gaan ook nog langer mee, geven nooit op en die eerste wordt is altijd ‘Landesmeister’, al ben je de enige. Ze moesten van Nederland maar een nieuwe deelstaat van Duitsland maken.
Hebben jullie de laatste maanden die Haagse kleuterschool ook zo’n beetje gevolgd. Stomme vraag, dat kan natuurlijk niet anders, je schaamt je rot dat je op een van die ego-trippers gestemd hebt. Spelen Marcje-Maxiempje-Geertje zeven weken lang verstoppertje in en om het Catshuis, trekt die Geertje alsnog het stekkertje eruit. Doet ie eindelijk wat Tante-Sapje hem had voorgedaan, laat ie nu ineens 16 miljoen Nederlanders in de steek? Het gedoog-kabinetje is naar zijn mallemoer, wat een stelletje klojo’s denkt ‘bijna’ iedereen. ‘Volkomen onbetrouwbaar’ schraapt Maxiempje uit z’n schorre keel. ‘Ik zal je kapot maken tot de allerlaatste kamerzetel’ kakelt Marcje buiten camera, nu zonder die plastic glimlach. ‘Hèhè’, blèren Lies-Spies en Henk Ponybleeker in koor, ‘nu kunnen we die wetjes waar we toch al niet achterstonden weer terugdraaien’. Hoezo onbetrouwbaar? En alsof het afgesproken werk was, trok ook het CDA in Limburg de stekker uit de provinciale coalitie. Maar dat moet toch echt toeval zijn, afspraken in de politiek is net zoiets als ‘staakt-het-vuren’ in Syrië. En dan lees je ook nog een paar dagen later:
‘Limburgse gemeente- en provinciebestuurders hebben in meerderheid een opgelucht gevoel dat er een einde is gekomen aan de provinciale coalitie van CDA, VVD en PVV. Dat blijkt uit een enquête van het onderzoeksbureau OverheidinNederland.nl onder Limburgse raadsleden, wethouders, Statenleden, gedeputeerden, burgemeesters en waterschapbestuurders. Bijna 70 procent van die bestuurders oordeelt zelfs dat het provinciale CDA Limburg een dienst heeft bewezen door een einde te maken aan de coalitie met de PVV.’
Nou, daar zakt mij zelfs met mijn dikke buik de broek van af. Dat hadden ze mij ook kunnen vragen, ik denk dat die 70% zelfs 90% zou moeten zijn. Hier volgt een korte analyse van een ouder wordende atleet over de politiek in Nederland. Met verkiezingen mogen we ons heel democratisch scharen achter de partij die het dichtst bij ons staat. We stemmen op de vrouw of man die ons wel sympathiek lijkt en die we ‘onze belangen’ wel toevertrouwen. Bij ellenlange coalitievormingen wordt ‘met de ellebogen’ uit partijbelang voor de eigen punten een meerderheid bijeen geachterkamerd. Al die weloverwogen stemmen van de minderheid liggen dan al ‘tot het uiterste getergd’ in de prullebak. De oppositie laadt de jalouzie-batterij voor komende zinloze kamerdebatten. Met veel moeite komt er uiteindelijk een wankel prentenkabinet met grote en kleine ego-tjes. Vervolgens moeten al die trage bestuurders ‘in den lande’ overtuigd worden van een gewijzigd beleid. Uit pure weerstand tegen iedere verandering wordt elk gewijzigd beleid tegengewerkt. Op die manier worden ook de overwinnaars van de democratische verkiezingen bestuurlijk ‘in de zeik’ gezet door lamlendige ambtenaren. Vervolgens laat je een onderzoeksbureau onder diezelfde ambtenaren vaststellen dat die tegenwerkende bestuurders gelijk hebben en die domme kiezers het helemaal verkeerd gezien hebben. Alles wordt ‘politiek’ weer teruggedraaid, ‘bestuurlijk’ leunt weer heel lamlendig achterover en de ‘kiezer is weer aan zet’. Hoezo cynisch, dat komt allemaal omdat ze jou die 800 euro AOW gejat hebben. Oei, dat is nog altijd een open zenuw, maar ik heb wel een oplossing!
