donderdag 31 mei 2012

In de voetsporen van Jacques Tutelaer

Zit ik op een camping in het Belgische Stekene een informatieblaadje over Waasland door te bladeren op zoek naar een leuke wandeling, valt mijn oog op . . . . Fort Liefkenshoek. Verroest, ik dacht dat dat niet meer bestond! In de 80-jarige oorlog waren Fort Liefkenshoek en Fort Lillo de meest zuidelijke militaire vestingen, links en rechts van de Schelde, een paar kilometer vóór Antwerpen. En of je het gelooft of niet, van deze forten was van 1598-1602 ene kapitein Tutelaer de commandant! En ja hoor, het infoblaadje geeft aan dat het fort ook nog te bezichtigen was!

Natuurlijk besloten we op weg naar huis een klein ommetje te maken naar Kallo, waar het fort moet liggen. Vlak vóór Antwerpen van de autobaan, het immense grauwe havengebied in. Tussen al die gigantisch hoge hijskranen en raffinaderijen begin ik te twijfelen, moet hier een fort liggen? Maar het straatnaambordje verraadt ‘Ketenislaan’ en dat moesten we hebben. Er komt geen einde aan die gore havententakels en de daarbij behorende gesloten hoge hekwerken. Na twee keer tegen Marijke verzuchten: ‘volgens mij moeten we terug . . ‘, zien we een bruin bordje naar rechts wijzen ‘Fort Liefkenshoek’. Via een klein slingerweggetje komen we in een groene oase terecht en daar ligt het: ‘een groene hoge wal in de bekende stervorm die bij een eeuwenoude vesting hoort, omringd door water’. Nou, veel toeristen komen hier niet want onze camper neemt de helft van de parkeerplaats in beslag. Het hart klopt in m’n keel, vandaag treed ik na 425 jaar in de voetsporen van kapitein Jacques Tutelaer.
Fotocamera startklaar, broek optrekken, camper op slot en als een aanstonds bruidspaar liepen we plechtstatig over de brug richting ingang. Ik sluit de ogen en probeer mijn geest 425 jaar terug in de tijd te brengen. ‘Shit’ zegt Marijke en verpest met één woord mijn opkomende trance. ‘Het fort is op woensdag gesloten . . . .’ vervolgt ze. ‘Potverdomme, nondedju, dat hebben wij weer’. Nou ja, dan drinken we maar koffie en proberen we nog maar wat sfeer op te snuiven. Bij het tweede kopje koffie probeert Marijke mijn teleurstelling enigszins weg te nemen: ’We zouden misschien gewoon eens kunnen aanbellen!’. Okay, denk ik, en loop nu wat nonchalanter over de brug naar de poort. Marijke blijft achter en doet daarmee het vertrouwen op enig succes bij mij nog verder in de schoenen zinken. Een schelle bel houdt akelig en té lang aan, waarna de stilte in deze oase nog intenser wordt. Ik loop terug naar de camper . . . . en achter mij gaat de grote deur krakend en langzaam open! Een vriendelijke man verschijnt en ik haast me snel terug: ‘met excuses meneer, ik weet dat het fort vandaag gesloten is, maar misschien mag ik binnen even een foto maken, alstublieft . . . .’. Hij neemt me rustig van boven naar beneden op en knikt! ‘Ik ga even mijn vrouw en mijn camera halen. Marijkeee, we mogen erin . . . . !’.

Zo blij als een klein kind treden we de buik van het fort binnen, Marijke neemt foto’s van mij op plaatsen waar ik de geest van Jacques Tutelaer denk te bespeuren. Heel trots zeg ik tegen de vriendelijke man die ons binnenliet: ’een van mijn voorvaderen, Jacques Tutelaer, was hier 425 jaar terug commandant van dit fort’. De man was bezig petunia’s te planten, richt zich op, zijn mond valt half open en hij laat daarbij wat knullig een petuniaatje op de grond vallen: ‘amay, das wel héél lang geleje . . ‘, kwam er nog net uit. ‘Eerlijk waar’, vult Marijke aan, ‘hij heeft er een boek over geschreven’. Dat was een blijkbaar indrukwekkende vrijbrief, want met een royaal gebaar mochten we nu overal rondkijken. Hijzelf woonde helemaal alleen al 16 jaar op het fort, in deze oase van rust midden in het gore havengebied onder de stinkende rook van Antwerpen.

We keken rustig rond, maar er was geen enkel tastbare herinnering uit die 80-jarige oorlog. Alles wat er nu staat is blijkbaar opgebouwd vanaf 1797, op de grondig en zorgvuldig afgebroken herinneringen aan mijn Jacques Tutelaer. Slechts de grond heeft nog zijn historische waarde voor mij behouden. Van hieruit informeerde kapitein Tutelaer gouverneur Willoughby in Bergen op Zoom over de ontwikkelingen aan de grens met de Spanjaarden. Zo ook op die 28ste augustus 1587, de admiraal van het Staatse leger bevond zich hier op de Schelde met de vloot. Samen met de kapiteins van zijn schepen had hij gisteravond geprobeerd enkele vijandige oorlogsschepen voor Antwerpen weg te slepen. Maar vanwege het heldere weer en het feit dat er enkele vissersboten op de rivier waren, werden ze een beetje te vroeg ontdekt, en werden de vijandelijke oorlogsschepen gewaarschuwd. De Staatsen werden teruggedreven door het geweld van het Antwerpse kanon, ‘welk geluid Uwe Hoogheid misschien wel heeft gehoord gisteravond’. Jaja, binnenkort dus 425 jaar geleden.

