vrijdag 29 april 2011

Hans Fischer overleden

Het zal jullie waarschijnlijk niets zeggen, maar Paasmaandag is tengevolge van een slepende ziekte Hans Fischer overleden op slechts 65-jarige leeftijd. Ik kende hem als de drijvende kracht achter de atletiekvereniging LAV Hückelhoven. Sterker nog, hij bleef tot het allerlaatste de alom aanwezige luidruchtige dieselmotor. De laatste keer, het is pas een paar weken geleden, kon hij al niet meer lang staan en reed met z’n auto tot dichtbij de kogelslingerkooi om van daaruit de regie over de wedstrijd te voeren. Ik liep naar hem toe en stak mijn hand toe. ‘Tag Jann, schön das Du wieder da bist, wie gehts . . ?’. ‘Gutentag Hans, wie geht es Dir, das ist viel wichtiger’. Zijn opgeblazen hoofd sprak eigenlijk boekdelen, maar hij deed me geloven dat de chemokuren nog tot juli doorgingen, en dat ze aansloegen!?

Groot was de verslagenheid onder de atleten en atletes op de werpdag afgelopen Paaszaterdag: ‘het ging erg slecht met Hans’. Het was alsof iedereen zijn uiterste best deed om de wedstrijd nog beter te laten verlopen, zowel de organisatie als de deelnemers. Maar het kon het grote gemis van de grote man bij Hückelhoven niet verbloemen. We hebben nog een groepsfoto gemaakt en die opgestuurd naar hem en zijn dierbaren. Ik betwijfel of hij dat nog gezien heeft, maar daar gaat het niet om. We hebben hem gemist en die dag respectvol opgenomen in ons midden. Twee dagen later is hij overleden.

Vanmorgen was de afscheidsdienst, rustig, kalm en ingetogen. Eigenlijk hoorde dat niet bij Hans, hij was immers altijd gedreven, nogal luidruchtig en zeker niet ingetogen. Ik besefte nog meer dat met de dood droefheid overgaat in complete rust. Zijn pupillen zaten aangeslagen in de kerk met T-shirt van LAV Hückelhoven, de voorzitter kwam in zijn toespraak even niet meer uit zijn woorden. Hans bleek zich ook al even nadrukkelijk met de plaatselijke politiek te hebben bemoeid, eerst vanuit de FDP, later met een eigen partij. Nog meer begreep ik waarom dat we zo’n goede klik hadden.

Na de wedstrijd hebben we nog wel eens een ‘vierkante-tafel-conferentie’ gehouden met een fles bier voor ons. Onderwerp was het redden van de ondergang van ‘de technische atletiek’ en hoe verrekte weinig de clubs eraan doen om de jeugd enthousiast te maken voor die machtige technische disciplines. We waren het roerend met elkaar eens en probeerden ieder op onze eigen manier daar wat aan te doen. En de manier waarop Hans de werpnummers opstuwde was zeker niet rustig, kalm en ingetogen.

Jaja hoor ik insiders meedenken, hij deed dat ook voor zijn dochter Lisa en zoon Jan. Natuurlijk was het voor hem belangrijk dat beide kinderen talentvol zijn. Maar hij verzamelde wel een clubje werp(st)ers om hen heen en organiseerde bijna maandelijks wel een wedstrijd. En nooit te goed om welke taak dan ook daarbij in te vullen. Op ’t laatst ging het bukken niet meer zo goed als hij de afstanden moest opmeten. Zonder zich te bukken ging hij met z’n rechtervoet op de afdruk staan, ging met z’n linkervoet op het meetlint staan en trok het meetlint zover omhoog tot de exacte afstand tussen linkervoet en rechtervoet was bereikt. ‘Kijk hoe die meet, dat klopt toch niet’, waagde een of andere onbenul. Boze blikken schoten vuur in zijn richting: ‘zoals Hans dat doet is het immers altijd goed’.