Na lang nadenken en met mijn achterban overleggen blijkt de oplossing heel simpel. Ik stel voor dat we Nederland aanbieden aan Duitsland als nieuwe deelstaat. Kunnen we dat hele circus in den Haag opdoeken, besparen minimaal 200 miljard, sturen die politici in plaats van ‘op wachtgeld’ naar het Westland ‘in de kassen’ en we hebben de eerste stap gezet naar één Europa.
En dat is niet het enige, denk er maar eens rustig over na, het kent voordelen te over. In één klap zijn we uit de recessie en hebben we weer veto-recht binnen Europa. De benzine-prijzen dalen met het ‘kwartje-van-Kok’, Bea kan eindelijk met pensioen en Willempie kan alsnog met Maximaatje naar dat bescheiden optrekje in Mozambique. En van dat opgefokte gedoe met die Nederland-Duitsland wedstrijden zijn we ook van af . . . .
Hebben jullie de laatste maanden die Haagse kleuterschool ook zo’n beetje gevolgd. Stomme vraag, dat kan natuurlijk niet anders, je schaamt je rot dat je op een van die ego-trippers gestemd hebt. Spelen Marcje-Maxiempje-Geertje zeven weken lang verstoppertje in en om het Catshuis, trekt die Geertje alsnog het stekkertje eruit. Doet ie eindelijk wat Tante-Sapje hem had voorgedaan, laat ie nu ineens 16 miljoen Nederlanders in de steek? Het gedoog-kabinetje is naar zijn mallemoer, wat een stelletje klojo’s denkt ‘bijna’ iedereen. ‘Volkomen onbetrouwbaar’ schraapt Maxiempje uit z’n schorre keel. ‘Ik zal je kapot maken tot de allerlaatste kamerzetel’ kakelt Marcje buiten camera, nu zonder die plastic glimlach. ‘Hèhè’, blèren Lies-Spies en Henk Ponybleeker in koor, ‘nu kunnen we die wetjes waar we toch al niet achterstonden weer terugdraaien’. Hoezo onbetrouwbaar? En alsof het afgesproken werk was, trok ook het CDA in Limburg de stekker uit de provinciale coalitie. Maar dat moet toch echt toeval zijn, afspraken in de politiek is net zoiets als ‘staakt-het-vuren’ in Syrië. En dan lees je ook nog een paar dagen later:
‘Limburgse gemeente- en provinciebestuurders hebben in meerderheid een opgelucht gevoel dat er een einde is gekomen aan de provinciale coalitie van CDA, VVD en PVV. Dat blijkt uit een enquête van het onderzoeksbureau OverheidinNederland.nl onder Limburgse raadsleden, wethouders, Statenleden, gedeputeerden, burgemeesters en waterschapbestuurders. Bijna 70 procent van die bestuurders oordeelt zelfs dat het provinciale CDA Limburg een dienst heeft bewezen door een einde te maken aan de coalitie met de PVV.’
Nou, daar zakt mij zelfs met mijn dikke buik de broek van af. Dat hadden ze mij ook kunnen vragen, ik denk dat die 70% zelfs 90% zou moeten zijn. Hier volgt een korte analyse van een ouder wordende atleet over de politiek in Nederland. Met verkiezingen mogen we ons heel democratisch scharen achter de partij die het dichtst bij ons staat. We stemmen op de vrouw of man die ons wel sympathiek lijkt en die we ‘onze belangen’ wel toevertrouwen. Bij ellenlange coalitievormingen wordt ‘met de ellebogen’ uit partijbelang voor de eigen punten een meerderheid bijeen geachterkamerd. Al die weloverwogen stemmen van de minderheid liggen dan al ‘tot het uiterste getergd’ in de prullebak. De oppositie laadt de jalouzie-batterij voor komende zinloze kamerdebatten. Met veel moeite komt er uiteindelijk een wankel prentenkabinet met grote en kleine ego-tjes. Vervolgens moeten al die trage bestuurders ‘in den lande’ overtuigd worden van een gewijzigd beleid. Uit pure weerstand tegen iedere verandering wordt elk gewijzigd beleid tegengewerkt. Op die manier worden ook de overwinnaars van de democratische verkiezingen bestuurlijk ‘in de zeik’ gezet door lamlendige ambtenaren. Vervolgens laat je een onderzoeksbureau onder diezelfde ambtenaren vaststellen dat die tegenwerkende bestuurders gelijk hebben en die domme kiezers het helemaal verkeerd gezien hebben. Alles wordt ‘politiek’ weer teruggedraaid, ‘bestuurlijk’ leunt weer heel lamlendig achterover en de ‘kiezer is weer aan zet’. Hoezo cynisch, dat komt allemaal omdat ze jou die 800 euro AOW gejat hebben. Oei, dat is nog altijd een open zenuw, maar ik heb wel een oplossing!