We verlaten het fort niet alvorens de vriendelijke man uitgebreid te bedanken. Hij was nog steeds onder de indruk en keek me aan ‘alsof ik de kapitein zelf was’. Zeker en vast wilde hij mijn emailadres, want de stadsarchivaris van Beveren zou beslist contact met me opnemen. Met m’n beste handschrift voldeed ik aan zijn verzoek. ‘Hoe voel je je nu’, vroeg Marijke bij ons derde kopje koffie buiten de poort. ‘Uhh wat zeg je . . . nou wat dacht je, geweldig’.

woensdag 23 mei 2012

Eerste stap naar één Europa

Het kan vlug gaan in een mensenleven. Mocht ik het eerste weekend van mei nog deelnemen aan het Nederlands kampioenschap werpnummers voor 60-plussers. In het tweede weekend van juni bij de baankampioenschappen atletiek moet ik alweer deelnemen bij de AOW-ers. Nou ja, met twee gouden en een zilveren plak in je achterzak zou je ‘gepast afscheid nemen’ van de jonkies kunnen noemen. Maar ik moet wel alweer over naar een oudere groep, en die worden ook steeds maar kleiner. Dat moest Jan Smit, de nestor van de werpvijfkamp in Nederland, ervaren. Hij was de enige deelnemer boven de 80 jaar en werd bot en bruut geweigerd! Voor een kampioenschap moet je minimaal met drie man zijn, de Atletiekunie haalt zomaar een pijnlijke streep door de sportieve ambities van een 80-plusser. En niet eens zomaar eentje, Jan Smit liet het eerste set werpgewichten overkomen uit Amerika en introduceerde de werpvijfkamp in Nederland. Dat was in Duitsland zeer zeker niet gebeurd! Op de eerste plaats zijn er veel meer ‘Deutsch-sprechende’, ze gaan ook nog langer mee, geven nooit op en die eerste wordt is altijd ‘Landesmeister’, al ben je de enige. Ze moesten van Nederland maar een nieuwe deelstaat van Duitsland maken.

Hebben jullie de laatste maanden die Haagse kleuterschool ook zo’n beetje gevolgd. Stomme vraag, dat kan natuurlijk niet anders, je schaamt je rot dat je op een van die ego-trippers gestemd hebt. Spelen Marcje-Maxiempje-Geertje zeven weken lang verstoppertje in en om het Catshuis, trekt die Geertje alsnog het stekkertje eruit. Doet ie eindelijk wat Tante-Sapje hem had voorgedaan, laat ie nu ineens 16 miljoen Nederlanders in de steek? Het gedoog-kabinetje is naar zijn mallemoer, wat een stelletje klojo’s denkt ‘bijna’ iedereen. ‘Volkomen onbetrouwbaar’ schraapt Maxiempje uit z’n schorre keel. ‘Ik zal je kapot maken tot de allerlaatste kamerzetel’ kakelt Marcje buiten camera, nu zonder die plastic glimlach. ‘Hèhè’, blèren Lies-Spies en Henk Ponybleeker in koor, ‘nu kunnen we die wetjes waar we toch al niet achterstonden weer terugdraaien’. Hoezo onbetrouwbaar? En alsof het afgesproken werk was, trok ook het CDA in Limburg de stekker uit de provinciale coalitie. Maar dat moet toch echt toeval zijn, afspraken in de politiek is net zoiets als ‘staakt-het-vuren’ in Syrië. En dan lees je ook nog een paar dagen later:

‘Limburgse gemeente- en provinciebestuurders hebben in meerderheid een opgelucht gevoel dat er een einde is gekomen aan de provinciale coalitie van CDA, VVD en PVV. Dat blijkt uit een enquête van het onderzoeksbureau OverheidinNederland.nl onder Limburgse raadsleden, wethouders, Statenleden, gedeputeerden, burgemeesters en waterschapbestuurders. Bijna 70 procent van die bestuurders oordeelt zelfs dat het provinciale CDA Limburg een dienst heeft bewezen door een einde te maken aan de coalitie met de PVV.’

Nou, daar zakt mij zelfs met mijn dikke buik de broek van af. Dat hadden ze mij ook kunnen vragen, ik denk dat die 70% zelfs 90% zou moeten zijn. Hier volgt een korte analyse van een ouder wordende atleet over de politiek in Nederland. Met verkiezingen mogen we ons heel democratisch scharen achter de partij die het dichtst bij ons staat. We stemmen op de vrouw of man die ons wel sympathiek lijkt en die we ‘onze belangen’ wel toevertrouwen. Bij ellenlange coalitievormingen wordt ‘met de ellebogen’ uit partijbelang voor de eigen punten een meerderheid bijeen geachterkamerd. Al die weloverwogen stemmen van de minderheid liggen dan al ‘tot het uiterste getergd’ in de prullebak. De oppositie laadt de jalouzie-batterij voor komende zinloze kamerdebatten. Met veel moeite komt er uiteindelijk een wankel prentenkabinet met grote en kleine ego-tjes. Vervolgens moeten al die trage bestuurders ‘in den lande’ overtuigd worden van een gewijzigd beleid. Uit pure weerstand tegen iedere verandering wordt elk gewijzigd beleid tegengewerkt. Op die manier worden ook de overwinnaars van de democratische verkiezingen bestuurlijk ‘in de zeik’ gezet door lamlendige ambtenaren. Vervolgens laat je een onderzoeksbureau onder diezelfde ambtenaren vaststellen dat die tegenwerkende bestuurders gelijk hebben en die domme kiezers het helemaal verkeerd gezien hebben. Alles wordt ‘politiek’ weer teruggedraaid, ‘bestuurlijk’ leunt weer heel lamlendig achterover en de ‘kiezer is weer aan zet’. Hoezo cynisch, dat komt allemaal omdat ze jou die 800 euro AOW gejat hebben. Oei, dat is nog altijd een open zenuw, maar ik heb wel een oplossing!

Na lang nadenken en met mijn achterban overleggen blijkt de oplossing heel simpel. Ik stel voor dat we Nederland aanbieden aan Duitsland als nieuwe deelstaat. Kunnen we dat hele circus in den Haag opdoeken, besparen minimaal 200 miljard, sturen die politici in plaats van ‘op wachtgeld’ naar het Westland ‘in de kassen’ en we hebben de eerste stap gezet naar één Europa.

En dat is niet het enige, denk er maar eens rustig over na, het kent voordelen te over. In één klap zijn we uit de recessie en hebben we weer veto-recht binnen Europa. De benzine-prijzen dalen met het ‘kwartje-van-Kok’, Bea kan eindelijk met pensioen en Willempie kan alsnog met Maximaatje naar dat bescheiden optrekje in Mozambique. En van dat opgefokte gedoe met die Nederland-Duitsland wedstrijden zijn we ook van af . . . .

zaterdag 21 april 2012

Holland's Best Hammer Thrower . . .