Hans, bedankt voor alles wat je voor de atletiek en in het bijzonder het kogelslingeren hebt betekend. Zeker niet rustig, kalm en ingetogen. Je was een man naar mijn hart, iemand die je blijvend gaat missen.

vrijdag 8 april 2011

Erger moet het niet worden

We zitten aan een kraakheldere Tarn, die zich haastig voortspartelt tussen indrukwekkende rotsmassieven naar iets wat me nu even niet interesseert. In de verte hangt het viaduct van Millau als een kunstig spinneweb boven een indrukwekkende kloof. Boven ons cirkelen een paar Delta-vliegers, die optimaal profiteren van de thermiek boven die mooie Gorges du Tarn. Het is 28⁰, strakblauwe hemel, Marijke nipt aan een witte wijn, aangelengd met koele spa en ik slurp aan m’n laatste blikje bier van de Aldi. Erger moet het niet worden.

Ik moet eerlijk bekennen, het leven van een vroeg-gepensioneerde kent soms van die dagen dat je denkt ‘nou ja, dat had wel beter gekund’. Die leveren dan soms bewust of onbewust wat lullige irritaties op van ‘wie gaat er koken vandaag’ of ‘ik kan er toch ook niks aan doen dat die Fransen zo graag gehurkt poepen’. Een vrolijk bedoelde opmerking van ‘ze hebben in ieder geval altijd een schone bril’, scoort op zo’n dag dan meestal een dikke onvoldoende. Erger moet het niet worden.


Maar de afgelopen week hebben we geen klagen. Wat wil je, we hebben stralend weer, we mijden de ‘Autoroute’ en de alternatieve weg langs de noordkant van de Pyreneeën is adembenemend. Als er weinig te beleven valt, laten we André Hazes de stilte vullen in de camper, waarbij we wel steevast ‘eenzame kerst’ wegdrukken. Marijke heeft de kaart op schoot en voorspelt exact elke scherpe bocht en ieder volgend interessant bergdorpje. De verdere communicatie omvat voornamelijk opmerkingen en bevestigingen. ‘Kijk rechts die besneeuwde toppen’, ‘ja, prachtig’. ‘Heb je die kleine wijnrankjes gezien’, ‘ja, het lijkt wel Lanzarote’. ‘Wauw wat een rotsen’, ‘ja, dat is echt kicken om daar tussen te rijden’. ‘We moeten stoppen Jan om wat te eten’, ‘ja schat, je vergeet gewoon de tijd met al dat moois’. Erger moet het niet worden.


We hadden een mooie camping vlakbij de Middellandse Zee in Port Leucate. Bij de ‘Acceuil’ glimlachte de jongeman dat we de mooiste plek kregen. En dat klopt, we waren de enigen dus we konden uitzoeken. Dat valt niet altijd mee, soms vind ik het prettig als ze ons gewoon een exacte plek aanwijzen. Een Nederlands echtpaar zoekt in tegenstelling tot ons resoluut een plek, maar blijkbaar hebben ze een probleem. Aangezien problemen oplossen mijn eertijds beroep was, stap ik op de vrouw af. ‘Kan ik misschien helpen’. ‘Dat weet ik niet, maar we hebben geen Franse stekker’. ‘Ooh maar dan kunnen jullie bij ons inpluggen, moet je wel naast ons komen staan’. De vakantie keert terug op hun gezicht en wij hebben aan Willem en Alie leuke gezellige buren. Aan de overkant rijdt een Duitser minstens tien keer ‘hin und her’ totdat mevrouw het goed vindt. Het zal toch niet, ze pluggen keurig in de elektriciteitspaal en blijven afwisselend op en neer lopen tussen camper en paal. Ik zie dat mevrouw heel intelligent met de waterkoker bij de paal heet water regelt. Ik vermoed inmiddels het probleem en benader voorzichtig met ‘gutentag, entschuldigen Sie bitte aber ich vermute es liegt am Hauptschalter in Euer Wohnmobil’. Er komt geen reactie, en op een hautaine wijze wordt me de rug toegekeerd. Het blijft die avond donker aan de overkant. Maar daar bleef het niet bij, Marijke moest snel onze stoelen redden voor een gehaaste Fransman die zijn camper één meter naast ons wilde persen. Gelukkig vond zijn vrouw dit niks en vond zij een dwarse opstelling over twee plekken een betere oplossing. Ik kan er niks aan doen, maar ik moet altijd even kijken hoe ze uitpakken. Nou, en deze pakte echt groot uit, luifel uitgedraaid, vloerkleedje, grote tafel, vier stoelen (voor elk twee), kleine tafel met een electrische gril en serieus, er werd een alarminstallatie bevestigd compleet met rode lamp! Maar het leukste kwam nog, ‘monsieur’ ging de antenne richten en dat duurde wel erg lang. Hij bleef in en uit lopen, keek schichtig naar de stand van onze antenne, vloekte zich weer naar binnen en de antenne maakte aanhoudend totaal overbodige draaibewegingen. Er werd druk getelefoneerd, eerst rustig maar al snel met enige stemverheffing. ‘Madame’ had een plekje in de zon gezocht. Ik begon te twijfelen ‘zal ik hulp aanbieden met onze beeper’, maar soms denk ik ‘hij kan me ook vragen’. Erger moet het niet worden.