Na lang nadenken en met mijn achterban overleggen blijkt de oplossing heel simpel. Ik stel voor dat we Nederland aanbieden aan Duitsland als nieuwe deelstaat. Kunnen we dat hele circus in den Haag opdoeken, besparen minimaal 200 miljard, sturen die politici in plaats van ‘op wachtgeld’ naar het Westland ‘in de kassen’ en we hebben de eerste stap gezet naar één Europa.
En dat is niet het enige, denk er maar eens rustig over na, het kent voordelen te over. In één klap zijn we uit de recessie en hebben we weer veto-recht binnen Europa. De benzine-prijzen dalen met het ‘kwartje-van-Kok’, Bea kan eindelijk met pensioen en Willempie kan alsnog met Maximaatje naar dat bescheiden optrekje in Mozambique. En van dat opgefokte gedoe met die Nederland-Duitsland wedstrijden zijn we ook van af . . . .
zaterdag 21 april 2012
Holland's Best Hammer Thrower . . .
Ons koude kikkerlandje verwordt steeds meer tot één grote wedstrijd, één grote onderlinge competitie. Hebben we net The Voice of Holland verwerkt, krijgen we The Voice Kids. En wees nu eerlijk, dat was ook nog eens veel leuker dan de grote Voice. Daar tussen door draaide ook voor het eerst The Winner is. De afgelopen weken werden we alweer getrakteerd op de voorrondes van Holland Got Talent, een werkelijk hilarisch kleurrijk palet aan waar Nederland in zijn vrije tijd mee bezig is. Soms lachwekkend, soms meelijwekkend, soms verbazingwekkend. Intussen draait RTL alweer warm voor de volgende Idols en kunnen we ook weer inschrijven voor de volgende Voice. Chantal Janssen kwetterde gisteravond dat ze weer zin heeft in de Jongens tegen de Meisjes. Een hele legbatterij aan jonge meiden is aan het afvallen voor de volgende Holland Top Model.Om ons kijkers vooral scherp en competatief te houden hebben we Linda de Mol met Ik Hou van Holland, met de wie-kent-hem-niet ‘ai luf hollend bend’. Alsof dat niet genoeg is spelen we ’s zondagsavonds met Caroline Tensen Een tegen Honderd. Ben je te zwaar, geen punt, even kiezen uit Help, ons kind is te dik, Obese of SOS Sonja. Kleedt je schoonmoeder zich wat ordinair, inschrijven voor Hotter than my Daughter. Is je vrouw de hele dag aan het stofzuigen, biedt Help mijn vrouw is klusser de oplossing. Poetst ze helemaal niet dan kunnen we naar Hoe schoon is jouw Huis! Dat is toch allemaal om stapelgek van te worden, je zou er waanbeelden van kunnen krijgen.