Ons koude kikkerlandje verwordt steeds meer tot één grote wedstrijd, één grote onderlinge competitie. Hebben we net The Voice of Holland verwerkt, krijgen we The Voice Kids. En wees nu eerlijk, dat was ook nog eens veel leuker dan de grote Voice. Daar tussen door draaide ook voor het eerst The Winner is. De afgelopen weken werden we alweer getrakteerd op de voorrondes van Holland Got Talent, een werkelijk hilarisch kleurrijk palet aan waar Nederland in zijn vrije tijd mee bezig is. Soms lachwekkend, soms meelijwekkend, soms verbazingwekkend. Intussen draait RTL alweer warm voor de volgende Idols en kunnen we ook weer inschrijven voor de volgende Voice. Chantal Janssen kwetterde gisteravond dat ze weer zin heeft in de Jongens tegen de Meisjes. Een hele legbatterij aan jonge meiden is aan het afvallen voor de volgende Holland Top Model.

Om ons kijkers vooral scherp en competatief te houden hebben we Linda de Mol met Ik Hou van Holland, met de wie-kent-hem-niet ‘ai luf hollend bend’. Alsof dat niet genoeg is spelen we ’s zondagsavonds met Caroline Tensen Een tegen Honderd. Ben je te zwaar, geen punt, even kiezen uit Help, ons kind is te dik, Obese of SOS Sonja. Kleedt je schoonmoeder zich wat ordinair, inschrijven voor Hotter than my Daughter. Is je vrouw de hele dag aan het stofzuigen, biedt Help mijn vrouw is klusser de oplossing. Poetst ze helemaal niet dan kunnen we naar Hoe schoon is jouw Huis! Dat is toch allemaal om stapelgek van te worden, je zou er waanbeelden van kunnen krijgen.

Afgelopen nacht schrok ik plotseling wakker, net alsof ik struikelde, badend in het angszweet. ‘Wat is er?’ riep Marijke, die altijd alles meteen doorheeft. ‘Niks hoor . . ‘, loog ik, ‘ . . ga maar lekker slapen’. Maar met bonzend hart strompelde ik naar de badkamer om weer tot mijn positieven te komen met een glaasje water. ‘Potverdomme, wat unne kwats, hoe kun je nou zoiets stoms dromen?’.

Ik had me ingeschreven voor Holland’s Best Hammer Thrower. Naast de kogelring zaten de drie juryleden: Dan Karaty, Patricia Paay en Gordon. Aan de andere kant van de ring zat ik keurig tussen een stelletje bloednerveuze kogelslingeraars. Robert ten Brink stelde iedereen op z’n gemak voordat het trainingspak uitmocht en we één-voor-één de ring in moesten. ‘Heb je er zin in?’, hoor ik hem plotseling tegen mij zeggen. ‘Hmmm . . ‘, krijg ik er net uit. ‘Ben je zenuwachtig?’, vervolgt hij. ‘Neeee . . ‘ stamel ik terwijl de staaldraad tegen de zwaar in het gras liggende kogel aantrilt en mijn samentrekkende maag het zuur tegen mijn gehemelte spuit. ‘Je mag . . .’, zegt Robert. Maar ik was net potdomme bezig om mijn trainingsbroek uit te trekken, vlieg verschrikt op en flikker meteen voorover. M’n broek hangt om m’n enkels en iedereen om me heen buldert van het lachen. Liggend in het gras ontdoe ik me zo snel mogelijk van m’n lange broek. Maar zoals jullie wellicht weten, in een droom duurt dat meestal een eeuwigheid, het lukt van geen kanten.

- ‘Ik ben een stuk handiger met mijn broek op de enkels, hahahaha . . . hihihihihi’, hoor ik Gordon gieren. Totaal in de stress sleep ik mijn altijd gewillige kogel achter me aan naar mijn podium, de kogelring.
- ‘What’s your name, and where do you come from . . . ?’, opent Dan Karaty heel beschaafd het bal. ‘Well . . . . ik ben Jan Titulaer en kom uit Baarlo, maar eigenlijk ben ik in . . . ‘.
- ‘Daar hebben we nu geen tijd voor’, schudt Patricia met haar te lange nagels het te strak zittende kapsel een beetje op, ‘zeg maar wat je komt doen!’. Totaal overdonderd kijk ik schuin omlaag naar mijn kogel, die helaas geen schouders heeft om op te halen. ‘Nou, eigenlijk wilde ik komen vioolspelen maar . . . ‘.
- ‘Nu gaan we niet proberen grappig te zijn, dat is mijn taak hier, ik zit hier heus niet voor de kat zijn viool, hahahaha . . . hihihihihi’.
- ‘Please, you may start . . . !’, wat een vriendelijke man die Dan.

Ik plaats mijn voeten zorgvuldig tegen de rand van de ring, gooi m’n kogel nonchalant naar rechts. Door de knieën zakken, rug recht, vooruit blijven kijken en beide armen gestrekt. Ik zwaai twee keer voor en zet de eerste draai in, dat gaat perfect. Kogelslingeren is echt mijn ding, heerlijk. De tweede draai gaat zo goed dat ik besluit er nog een derde achteraan te draaien. In ‘wakkere’ toestand zou me dat nooit lukken. Ik blijf mooi laag tijdens het draaien en ik voel de middelpuntvliedende kracht in mijn kogel opbouwen. Bij de afworp strek ik beide benen fel uit en zwiep de kogel over de schouder in het veld. ‘Viewiewiewiep . . . ‘, zingt de draad in de splijtende lucht. Het lijkt een eeuwigheid maar hij valt ‘boeoeoevvv . . .’ neer en vernielt daarbij een beetje het gras. Wat een machtige worp, ‘goed gedaan schat’ hoor ik Marijke zeggen boven het ovationele applaus uit. Vol trots loop ik in de richting van Dan, Patricia en Gordon voor hun ‘final judgement’.