Als jullie denken dat ik iets gefantaseerd heb, nee, absoluut niet! Misschien een klein beetje overdreven, ja, kan zijn. Maar rondtrekken door Frankrijk zonder vooropgezet plan met zijn tweetjes is meer dan met toegevoegde waarde af te doen. Erger moet het niet worden.

maandag 4 april 2011

Geen wonder, wel ‘la Promesse’

We hebben nu een paar ‘mindere’ dagen achter de rug, maar ja, dat is goed voor onze zonnebrand. Staan nu aan de Arize, een snelstromend riviertje aan de voet van de Pyreneeën. Het bijbehorende plaatsje heet La Bastide-de-Sérou, maar dat mag geen naam hebben. Nog een Nederlands echtpaar heeft een huisje bezet, voor de rest is de camping compleet desolée. Volgens de vriendelijke beheerders Brigitte en Dominique wordt het vanaf morgen weer schitterend weer, maar dat gaan we vanavond op Zoover nog controleren. Als het goed is gaan we morgen ‘voor ’t eerst’ met de fiets op pad, in de hoop tussen de middag een ‘plat-du-jour’ te kunnen scoren. Overmorgen trekken we dan verder naar Port Leucate aan de Mediterranée, een stukje boven Perpignan. En van daaruit weer in ‘kleine’ etappes naar het Noorden.

Gisteren was een druilerige dag. ’s Morgens van Salies-de-Béarn langs de Pyreneeën over Lourdes naar Bonrepos gereden. Met onze dikke camper zijn we kris-kras door de smalle straatjes van Lourdes gereden, een paar politie-agenten stonden zeer verbaasd naar ons twee Ollandees te kijken. Ongetwijfeld hebben ze gedacht ‘laat ze maar, misschien zien ze het licht bij Maria’. Maar in de ‘Nom-de-Dieu’ vonden een we camperplekje, ongeveer een half uur lopen van de Grot waar Maria 150 jaar geleden aan Bernadette verscheen. Tussen de vele winkeltjes, volgestouwd met religieuze prullaria, zijn we door de miezer-regen helemaal naar de grot gewandeld. Het was een toch wel indrukwekkende maar korte pelgrimstocht, en (totnogtoe) hebben we geen wonder kunnen vaststellen.

Via een te smalle landweg gingen we op zoek naar camping ‘La Promesse’ in Bonrepos. Toen we méér dan twijfelden of we wel goed zaten, vroegen we een Franse boer met nonchalant een schop over z’n schouder gedrapeerd, naar de weg. Maar blijkbaar sprak hij geen Frans, want hij haalde zijn schouder op en liep nietszeggend verder. Na stug en eigenwijs doorkarren zagen we eindelijk een kerk en een ‘mairie’, toch maar weer stoppen en vragen naar camping ‘La Promesse’. Om zeker te zijn lieten we een Franse dame onze campinggids lezen. Ze keek naar links, wreef over haar kin en wees naar rechts. Terug richting Galan en na twee kilometer bij een bruggetje daar moest het zijn. Onderweg moest ik onwillekeurig denken aan die sketch van van Kooten en de Bie, ‘Do iest de Baanhoof’. Toen ze in de 2de wereldoorlog de Duitsers verkeerd hadden gestuurd. Middenin het dorpje Galan toch maar besloten om op te bellen. Een Belgische vrouwenstem onderbrak me met ‘iejen oëgenblikske, hier komt munne dochter’. Hèhè, weer terug langs dezelfde weg en voor dezelfde mairie in Bonrepos. Maar niks camping, en net voordat een hartgrondige vloek in me opkwam, zag ik een meisje met beide armen zwaaiend de berg afkomen. Camping ‘La promesse’, hetgeen de verwachting betekent, was gevonden.

