vrijdag 6 januari 2012

Sportgala Roermond 2012

Gisteravond was in de Oranjerie het jaarlijkse Sportgala van Roermond. Hier huldigt Roermond op waardige wijze allemaal zijn kampioenen en biedt hen een spetterende feestavond aan. Ik heb dit al eens eerder verteld, de gemeente Roermond weet hoe je met kampioenen hoort om te gaan. Dat miereneukerige zoals dat in Venlo gaat, staat in schril contrast met de huldigingen die ik zelf mocht ondergaan in Eindhoven en Roermond. Die twee zijn voor mij echte sportsteden, zij huldigen iedereen die dat op de (inter)nationale sportaccomodaties bevechten en uitmaken!!!!

Van onze werpersgroep Swift Atletiek waren uitgenodigd 'onze' kampioenen Jan van Hooft, Peter en 'zijn dochter' Sina Mai Holthuijsen. Peter geeft direct na de avond zijn eerste indrukken weer: ‘Het was een onvergetelijke avond. Na afloop van het Sportgala heb ik nog persoonlijk met de presentator Dré Peters gesproken en hij vond persoonlijk dat dit het beste Sportgala was van de laatste dertig jaar. Een groot compliment ook aan de voetballer Soufiane Touzani die de prijsuitreikingen deed en tevens de hele zaal animeerde met zijn muziek en show’. Voor die het niet weten, Soufiane Touzani is een bekende Rotterdams Marokkaanse (straat)voetballer en rapper, hij staat hierboven samen met Sina Mai op de foto!

Zeker ook een felicitatie waard is de Erespeld als vrijwilliger die Jan van de Winkel kreeg opgespeld! Heel terecht voor zijn vele werk o.a. als voorzitter van de wedstrijdorganisatie commissie en namens de werpers proficiat!! Zonder vrijwilligers als Jan gaat het immers niet.

Jan, Peter en Sina Mai van harte proficiat en laat dat voor ons een extra stimulans zijn om in 2012 ook een Limburgs of Nederlands kampioenschap te behalen. Ook onze grote trainer Wim Coenen deelt in hun succes. En natuurlijk ook de andere Swift-kampioenen van harte gefeliciteerd: Martin Hasebos, Jeroen Hommelberg, Wessel Kamphuis, Jim Vaughan, Jorn Kubbinga, Liesje Knelissen, Stan Ubachs, Pie Meeuwissen, Siem Winkelmolen en Owen van Dijk.

maandag 2 januari 2012

Oplossing crisis in zicht

Ik had het in 2008 al uitvoerig voorspeld: de gepensioneerden gaan uiteindelijk de rekening van de crisis betalen! Toen ik dat zei hoorde je ze gewoon denken: ‘. . . . hij weer hoor’. Want zoals iedereen kreeg ook ik elk jaar een heel duidelijk pensioenoverzicht op de deurmat. En daar stond het altijd heel keurig zwart-op-wit, mijn opgebouwde pensioen, mijn aantal opgebouwde pensioenjaren en wat ik aan het einde van de rit aan pensioenrecht had opgebouwd. Je leest het goed, pensioenRECHT. Tot die onheilspellende berichten van afgelopen week.

Nu zijn er inmiddels al honderden miljarden steun naar de banken verhuisd, die mogen immers nooit en te nimmer omvallen. Het afgelopen jaar zijn er eveneens honderden miljarden naar de zwakke EU-landen gesluisd, we kunnen ons niet permitteren dat de eurozone uiteenvalt. Maar ergens moet dat gat toch mee gevuld worden? En wie wordt er ingeluisd, waar valt dat het makkelijkst te halen?

Eerst even wat verder terug in de tijd, ruim 150 jaar geleden, de kleine peuterboertjes worden fabrieksarbeiders. En daar was opeens die attente werkgever die opviel dat nadat de mensen te oud werden om voor hem te werken, ze dan automatisch aan de bedelstaf waren overgeleverd. Dat kon toch niet, hij vond dat maar niks, dat was niet sociaal. Daarom hield hij telkens een stukje van het loon in, en dat werd keurig op de bank gezet. Waren ze niet meer in staat om te werken, dan was daar dat ‘appeltje voor de dorst’. Ergo, ons pensioen is simpelweg ‘uitgesteld loon’. Dus aan alle jongeren onder ons, jullie hoeven echt niet voor die oudjes te gaan betalen! We hebben, getuige ons jaarlijkse pensioenoverzicht, dat zelf opgebouwd.