- ‘Ik vond er geen bal aan’, opent Gordon, ‘misschien als je die motorhelm onder je shirt had weggehaald, hahahaha . . . . . hihihihihi’. Wat een slap gelul dacht ik, ‘dat zijn keiharde buikspieren, klojo, jij met je verlepte slappe-lach-spieren’.
- ‘Nououwww, als je dat smoezelige T-shirt de volgende keer uitdoet, dan wil ik je nog wel een keertje zien . . .’, kraait Patricia sensueel met half geopend mondje, ‘. . . . ik ben toch wel nieuwsgierig geworden naar die verborgen schouderpartij!?’. Zie ik daar een druppeltje slijm in een van die mondhoekjes weglopen, of is dat lekkende botox?.
- ‘Nice job, Jan, really nice job man, but . . . . your performance needs to improve the choreography. Use the whole stage and involve the audience in it. Make your movements more outgoing, make it look like a dance-act’.
- ‘Misschien moet je het eens met twee ballen proberen . . . . . hahahaha . . . . . hihihihihi’.

Nou is het me potverdomme genoeg, ik draai hem zijn nek om. Ik loop op hem toe, maar mijn sportbroekje zakt op mijn enkels, ik flikker alweer voorover en met een schok wordt ik wakker.

Ongelooflijk dat je zo’n nonsens kunt dromen, waar halen mijn hersenen die onzin toch vandaan?

maandag 9 april 2012

WK-Indoor Masters . . . kogelwerpen?

Bijgaand artikeltje was te lezen in de Limburger van ‘goede vrijdag’ 6 april! Helaas 5 dagen te laat voor een 1-april-grap en te weinig passie voor Goede Vrijdag. De Limburger praat over kogelwerpen, en dan moet ik toch weer stiekem glimlachen. ‘Daar heb je weer zo’n sportverslaggever die er de ballen verstand van heeft. Eentje die denkt dat dwergwerpen en trimmen Olympische disciplines zijn!’. Met kogelwerpen wordt hier naar alle waarschijnlijkheid gewichtwerpen bedoeld, weliswaar sinds 1930 geen Olympische discipline meer. Maar bij de Masters een zeer gewild onderdeel, bovendien één van de vijf disciplines van de werpvijfkamp.

Daarom wat meer informatie! Van 3 t/m 8 april werd in het Finse Jyväskylä onder auspiciën van de World Masters Association (WMA) het WK Indoor Atletiek georganiseerd (zie Website WK-Indoor Masters 2012). Uit meer dan 50 landen schreven zo’n 3000 Masters (veteranen) in, waaronder 35 atleten en atletes uit Nederland. Bij de medailleverdeling nam Nederland een prachtige 8ste plaats in, met 37 medailles. Negentien wereldkampioenen, acht zilveren en 10 bronzen medailles! Voor de werp(st)ers zijn er vijf kampioenschaps-onderdelen. Twee worden indoor afgewerkt, kogelstoten en gewichtwerpen. De overige drie outdoor in de Finse sneeuw: discuswerpen, speerwerpen en kogelslingeren.

De werp(st)ers Gonny Mik, Michel Leinders, Ingrid van Dijk en Erwin Suvaal behaalden samen 4 keer goud, 3 keer zilver en 3 keer brons. Daarmee onderstrepen zij nog eens het kwalitatieve en kwantitatieve aandeel van het Nederlandse werpen binnen de (Masters)atletiek. Helaas blijft dit door de vaak slecht geïnformeerde sportjournalistiek ondergesneeuwd.

Uit onze regio was de 50-jarige Michel Leinders (Unitas Sittard) in zijn klasse veruit de beste werper tijdens het afgelopen WK-Indoor voor Masters. Goud met kogelslingeren met 54,24 meter, goud met gewichtwerpen met een nieuw Nederlands record 18,41 meter en zilver op discuswerpen met een mooie afstand van 48,34 meter. Net geen meter achter de Deen Tom Jensen, die 49,33 meter liet aantekenen!

Die de resultaten nog eens rustig wil doorkijken, verwijs ik naar: Uitslagen WK-Indoor.

woensdag 4 april 2012

Een zwarte dag . . . .

Op 25 mei hoop ik 65 jaar te worden, ‘lang zal die leve, lang zal die leve . . in de gloriaaahh‘. Maar voor mij geen slingers aan de wand, geen advertentie in de ochtendkrant, want ik heb definitief besloten om deze bijzondere mijlpaal niet te vieren. Marcje, Maxiempje en Geertje hebben hem bij voorbaat en overhaast totaal verpest. ‘Wat is er nu weer, wat heb je nu weer te mekkeren?’ Nou . . . . dat zal ik jullie proberen uit te leggen.

Met ingang van 1 april 2012 bepaalt een geniepige, en met 130 km/uur ingevoerde, wetswijziging dat de AOW niet meer ingaat op de eerste van de maand maar heel inventief op iemands verjaardag. Ik dacht eerst dat het een 1-april-grap was, maar navraag bij mijn pensioenfonds gaf de definitieve bevestiging! Salaris, uitkeringen, contributies, abonnementen en ga zo maar door gaan allemaal per maand, kwartaal of jaar. Nee, nee, nee, Marcje, Maxiempje en Geertje hebben om duistere redenen besloten om voor onze AOW een uitzondering te maken. Een arrogant onbegrijpelijke ingreep in een simpel omslagstelsel, alle ‘werkenden’ betalen de AOW voor alle ’65-jarigen’. Zonder afgesloten overleg met sociale partners doen Marcje, Maxiempje en Geertje een asociale greep van ca. 80 miljoen uit onze AOW-pot. Vadertje Drees zal zich ongetwijfeld in zijn graf omdraaien! Ik hoop voor Marcje, Maxiempje en Geertje dat ze het niet aan ‘linkse hobbies’ gaan besteden, maar gewoon rangschikken onder hun ordinaire ‘rechtse stupiditeiten’. Konsekwentie is wel dat vanaf nu iedereen op zijn 65ste verjaardag als extra presentje een volledig willekeurige draai om de oren krijgt. Ben je toevallig op de eerste van de maand geboren, dan word je niet gekort. Wie het in moeders buik tot de laatste van de maand heeft weten te rekken, heeft helemaal pech. In de maand dat die 65 jaar wordt, helemaal geen AOW-inkomen! Voor mij bedraagt de draai om de oren zo’n ijskoude 800 euro netto! Als persoonlijk verjaardagspresentje van Marcje, Maxiempje en Geertje. Ik hoor ze al zingen: ‘Hij is met z’n kontje in het water gevallen, falderalderiere, falderalderare . . . ‘.