Een te grote poort zwaaide open, vier honden besprongen blaffend onze goed onderhouden camper, we reden een grindpad op, en de grote poort sloot zich achter ons. We stappen uit, twee honden bespringen Marijke en ik been onderzoekend door naar wat de camping zou moeten zijn. Op een berghelling, gedrapeerd met stevige hondendrollen, staan ‘ongetwijfeld al jaren’ een vijftal kleine caravans met van die zelf getimmerde bouwwerkjes ervoor. Ik weet niet, maar ze deden mij meteen denken aan de sloppenwijken in Djakarta. Hier kon ik onmogelijk en ook maar enigszins verantwoord onze mooie camper aan wagen. Teruglopend naar Marijke was de ‘vrouw-des-huizes’ duidelijk aan het expliceren dat de niet rechte oprit de enige optie was. Maar ja, met wat extra houtwerk onder onze oprijblokken, stond hij nog wel scheef maar het moet maar voor één nacht. ‘Pas op voor de hondendrollen’ fluisterde Marijke. Jullie begrijpen intussen, camping La Promesse voldeed niet aan onze verwachting. Maar je bent moe, het weer werkt niet mee en ga nu nog maar eens wat anders zoeken. En klagen bij de samensteller van de campinggids heeft ook geen zin, want hier komen we toch nooit meer.

We zitten eindelijk binnen, en ik probeer zoals iedere dag de antenne gericht te krijgen, er wordt geklopt. ‘Of we zin hebben in een kop koffie?’. We kijken elkaar aan, zullen we dat wel aandurven? ‘In vijf minuutjes is ie klaar!’, klinkt het resoluut. En even later zitten we in een prachtig Maison-du-Maitre aan een lekkere mok koffie en een stevig stuk tarte-de-pommes. Oma Lilian, moeder Tanja en aangenomen dochter vertellen over hun olijk bestaan en de daarbij horende zeldzame geheimpjes in Bonrepos. Als de wijn op tafel komt besluiten we ons terug te trekken in ons eigen Maison-wat-Kleiner.

Als we ’s morgens afrekenen bij oma blijkt er niets meer te kloppen van onze moeizaam opgebouwde prijs-kwaliteit-standaard, we hebben deze reis nog niet zoveel betaald voor één nachtje. Dus als jullie een camping La Promesse tegenkomen in Frankrijk, schuw het avontuur niet, maar verwacht ook niet teveel!

vrijdag 1 april 2011

Groeten uit Esperbasque

We zitten in onze camper op Camping Esperbasque. In Zuid-Frankrijk aan de voet van de Pyreneeën, besneeuwde bergtoppen versieren de achtergrond, vogeltjes fluiten alsof het een lieve lust is, Marijke zit te breien en de televisie staat aan. Het was alweer een prachtige dag, ruim 20 graden, lekker de hele dag buiten gezeten in de korte broek, wie doet ons wat. Ik heb zelfs nog wat getraind, bergaf gooien gaat veel beter en je komt er een stuk verder mee. Marijke zat te genieten van haar e-reader en had moeite om de kippen op afstand te houden terwijl de poes zich al aardig thuis voelt bij onze camper. Voor de rest verandert er totaal niets, er gebeurt niks spannends in ons ‘bejaarde’ leventje, de televisie staat aan en we hopen toch stiekem dat tijdens onze afwezigheid alle belangrijke problemen zich oplossen.

Er is een voorbeschouwing van ‘Mannenbroeders van Kootwijkerbroek’ op Nieuwsuur. Tien jaar geleden werden in Kootwijkerbroek duizenden runderen met harde hand ‘vermoord’, op verdenking van MKZ. Het streng gelovige en oh zo brave Kootwijkerbroek kwam in opstand en de ‘overheid’ moest de ME en waterkanonnen inzetten om het volslagen nutteloze te forceren. We dachten dat je in Nederland onschuldig was totdat de schuld bewezen is, maar dat geldt blijkbaar niet voor brave boeren en stomme runderen. En na tien jaar ‘met de kennis van nu’ is nog steeds niet aangetoond dat de dieren besmet waren. We luisteren geboeid en respectvol naar de mannen en vrouwen uit Kootwijkerbroek, kijken naar de hartverscheurende beelden en pakken een volgende chocolade-eitje.