Afgelopen nacht schrok ik plotseling wakker, net alsof ik struikelde, badend in het angszweet. ‘Wat is er?’ riep Marijke, die altijd alles meteen doorheeft. ‘Niks hoor . . ‘, loog ik, ‘ . . ga maar lekker slapen’. Maar met bonzend hart strompelde ik naar de badkamer om weer tot mijn positieven te komen met een glaasje water. ‘Potverdomme, wat unne kwats, hoe kun je nou zoiets stoms dromen?’.Ik had me ingeschreven voor Holland’s Best Hammer Thrower. Naast de kogelring zaten de drie juryleden: Dan Karaty, Patricia Paay en Gordon. Aan de andere kant van de ring zat ik keurig tussen een stelletje bloednerveuze kogelslingeraars. Robert ten Brink stelde iedereen op z’n gemak voordat het trainingspak uitmocht en we één-voor-één de ring in moesten. ‘Heb je er zin in?’, hoor ik hem plotseling tegen mij zeggen. ‘Hmmm . . ‘, krijg ik er net uit. ‘Ben je zenuwachtig?’, vervolgt hij. ‘Neeee . . ‘ stamel ik terwijl de staaldraad tegen de zwaar in het gras liggende kogel aantrilt en mijn samentrekkende maag het zuur tegen mijn gehemelte spuit. ‘Je mag . . .’, zegt Robert. Maar ik was net potdomme bezig om mijn trainingsbroek uit te trekken, vlieg verschrikt op en flikker meteen voorover. M’n broek hangt om m’n enkels en iedereen om me heen buldert van het lachen. Liggend in het gras ontdoe ik me zo snel mogelijk van m’n lange broek.
Maar zoals jullie wellicht weten, in een droom duurt dat meestal een eeuwigheid, het lukt van geen kanten.- ‘Ik ben een stuk handiger met mijn broek op de enkels, hahahaha . . . hihihihihi’, hoor ik Gordon gieren. Totaal in de stress sleep ik mijn altijd gewillige kogel achter me aan naar mijn podium, de kogelring.
- ‘What’s your name, and where do you come from . . . ?’, opent Dan Karaty heel beschaafd het bal. ‘Well . . . . ik ben Jan Titulaer en kom uit Baarlo, maar eigenlijk ben ik in . . . ‘.
- ‘Daar hebben we nu geen tijd voor’, schudt Patricia met haar te lange nagels het te strak zittende kapsel een beetje op, ‘zeg maar wat je komt doen!’. Totaal overdonderd kijk ik schuin omlaag naar mijn kogel, die helaas geen schouders heeft om op te halen. ‘Nou, eigenlijk wilde ik komen vioolspelen maar . . . ‘.
- ‘Nu gaan we niet proberen grappig te zijn, dat is mijn taak hier, ik zit hier heus niet voor de kat zijn viool, hahahaha . . . hihihihihi’.
- ‘Please, you may start . . . !’, wat een vriendelijke man die Dan.
Ik plaats mijn voeten zorgvuldig tegen de rand van de ring, gooi m’n kogel nonchalant naar rechts. Door de knieën zakken, rug recht, vooruit blijven kijken en beide armen gestrekt. Ik zwaai twee keer voor en zet de eerste draai in, dat gaat perfect. Kogelslingeren is echt mijn ding, heerlijk. De tweede draai gaat zo goed dat ik besluit er nog een derde achteraan te draaien.
In ‘wakkere’ toestand zou me dat nooit lukken. Ik blijf mooi laag tijdens het draaien en ik voel de middelpuntvliedende kracht in mijn kogel opbouwen. Bij de afworp strek ik beide benen fel uit en zwiep de kogel over de schouder in het veld. ‘Viewiewiewiep . . . ‘, zingt de draad in de splijtende lucht. Het lijkt een eeuwigheid maar hij valt ‘boeoeoevvv . . .’ neer en vernielt daarbij een beetje het gras. Wat een machtige worp, ‘goed gedaan schat’ hoor ik Marijke zeggen boven het ovationele applaus uit. Vol trots loop ik in de richting van Dan, Patricia en Gordon voor hun ‘final judgement’.- ‘Ik vond er geen bal aan’, opent Gordon, ‘misschien als je die motorhelm onder je shirt had weggehaald, hahahaha . . . . . hihihihihi’. Wat een slap gelul dacht ik, ‘dat zijn keiharde buikspieren, klojo, jij met je verlepte slappe-lach-spieren’.