Snappen jullie de logica? In de bijna zeven jaar dat ik nu pré-pensioen ‘geniet’ heb ik al veel moeten slikken. Pensioenen worden niet aangepast aan de stijgingen voor levensonderhoud, elk jaar een paar tientjes minder door aanhoudend gegoochel met inkomensafhankelijke ziektekostenbijdrage (ZvW) en komend jaar 6% minder pensioen. Maar zoiets volkomen willekeurigs en oneerlijks heb ik nog niet mee mogen maken, ik ben dan ook werkelijk om te verrekken.

‘Man, lig niet te zaniken, je hebt het toch niet zó slecht en we moeten allemaal inleveren!’. Klopt, als vader van twee kinderen en opa van drie kleinkinderen besef ik terdege dat ook de gepensioneerden hun deel moeten bijdragen. En dat het niet altijd eerlijk kan, daar valt ook nog mee te leven. En die 800 euro ben je over een half jaar allang weer vergeten!

Nou, dat had je gedacht. ‘Er is er een jarig hoera hoera, dat kun je wel zien dat is . . hij!’. Alleen al het feit om 65-jarigen hun verjaardag te verpesten met zo’n volledig willekeurige, asociale, oneerlijke, onlogische, onbegrijpelijke en volkomen stupide overhaaste maatregel pik ik absoluut niet. Ik heb dan ook een brief gestuurd aan alle politieke partijen, verantwoordelijke minister (Kamp-VVD) en staatssecretaris (de Krom-VVD) en natuurlijk aan Marcje, Maxiempje en Geertje. En wat denk je? Eerst dacht ik dat ze het wel dood zouden zwijgen als die drie bekende aapjes, en mij in m’n vet zouden laten gaar koken. Maar nee hoor. Via via kreeg ik toch nog twee antwoorden. Van Ino van de Besselaar (PVV) en Bert van Kent (SP), hun teksten vind je onderaan. Vooral die PVV-er getuigt van nog minder empathie dan een middeleeuwse kerkdeur!

‘Maar wat ga je er nu verder aan doen?’. Eigenlijk ben ik het ook nog eens zelf schuld, want ik was zelfs blij met deze coalitie. ‘Een rechts kabinet om je vingers bij af te likken’, hoor ik Marcje nog zeggen! ‘Nou, intussen kan ik mijn vingers wel afbijten van ellende’. Ik heb het vertrouwen compleet verloren in de politiek, wat een stelletje onbenullen. Marcje, Maxiempje en Geertje hebben voorgoed voor mij afgedaan, inpakken en wegwezen. Laten we ze heropvoeden met een cursus ‘gebruik je gezond boerenverstand’. Ik voel me ronduit bestolen en bedrogen. ‘De ouderen ontzien . . ‘, gesard en vernederd worden ze. Wat mij slechts rest is de boel, net zoals zij doen, te gaan besodemieteren. Een plannetje uitwerken hoe ik die 800 euro kan terugjatten, gewoon om van dat rotte gevoel af te komen. En m’n 65ste verjaardag is definitief vergald, die wordt niet gevierd, dat zal voor altijd een zwarte dag blijven!

Als jullie het met me eens zijn, of enig begrip kunnen opbrengen? Stuur deze blog dan door aan je vrienden, familie en bekenden, deel hem op Facebook! Print hem uit, verspreid hem, maar doe er vooral iets mee.


Tenslotte de beloofde twee ‘politieke’ reacties:
Geachte heer Titulaer,
Dank voor uw emailbericht en als reactie bericht ik u het volgende. Het laten ingaan van de AOW op de verjaarsdatum in plaats van de 1e van de maand waarin men 65 jaar wordt, is op zich een rechtvaardige maatregel. Immers, in het maatschappelijk verkeer is het gebruikelijk dat een koppeling van een activiteit aan een leeftijd betekent dat de ingangsdatum ervan de verjaarsdatum bij het bereiken van die leeftijd is. In het verleden is vanwege de eenvoud voor de administratieve verwerking gekozen voor de 1e van de maand waarin men 65 jaar wordt als ingangsdatum voor de AOW. Nu administratieve systemen steeds complexere zaken aan kunnen, is dat argument niet langer valide.
Dit kabinet met steun van de PVV heeft onder meer als doelstelling de uit de hand gelopen overheidsfinanciën op orde te brengen. Daarbij worden van alle Nederlanders offers gevraagd. Degenen die kinderopvangtoeslag ontvangen, vinden het niet leuk dat daarop wordt bezuinigd; hetzelfde geldt voor de kinderbijslag enz.. Sterk maken voor ouderen wil niet zeggen, dat iedereen in Nederland moet inleveren, behalve ouderen. Het wil wel zeggen, dat waar het kan we ouderen zoveel mogelijk zullen ontzien en met name de ouderen met geen of een klein aanvullend pensioen.
De zorgkosten bedragen bijna 1/3 van de totale overheidsuitgaven en zonder ingrijpende maatregelen stijgen deze kosten nog verder. Om die reden is de grens voor de inkomensafhankelijke Zwv verhoogd. Zoals u wellicht bekend maken ouderen het meest gebruik van de zorg en moeten alle Nederlanders meebetalen aan deze verhoging. Daar komen weinig klachten over.
Tot slot is het mogelijk korten van pensioen een zaak van werkgevers en werknemers die het pensioenfonds besturen. De PVV heeft in verschillende debatten aangegeven het niet verstandig te vinden om deze crisistijd te korten op pensioenen.
Met vriendelijke groet,
Mr I.H.C. (Ino) van den Besselaar
Lid Tweede Kamer der Staten Generaal
Partij voor de Vrijheid