Gisteravond kwam nog zo’n typisch Nederlands probleem ter sprake. In de afgelopen 10 jaar bleek dat er zo’n slordige 33 miljoen was geïnvesteerd in het probleem ‘Marokkaanse jongeren’. Met open mond zaten we naar een gedetailleerde analyse te luisteren, waaruit bleek dat er werkelijk niets van terecht was gekomen. Nee, in geen van de 25 gemeentes bleek ook maar een klein succesje te noteren, het had geen steek geholpen, weggegooid geld. Inzet van straathoekwerkers, buurthuizen, Marokkaanse vaders, succesvol ‘gereïntegreerde’ criminelen, nee, niks had geleid naar een positief resultaat. Zelfs niet die stiekemerds die de ‘boetes’ voor de Marokkaanse jongeren betaalden.

Ik tuur naar de ondergaande zon in de besneeuwde bergtoppen. Hoe kan het dat onze ‘overheid’ er tien jaar geleden in slaagde om met ‘geweld’ een braaf dorp te overrompelen met een achteraf compleet zinloze slachting van hun complete levende have. Hoe kan het dat diezelfde ‘overheid’ er in die tien jaar niet in slaagt, zelfs niet met inzet van ’33 miljoen’, om enkele groepjes straatjongens in het gareel te krijgen.

Binnen staan de paaseitjes nog steeds op tafel, nu naast een lekkere kop thee. We zijn al ruim twee weken op pad, en we genieten van onze ‘vrijheid’ en het prachtige weer. Nou ja, mijn knie verdraaid in Gent, maar dat is bijna weer vergeten. We waren getuige van de geboorte van drie geitjes, geweldig. ‘De lente is begonnen’ zeiden we gelijkertijd naar elkaar. De ontdekking van een prachtige bloem zonder bladgroen vonden we heel mooi, alleen de daarbij opgespeurde naam ‘schubwortel’ viel wat tegen. En nu staan we in Esperbasque op een bijna lege camping in een overweldigende omgeving.

Gegarandeerd slapen we weer lekker vannacht, zeker na twee ‘borrels’ en na twee keer proosten. Onze kleinzoon Johan is alweer 11 geworden en vrienden van ons trekken vanaf vandaag van Drees. Maar ook zal ik me nog wel een paar keer omdraaien in m’n bed. Waar haalt onze ‘overheid’ toch die plotselinge (over)moed vandaan tegen brave burgers en gezonde beesten, en hoe is dat jarenlange laffe ballenloze gedrag te verklaren tegen die groepjes vervelende snotneuzen.

maandag 14 maart 2011

Er zijn belangrijker dingen

Het is alweer een hele tijd geleden sinds mijn laatste ‘blog’, maar ik was jullie niet vergeten. Hoogstens een beetje verwaarloosd, waarvoor excuses. Ja, er was genoeg om over te schrijven, het winterseizoen is inmiddels (bijna) afgesloten met het NK-indoor (3e geworden met kogelstoten), en we hebben ‘outdoor’ alweer een paar wedstrijdjes gehad. Gisteren nog in Hückelhoven (D) meegedaan met een driekampje: kogelslingeren (39,54), gewichtwerpen (15,86) en ‘steinstossen’(9,00). Voor de rest ben ik iedere dag bezig met een nieuw project: een familiegeschiedenis. Mijn zoon heeft me op het idee gebracht om naast een genealogie (uitgegeven in 1985) alle bijzondere gebeurtenissen van de familie Titulaer te vervatten in een familieroman. Nou, en dat is veel werk!

Maar ja, er waren belangrijker dingen. De prachtige Arabische lente werd wreed verstoord door die eigenwijze Khadaffi. Europese politieke leiders twijfelen tussen het aanhouden van hun ‘schaamteloze’ relatie met die dictator en het stoppen van zijn ‘moordmachine’. De verrichtingen van Ireen Wüst en Bob de Jong op het WK schaatsen werden naar de achtergrond geschoven door de vreselijke beelden van de aardbeving en tsunami in Japan. Wie praat er nog over de verkiezingen en dat de PVV de grootste partij in Limburg is geworden . Een ongekende ‘ramp’ voor het CDA, hoe heeft dat kunnen gebeuren, ze snappen er geen reet van. Ze hebben van schrik zelfs de campagne-borden in Baarlo vergeten weg te halen. Zou het misschien toch de arrogantie van de macht zijn, waarvoor ze nu afgestraft worden. Bij die afgevaardigden horen immers gezichten, sommigen ken ik wel, misschien terecht dat ze nu een draai om de oren hebben gekregen, ik kan me dat zelfs wel voorstellen. Hopelijk leidt dit tot enige zelfreflectie, en dat de PVV dat beter gaat doen? Ik weet het niet, we wachten dat maar eens rustig af, net als het proces tegen Geert Wilders.