- ‘Nououwww, als je dat smoezelige T-shirt de volgende keer uitdoet, dan wil ik je nog wel een keertje zien . . .’, kraait Patricia sensueel met half geopend mondje, ‘. . . . ik ben toch wel nieuwsgierig geworden naar die verborgen schouderpartij!?’. Zie ik daar een druppeltje slijm in een van die mondhoekjes weglopen, of is dat lekkende botox?.
- ‘Nice job, Jan, really nice job man, but . . . . your performance needs to improve the choreography. Use the whole stage and involve the audience in it. Make your movements more outgoing, make it look like a dance-act’.
- ‘Misschien moet je het eens met twee ballen proberen . . . . . hahahaha . . . . . hihihihihi’.
Nou is het me potverdomme genoeg, ik draai hem zijn nek om. Ik loop op hem toe, maar mijn sportbroekje zakt op mijn enkels, ik flikker alweer voorover en met een schok wordt ik wakker.
Ongelooflijk dat je zo’n nonsens kunt dromen, waar halen mijn hersenen die onzin toch vandaan?
maandag 9 april 2012
WK-Indoor Masters . . . kogelwerpen?
Bijgaand artikeltje was te lezen in de Limburger van ‘goede vrijdag’ 6 april! Helaas 5 dagen te laat voor een 1-april-grap en te weinig passie voor Goede Vrijdag. De Limburger praat over kogelwerpen, en dan moet ik toch weer stiekem glimlachen. ‘Daar heb je weer zo’n sportverslaggever die er de ballen verstand van heeft. Eentje die denkt dat dwergwerpen en trimmen Olympische disciplines zijn!’. Met kogelwerpen wordt hier naar alle waarschijnlijkheid gewichtwerpen bedoeld, weliswaar sinds 1930 geen Olympische discipline meer. Maar bij de Masters een zeer gewild onderdeel, bovendien één van de vijf disciplines van de werpvijfkamp.Daarom wat meer informatie! Van 3 t/m 8 april werd in het Finse Jyväskylä onder auspiciën van de World Masters Association (WMA) het WK Indoor Atletiek georganiseerd (zie Website WK-Indoor Masters 2012). Uit meer dan 50 landen schreven zo’n 3000 Masters (veteranen) in, waaronder 35 atleten en atletes uit Nederland. Bij de medailleverdeling nam Nederland een prachtige 8ste plaats in, met 37 medailles. Negentien wereldkampioenen, acht zilveren en 10 bronzen medailles! Voor de werp(st)ers zijn er vijf kampioenschaps-onderdelen. Twee worden indoor afgewerkt, kogelstoten en gewichtwerpen. De overige drie outdoor in de Finse sneeuw: discuswerpen, speerwerpen en kogelslingeren.
De werp(st)ers Gonny Mik, Michel Leinders, Ingrid van Dijk en Erwin Suvaal behaalden samen 4 keer goud, 3 keer zilver en 3 keer brons. Daarmee onderstrepen zij nog eens het kwalitatieve en kwantitatieve aandeel van het Nederlandse werpen binnen de (Masters)atletiek. Helaas blijft dit door de vaak slecht geïnformeerde sportjournalistiek ondergesneeuwd.Uit onze regio was de 50-jarige Michel Leinders (Unitas Sittard) in zijn klasse veruit de beste werper tijdens het afgelopen WK-Indoor voor Masters. Goud met kogelslingeren met 54,24 meter, goud met gewichtwerpen met een nieuw Nederlands record 18,41 meter en zilver op discuswerpen met een mooie afstand van 48,34 meter. Net geen meter achter de Deen Tom Jensen, die 49,33 meter liet aantekenen!
Die de resultaten nog eens rustig wil doorkijken, verwijs ik naar: Uitslagen WK-Indoor.
Abonneren op:
Posts (Atom)



