Beste Jan,
Bedankt voor uw e-mail aan de SP Tweede Kamerfractie. SP-Kamerlid Paul Ulenbelt heeft bij motie het voorstel gedaan om eerst met de verzekeraars in overleg te gaan en er voor te zorgen dat alle private uitkeringen doorlopen tot de dag dat iemand 65 wordt. Voor alle regelingen zoals pré-pensioen die conform CAO zijn geregeld heeft dhr Ulenbelt het voorstel gedaan om de wetswijziging alleen toe te passen op personen die onder een CAO vallen waarbij het inkomen doorloopt tot de dag dat iemand 65 wordt. Beiden voorstellen zijn door een meerderheid van de Tweede-Kamer verworpen. Om die rede heeft de SP tegen het wetsvoorstel gestemd. Wij hebben gedaan wat mogelijk is om het voor u en vele anderen te regelen!
Vriendelijke groet,
Bart van Kent
Medewerker SP Tweede Kamerfractie.

woensdag 21 maart 2012

Joie de vivre . . .

Morgen zijn we alweer 10 dagen in Sainte Marie-la-Plage, zo’n typisch Franse badplaats aan de Middellandse Zee. Niet zo ver van de Spaanse grens, vlakbij Perpignan met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Pyreneeën. Elke dag kijken we op www.zoover.nl, want mocht het weer hier echt slechter worden dan trekken we resoluut verder naar de Spaanse Costa’s. Maar al die tijd geen vuiltje aan de lucht, en bovendien hebben we een schitterend stekje gevonden. Omzoomd door struiken, 80 meter van het strand en oh zooooo . . . rustig! Baarlo is ook schitterend, maar zo vlakbij het strand is het toch anders. Jaja, maar wat is er dan zoal anders, ik doe een poging.

’s Morgens als het zonnetje opkomt ga ik met de fiets naar het enige warme bakkertje in het dorp, ze kennen me hier al. ‘Bonjour monsieur’. ‘Un pain céréale, une baguette et deux pains aux chocolat s’il vous plait’, en ze stopt het netjes voor me in mijn meegebrachte draagtasje. ‘Bonne journée, au revoir monsieur’. Terug op de camping staat Marijke al met het ontbijt op het versgebakken brood te wachten, om de paar dagen een lekker slurp-eitje erbij. Nou ja, zoveel anders is dat ook weer niet?

We hebben alles bij-de-hand in onze camper, maar voor de ‘grote boodschap’ gaan we toch naar het toiletgebouw op de camping. Is wel zo prettig bij het onderhouden van ons eigen toiletje. Alleen weet ik niet hoe jullie dat vinden, maar voordat ik ga zitten op zo’n vreemde pot wordt de boel toch eerst grondig geïnspecteerd. Het is zo’n ‘geen-brildragend’ hangtoilet, en de rand moet eerst zorgvuldig drooggemaakt worden met een extra toiletpapiertje. Vooral de binnenkant aan voorzijde wordt niet vergeten, want ik moet er niet aan denken dat ‘Jan junior’ tegen die binnenrand ‘swaffelt’ waar anderen hun sporen hebben achtergelaten. Bij het gaan zitten betrap ik me erop dat ik meer gehurkt sta dan me echt ontspannen neervlij. Toch wel even anders dan thuis!

Om de andere dag ga ik trainen op het strand. Midden in die onmetelijke zandvlakte ligt een betonplaat van 3*3 meter, weliswaar een beetje stroef, maar een kniesoor die daarop let. Volgens mij staat daar in het hoogseizoen een strandtentje op. Maar nu dé ideale plek als ondergrond om te kogelstoten, discuswerpen en gewichtwerpen. Bij de camper is zorgvuldig een bamboe-stok van exact drie meter voorbereid. Verspreid op die eindeloze zandvlakte wordt een stokje op 12 meter geplant als mikpunt voor kogel, op 15 meter voor gewicht en op 39 meter voor discus. Heerlijk, heerlijk, heerlijk, wat is werpen dan een zalige hobby. Dat ruisen van de zee, dat rollen van die golven en altijd een ideale zeebries voor discus. Het terug sjokken door het losse zand geeft een extra verzwarende dimensie aan de training. Uiteraard doe ik eerst de oefeningen die werptrainer Wim ons laat doen bij Swift Roermond, want je techniek kan altijd beter. Maar steeds eindigen met zes ‘serieuze’ pogingen op afstand. Tussen de drie disciplines door even uitrusten op een grote kei, ‘potverdomme’ dacht ik ineens voor me uitkijkend. ‘Nondedjuu’, dit hadden we in Venlo ook kunnen hebben. Om van dat gezeik van die lopers af te zijn wilden we een trainingsveld creëren op het beach-volleybal-veld op sportpark Vrijenbroek. Onze grote ritselaar Henk had al bijna alles voorbereid. Nou, nu weet ik het zeker, dat was echt ideaal voor ons werpers geweest. Met een nonchalante voetbeweging wordt het zand weer gladgestreken na elke inslag van kogel of discus. Enne, geen last van overstekende vervelende lopers. Ook hier niet, want die lopen langs de waterkant of over de boulevard, het losse zand is voor echte atleten. Marijke komt het strand op, ‘wil het een beetje lukken?’ vraagt ze. Het is tijd voor de koffie!

’s Middags tegen vijf uur wordt de baguette aangesneden, en de Franse kaasjes uit de koelkast gehaald. Met een passend glas wijn erbij laten we de dag geleidelijk overgaan in de avond. Eigenlijk wilden we dat thuis in Baarlo ook zo doen, maar ja, dit hoort echt hier bij het leven in Frankrijk.

Dat is echt anders dan thuis, dat geeft dat gevoel van ‘joie de vivre’.