Maar toch, er zijn belangrijker dingen. Onze camper staat alweer voor de deur en is ‘indoor’ en ‘outdoor’ afgesopt. De laatste dagen is hij weer compleet ingericht en volgestouwd met allerlei dingen die we verwachten in de komende zes weken nodig te hebben. Morgenvroeg vertrekken we naar camping Blaarmeersen in Gent, direct naast het terrein en de topsporthal waar het EK-indoor Masters wordt gehouden. Ja hoor, ze hebben het weer geregeld, van 16 t/m 20 maart wordt dat weer genieten van ‘ouderen-atletiek’. We zullen jullie op de hoogte houden. Het dagelijks volgen op http://www.atletiek.nl/ of http://www.evaci2011.be/nl/ kan natuurlijk ook. Ik doe mee met kogelslingeren en gewichtwerpen bij de mannen 60. Doelstelling is het halen van de finale en voor de rest gewoon genieten.

En gebeuren er aansluitend nog belangrijke dingen. Dat is zeker, want aansluitend aan Gent gaan we de complete vastenperiode contemplatief doorbrengen aan de voet van de Pyreneeën. Gedurende die tijd zal niemand last van ons ondervinden, maar de eerlijkheid gebiedt wel te vermelden dat we onze dierbaren toch wel zullen missen. We zullen aan jullie denken, en dat is zeker toch belangrijk genoeg . . .

zondag 13 februari 2011

Het werpseizoen is weer begonnen

De 2e zaterdag van februari is in werperskringen sinds lange tijd een bijzonder moment. Nee, het heeft geen fluit te maken met Valentijnsdag, want dat vieren we niet. Aan die flauwekul van die moderne, erbij gefantaseerde, commerciële feestdagen doen we niet mee. Er zijn geen (geheime) liefdes die ik zou moeten vereren met wat extra aandacht. Nee, of toch, misschien een beetje ver gezocht, maar die steenkoude slingerkogels en werpgewichten worden liefdevol van de garagemuur getild en krijgen een paar druppeltjes olie in hun stramme scharnieren. Ze mogen weer naar buiten, ze mogen weer dansen en fluiten door de lucht. Het winterwerpen bij Eindhoven Atletiek luidt traditioneel de overgang naar het nieuwe baanseizoen in. Onze kennissen in Frankrijk hebben al gebeld, zij kunnen al lekker buiten koffie drinken onder het luidruchtig noordwaarts trekken van de eerste kraanvogels. Ik voel me ook al een beetje opgewonden, maar wat wil je, na alweer een vervelende longontsteking en de daarbij horende te lange verplichte trainingspauze.

“Hoe zal het gaan, hoe ver zal ik nog kunnen gooien?”. Marijke, kun je me even de rug instrijken?”. Nog liefdevoller als ik die kogels van de muur til, strijkt Marijke mijn rug in met een soort Midalgan. “Ik ga vandaag voor 38 meter kogelslingeren en 15 meter gewichtwerpen”. Marijke zwijgt, maar slaat het ongetwijfeld op.

Het eerste halfuur op sportpark de Hondsheuvels wordt besteedt aan handjes schudden, een paar kusjes uitdelen en “heej, ook hier, hoe is ’t ermee”, “potverdomme, je ziet er nog goed uit”, “hartstikke leuk jullie weer te zien”. Gezellig worden wat tafels bij elkaar geschoven en we drinken samen koffie. We kijken neer op het zeiknatte sportveld, het lijkt wel één grote modderpoel en het miezert aanhoudend. Maar niets kan ons vandaag nog tegenhouden, wel goed dat we een paar extra droge sokken hebben meegenomen. De wedstrijden beginnen en het elkaar stimuleren, het overladen met positieve kritieken neemt een aanvang. Maar met wie zit ik daar op de foto, dat is toch niet Marijke? Neeeee, dat is Annie, we zijn van hetzelfde bouwjaar en proberen sinds mensenheugenis continu onze technieken bij te schaven. “Annie, bij het ingaan van elke draai zie ik je verkrampen, je forceert te veel. Een beetje meer ontspannen en hou je hoofd recht”. “Oohh ja ?, dank je Jan”. “Wat me bij jou opvalt is dat je te wijd stapt, je moet even langer met rechts blijven drukken voordat je omstapt”. “Okay Annie, ik zal erop letten”. Net als we elkaars opmerkingen in onze hoofden proberen om te zetten naar de praktijk van de volgende poging, knipt Henk deze foto.

Het wordt een gezellige, drukbezochte wedstrijd. De jury heeft het zeker niet gemakkelijk onder deze omstandigheden. Slingerkogels zuigen zich diep vast in het natte gras, na iedere poging moet het water met een trekker uit de ring worden geveegd. De contouren van laarzen en de kleur van broekspijpen gaan verborgen onder een dikke laag modder. Na afloop van de wedstrijd klinkt spontaan een luid applaus voor het jurycorps, wat moesten we beginnen zonder hen. Boven in de kantine zitten onze dames te wachten. “Enne . . .” vraagt Marijke. “38,92 met slingeren en 15,83 met gewicht . . . “. “Goed gedaan schat, heb je zin in een kop erwtensoep?”. De twee bij elkaar geschoven tafels vormen het middelpunt van een uurtje gezelligheid. Wijn, trappistenbier, bitterballen en pinda’s kleden het decor voor een kringgesprek werperslatijn, daar kan geen Valentijn tegenop.

donderdag 3 februari 2011

EK-indoor, het getreiter is alweer begonnen

Van 16 t/m 20 maart wordt bij onze Belgische buren het Europees Kampioenschap Indoor Atletiek voor Masters in Gent georganiseerd. Voor de leken onder ons betekent dit, dat de moeder aller sporten in het door de interne politieke strubbelingen zo verscheurde België neerstrijkt. De oudere atletes en atleten gaan vijf dagen in een gigantisch sportfeest met elkaar in de weer om de bronzen, zilveren en gouden plakken. In totaal hebben zich 3406 deelneemsters en deelnemers uit 44 landen gemeld. Getalsmatig stelt dat niet veel voor, een 1ste divisieclub zou desondanks blij zijn met zo’n toeschouwersaantal, maar indrukwekkend is dat niet.

Zelf heb ik ingeschreven voor kogelslingeren en gewichtwerpen, en ik verheug me er ontzettend op. Niet dat ik kans maak op een plek op het ereschavotje, nee, maar een plaats bij de eerste 10, dat zou wel leuk zijn. En om eerlijk te zijn en bij datzelfde niveau van die 1ste divisieclub te blijven, die kans is best wel reëel. In totaal zijn er zo’n 20 programma-onderdelen verdeeld over zo’n 10-tal leeftijdsklassen en niet te vergeten, de twee sexen. Ervan uitgaande dat iedereen voor twee nummers inschrijft kom je op zo’n 16 deelnemers per onderdeel. Natuurlijk is dit allemaal statistiek, en waar het feitelijk om draait is het ‘plezier in de atletiek’. Ik hoop dat er een paar sterke beren meedoen met kogelslingeren en gewichtwerpen, om voorzichtig een paar woorden mee te wisselen. Me te verwonderen waar ze die kracht en techniek ‘op die leeftijd’ vandaan halen. Met open mond en met handen klappen mijn bewondering uit te drukken voor die ‘nog betere’ prestaties. Te genieten van het feit dat ik daar nog tussen mag staan, daar gaat ’t om, ik kan gewoon niet wachten.