Enige tekst is toegevoegd aan tekeningen van ‘de Kat’.

woensdag 14 maart 2012

Saint-Marie-la-Plage

We waren vastbesloten om deze keer alleen over binnenwegen door Frankrijk richting Spanje te rijden, we zijn allebei redelijk eigenwijs, dus dat houden we nog wel even vol. Voor een volgepakte camper met twee fietsen achterop niet altijd verstandig, maar als je Frankrijk echt wil beleven, is dit de enige manier. En we komen echt op schitterende plekken!! Via Reisdorf, Fouvent-le-Bas en Rancy kwamen we in de volgende etappe ergens hoog in de Auvergnes terecht op een camping die uitkeek op Clermont Ferrand. En ook de weg er naartoe was imponerend maar zeker niet zonder risico. ‘Haejj . . .’, riep Marijke verrukt ‘daar ligt nog sneeuw op de bergen’. En na de zoveelste scherpe bocht begon het licht te sneeuwen en lag er steeds meer sneeuw langs en even later zelfs op de weg. ‘Moeten we hier eigenlijk geen winterbanden hebben’ vroeg Marijke compleet overbodig. ‘Ja, het moet niet gekker worden!' Maar tot mijn grote geruststelling bleek ACSI-campingnr.1505 in Vollore-Ville iets lager te liggen op een soort balcon, dat uitkeek over het immense Auvergne-dal met op de achtergrond die kenmerkende Puy-de-Dôme. We waren de enigen op de camping, we moesten zelfs de campingbaas zoeken en ’s avonds hebben we als twee kleine kleuters buiten staan te genieten van miljoenen lichtjes van Clermont Ferrand en Issoire. Alleen ’s nachts werd het vreselijk koud, onze waterzekering sloeg eruit en de hele watertank liep leeg. ’s Morgens lag er een complete ijsbaan achter de camper. Onze campingbaas had voor een lekkere warme douche gezorgd en vol goeie moed daalden we de berg af richting het ‘hameau’ le Salvetat vlakbij la Couvertoirade, een stuk onder Millau in de grillige Tarn.

Onze Tom-Tom stuurde ons perfect naar de juiste plek en kraaide resoluut ‘bestemming bereikt’. We keken links, we keken rechts. Een paar van die echte Franse boerderijen, met een heleboel rotzooi er omheen, maar niets dat leek op een camping. Dan maar even doorrijden, we kwamen een eenzame fietser tegen. We hielden hem aan en in ons beste Frans vragen naar camping le Salvetat. De man lachte vriendelijk, en ik bespeurde enig medelijden. ‘Oh nee, die bestond niet meer’, we waren er langs gereden maar er was een nieuwe eigenaar op de boerderij en die had de camping opgedoekt. ‘Maar wat nu?’, het is al vier uur en we moeten een plek zien te vinden voor de nacht. In een dorpje verderop, la Blaquererie, waagden we een poging bij een boerderij. Wat ’n mazzel, de boer bleek een ‘camping à la ferme’ te hebben een stukje verderop. Daar zouden we wel een nachtje mogen staan. Als twee ‘himmelhoch jäuchzende’ jonge pubers reden we achter hem aan, maar even later waren de twee oudjes ‘bis zum Tode betrübt’. We moesten een steenpad 45⁰ naar beneden en dan een paar honderd meter tussen prikkelhagen door. ‘Non monsieur, merci beaucoup . . . . dat doen we echt niet, voorlopig geen grindpaden meer’. Na lang zoeken in de SVR- en ACSI-boekjes besloten we nog 1½ uur door te rijden naar Colombiers, een stukje voorbij Béziers. Wat was dat een opluchting, een prachtige camping bij een pittoresk dorpje aan een kanaal met een haventje! En we stonden deze keer niet eens meer alleen.

De volgende morgen werden we bruut uit onze slaap gerukt, ‘BOEFfff . . ‘! Ik vloog rechtop in bed, ik dacht dat er een bal tegen de camper werd geschopt. Marijke zat ook rechtop naast me en zei paniekerig: ’Is onze gastank ontploft?’. ‘Nou, ik denk niet, want dan hadden we hier niet meer gezeten!’. Vlug schiet ik in mijn lange broek, doe m’n schoenen aan en ga koelbloedig buiten poolshoogte nemen. Het is doodstil op camping ‘les Peupliers’, de eerste vogeltjes kwetteren er al op los, voor de rest niks, nada, niente te ontdekken! Met mijn technische kennis krijgt de camper een grondige inspectie. Ik schop tegen de vier banden, zie niets verontrustends en stap weer naar binnen. ‘Enne . . ‘ vraagt Marijke die nog steeds rechtop zit. ‘Ik weet het niet, we kijken straks wel . . ‘, en we kruipen weer snel onder het warme dekbed.

Na het ontbijt ga ik wat verder kijken en potverdomme, een van de draagbalken onder het bed is compleet doorgebroken. Hoe kan dat? We hebben wel een geluid gehoord maar verder niets gevoeld, en zeker geen ondeugende dingen gedaan. Toch wel een beetje opgelucht vertel ik Marijke wat er is gebeurd. ‘En nu . . . ?’. Na de koffie even praten met de baas van de camping, die me voorziet van een paar houtschroeven en een keurig stutbalkje op maat afzaagt. Heel vriendelijke man. En met hulp van die paar schroeven, héél veel tape en dat stutbalkje slapen we nu alweer twee nachten uitstekend.

Vanaf vandaag staan we in Saint-Marie-la-Plage aan de Middellandse zee op een prachtige ACSI-campingnr.1878 . In de buurt van Perpignan, niet ver van de Spaanse grens.

De hele dag al een strakblauwe hemel, lekker zonnetje, 20⁰, stoelen naar buiten en lekker lamzakken. Naar het strand is maar 100 meter lopen en op dat strand ligt volledig waterpas een grote betonplaat te wachten.

Kogel, discus en werpgewicht staan al klaar!
zie ook : http://youtu.be/1KZ6hTJaOG8

woensdag 7 maart 2012

De wanhoop nabij . . .

Het is 11 uur ’s avonds, we zitten in Rancy, ergens midden in Frankrijk, en de regen klettert op het dak. Zojuist hebben we gezellig geborreld met de eigenaren van de camping, we waren hun allereerste gasten van het nieuwe seizoen. Leuke kleine camping, bakkertje op 50 meter, camperplekje kaarsrecht, perfect geregeld alles en ze hebben ook nog eventueel een groepsaccommodatie van 10-16 personen. Echt een aanrader (zie www.laripeblanche.nl).