Toch zijn er van die vervelende individuen, die ‘te vroeg’ in de pen klimmen en de eerste statistieken alweer inzet te maken voor de eerste treiterijen. Bij voorbaat vinden dat zij lekker weer met méér deelnemers komen en andere ‘sukkels’ denigreren dat ze met zo weinigen komen. Ja, en jullie kennen me intussen, ik erger me daaraan. ‘Trek je daar toch niks van aan’, zegt Marijke dan maar weer. En ze heeft héél vaak gelijk, maar soms moet ik dat getergde gevoel even van me afschrijven. Alhoewel, je kunt ook statistiek met statistiek bestrijden. Laat ik nu eens de zeven landen met de meeste inschrijvingen analyseren. Als ik nu eens de inschrijvingen relateer aan het aantal inwoners van dat land, het grondoppervlakte dat ze met land veroveren hebben overgehouden en wat ze daarmee op jaarbasis weten te verdienen! Lijkt me een eerlijke vergelijking, nietwaar, hierboven het resultaat. Als het niet duidelijk te lezen is, moet je even op de afbeelding klikken!

Hèhè, wat een geruststelling. België staat als gastland helemaal bovenaan, klasse, onze sympathieke zuiderburen verwelkomen Europa op een zeer gepaste wijze. Ik zal mijn Belgische companen knuffelen, laat die politici en statistici maar aankloten, atletiek verbroedert. Samen actief en sportief dingen doen waar we (denken dat we) goed in zijn. Maar Nederland staat toch maar weer op een keurige tweede plaats, niet zanikken van ‘alweer die tweede plaats’, het is gewoon iets om voordat het eerste startschot valt al trots op te zijn. De kleintjes gaan in sportieve zin de beide Europese grootmachten Duitsland en Frankrijk vooraf. Potverdorie wat een geruststelling, laat het EK nu maar beginnen. Potverdomme, waar ben ik eigenlijk mee bezig? Haal die slingerkogels uit de garage en ga op de frisse lucht . . . .

zaterdag 22 januari 2011

Een commissie-vergadering

Het is mistig buiten en het miezert, gelukkig kent mijn auto intussen de weg van Baolder naar Remunj. Rond sportpark de Wijher staan ouders onder de parapluie of weggedoken achter hun opstaande kraag, handen diep in de zakken. Enthousiaste trainers haasten zich om spullen klaar te zetten, de ongeduldige jeugd in blauwe trainingsjasjes holt kris-kras over het middenterrein. Jacqueline en ik blijken de enige aanwezige commissieleden, eentje is er ziek, de andere twee weet ik gewoon even niet. ‘Wat komen jullie doen’ vraagt de voorzitter van achter de bar. ‘We hebben jubileum-commissie’ zegt Jacqueline en neemt de sleutel in ontvangst. ‘Waarom weet ik dat niet’ hoor ik achter m’n rug onderweg naar een koude vergaderruimte.

Ik hou m’n jas aan, we besluiten onze tijd effectief te gaan benutten, Jacqueline schetst handig een matrix op haar aantekenbloc en mompelt al nadenkend de teksten boven een viertal kolommen: Datum – Activiteit – Verantwoordelijke – Kosten. Vrij snel krijgt het 75-jarig jubileum van Swift Atletiek gestalte rondom twee belangrijke data, de jaarvergadering en de clubkampioenschappen. Precies op het goeie moment, net als we dreigen onze eigen woorden te gaan herhalen, wordt er geklopt. ‘Mag ik even storen’, Peter Willemse komt binnen. In grote lijnen vertellen we ‘en Petit Comitée’ wat de plannen zijn, oogsten namens Erwin Suvaal de complimenten voor de mooie cartoon en Peter doet een paar welkome aanvullingen binnen ons inmiddels volgekrabbelde matrix. ‘Hartstikke goed, daar hebben we wat aan’ en tevreden sluiten we af. Jacqueline zal een verslag toesturen en over drie weken hopen we met de complete commissie én Peter Willemse ‘spijkers met koppen’ te slaan. Ik heb mijn jas niet uit hoeven doen, door de warme en gezellige kantine loop ik naar buiten. Op het middenterrein wordt er enthousiast gerend, gesprongen en geworpen.

Die aanblik dwingt me om even te blijven staan. ‘Daar doe je het toch voor’, denk ik bij mezelf. Voor al die enthousiaste kindertjes, die kritisch meelevende ouders langs de kant en die geweldige train(st)ers met hun kundige inzet! Swift zorgt al 75 jaar lang voor de continuïteit van de atletiek in de hele regio, groot respect!


Met een glimlach stap ik in de auto, geweldige club dat Swift en we maken er een prachtig jubileum van . . . . .