Een verademing met de camping die we gisteren hadden in Fouvent-le-Bas. Niet meteen gaan opzoeken op de landkaart, gewoon snel vergeten. We moesten vlakbij Fouvent-le-Bas bij het bordje ‘Domaine de la Pierre Percée’ rechtsaf slaan, een grindweg op. De weg was slecht, vol gaten, langs struiken en door het bos. De weg werd een smal slingerend pad en de gaten dwongen ons te slalommen tussen gaten en overhangende takken. Na drie (!!) kilometer liep het pad plotseling omlaag naar een paar slordig in een dalletje verspreide ‘maisons à pierre’, van die typisch Franse oude natuurstenen huizen. Langs het pad lag een soort kabouter Plop, die gedurende zeker 30 jaar al zijn haren had laten groeien onder een even zoveel jaren tellend autowrak. ‘Bonjour monsieur, nous cherchons la Domaine . . . ‘. ‘Ah wel, dan zijde ge goe, das hier zunne’.

Een vrouwtje van ongeveer dezelfde leeftijd huppelde op ons af, lange broek onder een wijde rok. Kort openhangend strak zwart vestje over een te lange en wijde blouse. Spits klein koppie met oranjerood geverfde haren waar het grijs hardnekkig doorheen scheen. We konden zelf een plek uitzoeken, Marijke loopt voor me uit en de camper glibbert achter haar aan over het lemen pad. Nergens ook maar één recht stukje voor een camper te vinden op het hele grote sterk ‘geaccidenteerde’ terrein. Ik reed helemaal door, het pad hield ineens op en ik wordt een heuvel op gedwongen, maak een bocht naar links en zit . . . muurvast. Geen beweging meer in te krijgen, potverdomme, en kabouter Plop en tante Sidonia zijn nergens meer te bekennen. We proberen met takken, latten en stenen wat meer grip te geven aan de tollende banden van onze toch zo dierbare camper. Niks wil helpen en de wanhoop overvalt me ‘nou, dat is ’t dan, de zoektocht naar de zon wordt gesmoord in de modder van Domaine de la Pierre Percée’. Marijke blijft daar bewonderenswaardig kalm onder en zegt: ‘als je hem nu hier neerzet!’. Ja, met een camper tot aan de as in de modder valt niks meer neer te zetten, ik zat al te bedenken waar ik het nummer van de ANWB heb. Daar komt tante Sidonia met haar sloffen aangesopt over het ongelijke grasveld. ‘Eh wel ziddegullie vast . . .’. Ik rangschik dit onder het hoofdstuk retorische vragen maar merk wel dat mijn ademhaling behoorlijk wordt opgejaagd. ‘Joajoa, diejen ondergrond is nog bevroren en dan krijgde dah . . ‘. Verschrikt kijk ik naast me en zie kabouter Plop die zijn hele rechterhand in zijn baard verstopt. Onder normale omstandigheden moet het een koddig gezicht zijn geweest om ze samen naar die schuur te zien lopen, maar ik voelde me steeds wanhopiger worden in dit niet meer zo leuke Plopsaland. Maar daar komt Sidonia met zo’n klein tractortje aangesputterd en Plop sleept een sleepkabel achter zich aan. Ik kruip meteen hoopvol achter het stuur, Marijke wijst waar ze de camper wil hebben staan en ja hoor. Vijf minuten later staan we heel scheef en heel bergaf een heel klein stukje verder, maar wel uit de modder. Wat een lief stel hè. Marijke klimt in ons nieuwe Casa Magnetica (je weet wel dat huis in Fantasialand waar letterlijk alles scheef aan is) en gaat koken. Ik loop tot aan mijn enkels door de modder uit te passen hoe ik me hier morgenvroeg uit moet draaien. Elke keer als ik denk ‘zo moet het kunnen!’, bekruipt me meteen die paniek van ‘en als het nou fout gaat?’.

Die nacht heb ik geen oog dicht gedaan. Steeds probeerde ik me te focussen op het ‘moment suprème’ hoe ik die scheefhangende camper eerst een meter terug moet zetten, dan scherp links indraaien, doorrijden tot op het lemen pad en dan zo snel mogelijk rechts indraaien en dan hopen dat ik niet van die scherpe steilrand afglijdt. Marijke ligt rustig naast me te kurken en een bosuil roept onophoudelijk ‘oehoeee . . ‘. Blijkbaar ben ik toch ingedommeld want om zes uur schrik ik wakker, ik droomde dat ik met de camper compleet op z’n zij lag . . .

Ik moet wel erg stil zijn geweest vanmorgen aan het ontbijt en ongetwijfeld heeft Marijke gemerkt dat ik met alles veel sneller klaar was dan normaal. Maar ze wist dat ik onder hoogspanning stond en zweeg op zo’n moment, dat vind ik nou echte liefde. Ik kruip vastberaden achter het stuur en wacht tot Marijke klaar is. De motor wordt gestart en de versnelling gaat in de achteruit!!?? Potverdomme, hij slipt, snel zet ik hem in de vooruit, draai nog korter als gedacht naar links, geef een beetje gas en . . . . . . hij glijdt de berg af, de voorwielen bumpen op het lemen pad, hét signaal dat ik nu als de sodemieter naar rechts moet draaien om niet via die steilrand op mijn zij terecht te komen! Maar mijn drietonner van 6,70 lang komt keurig rechtop en zijn voorpoten krijgen grip op de grillige stenen van het lemen pad. Ik wil nu wel blijven doorrijden, maar moet stoppen want Marijke moet ook nog mee. We nemen snel afscheid van tante Sidonia, omringd door haar twaalf katten, en rijden opgelucht weg. Terloops zien we nog dat kabouter Plop onder zijn autowrak ligt te sleutelen, we zwaaien maar er komt geen reactie.

Zoek je dan toch die uitdaging op je vakantie, of wil je wel eens weten hoe het voelt om ‘de wanhoop nabij te zijn’, kijk dan op www.annekringhs.com. De regen klettert nog steeds op het dak van onze kaarsrechte camper, Marijke ligt alweer te kurken en ik heb er weer zin in. Morgen op pad naar de Auvergne . . . .