En de pensioenfondsen leefden nog lang en welvarend. De miljarden groeiden bijna gelijk met de gigantische kantoorgebouwen, waarbinnen onze spaarpotjes werden beheerd. Ik wilde wel eens meemaken hoe dat ging dat beheer. Dus liet ik me kiezen in het ‘College van Beheer’ van ons eigen pensioenfonds. Potverdomme, dat zag er geruststellend uit. De werknemers en de werkgevers stortten keurig hun bijdrage in de pot. Die pot werd vervolgens grotendeels keurig belegd in veilige ‘vastrentende’ aandelen en de pot liep over van de dekkingsgraad. Maar toen kregen we een nieuwe werkgever, een Amerikaan. Die vond het maar niks dat er ieder jaar ook door de werkgever een paar miljoen in die pot moest. We moesten hoognodig meer aan Asset-Liability-Management gaan doen. Je voelde hem al aankomen, er moest meer in (te) hoog renderende (te) risicovolle aandelen worden belegd! Een verschrikkelijk duur bureau met mannen in blauwe pakken met krijtstreepjes moest een Asset-Liability-Study uitvoeren. Nu was ik ook nog statistisch analist, kon een beetje rekenen en redelijk handig met Excel (toen nog Lotus-1-2-3). Na een avond ‘in eigen tijd’ rekenen had ik in een spreadsheet op A4-formaat uitgewerkt waar de heren waarschijnlijk mee zouden terugkomen. Ja, je moet je toch altijd goed voorbereiden, toch? Je wapenen tegen die VOC-mentaliteit, meneer Balkenende. Het College van Beheer schudde volkomen synchroon het hoofd en de voorzitter mompelde zonder me een blik waardig te gunnen ‘laten we nou eerst die studie maar afwachten’. Dat duurde een paar kostbare maanden, want mannen met krijtstrepen pakken zijn nogal hebzuchtig, maar dan kreeg je ook wat. We werden uitgenodigd in een te chique kantoorgebouw aan de rand van Den Haag. Weggedrukt in het pluche met vóór ons een uitgebreid kopje koffie. Dat wil zeggen: inclusief een flesje spa rood, een flesje spa blauw, een prachtig ingebonden gelikt rapport in full-color, een schrijfblok met een te chique ballpoint en een schaaltje met pepermuntjes. Ik ging zo zitten dat ik onze voorzitter recht kon aankijken. En de te gladde presentatie begon. Normaal verwacht je dat er naast sterktes en zwaktes ook gekeken wordt naar kansen en bedreigingen. Voor de kenners onder ons een gedegen SWOT-analyse. Want we praten over ‘ingehouden loon’ en het pensioenrecht van hardwerkende mensen. Maar vastberaden en doelbewust werden we richting sterktes en kansen georeerd van het zeer lucratieve meer roulette inbouwen in onze ouderwetse en achterhaalde beleggingsportefeuille. Ik waagde vast te stellen dat alleen het werkgeversaandeel hiermee gediend bleek en het risico compleet naar de werknemer werd geschoven. En dat zijn nou juist degenen die ons moeten vertrouwen en compleet zijn overgeleverd. Onze voorzitter liep rood aan ‘hoe durft ie’. De presentator opende zijn krijtstrepen jasje en ging nonchalant op de tafel voor me zitten en probeerde mij te imponeren met nogal moeilijke actuaristaal, maar kon mij niet overtuigen van die versluierde ongelijkheid en risico's. Ik stond op zodat we tenminste weer qua oogcontact op gelijk niveau waren en vouwde mijn A4’tje open. De krijtstreep stond op en draaide zich om naar de voorzitter, die inmiddels een ongezonde paarse kleur aannam. Maar ik bleef staan en zei: ‘ik vraag u beleefd mij één minuutje aan te horen, dat lijkt me redelijk tegen de drie kwartier die wij aandachtig hebben geluisterd’. Rustig leidde ik hem langs een paar grafiekjes en tabelletjes, met een volstrekt eerlijke sterkte-zwakte analyse die een evenwichtige spreiding in onze bescheiden beleggingsportefeuille kritisch beoordeelde, een eerlijke verdeling van de inleg van werkgever en werknemers liet zien en ondanks het lage risico een ruime voldoende scoorde om boven de maximale dekkingsgraad uit te stijgen. Het verhaal van de krijtstrepen als ene uiterste tegenover het schrille contrast ‘als-het-allemaal-een-beetje-tegenvalt’. De man keek afwisselend naar mij en naar mijn A4’tje, zweeg even en zei ‘keurig gedaan, met respect, maar deze discussie moeten jullie intern voeren’. Maar de sfeer was al naar de klote en ik voelde voor het eerst hoe een paria in India zich moet voelen. En je begrijpt het al, die interne discussie is er nooit van gekomen. Ik heb mijn conclusies maar op papier gezet en bedankt voor het College van Beheer met het verzoek om de brief op te bergen in het archief.

Het bovenstaande zal niet alleen gebeurd zijn met ‘ons’ zuurverdiende eigen ‘ingehouden’ loon. Ook bij de andere pensioenfondsen is volkomen onnodig risicovol en onverantwoord omgegaan met ‘hun’ geld. En we hebben er niets aan kunnen doen, we zijn onwetend gehouden van het pyramidespel dat er achter onze ruggen gespeeld is.

Nu worden de banken met honderden miljarden overeind gehouden en de sukkels die zich hebben laten verleiden verschuilen zich achter die ‘wir-haben-es-nicht-gewusst’ dikke boom. En wij gepensioneerden, die niks te zeggen hadden, elke maand keurig een gedeelte van hun loon moesten afstaan, die moeten nu de mond houden? Er zal immers niemand voor ons opkomen, wij moeten niet klagen, we hebben het toch zo verrekte goed, we hebben het beste pensioen van de hele wereld. Nee potverdomme, we moeten ze aanklagen, we zijn ronduit bestolen en besodemieterd. Hebben jullie al één politieke partij gehoord, die kamervragen gaat stellen? Nee, in een pyramidespel zijn altijd degenen die ingelegd hebben uiteindelijk de dupe, eigen schuld dikke bult?

We hebben altijd in het volste vertrouwen onze spaarcentjes op de spaarbank gezet, we hebben nooit getwijfeld dat ons pensioenrecht niet goed beheerd zou worden. Maar helaas, we worden keihard met een nieuwe realiteit geconfronteerd. Sprak vroeger de bankdirecteur tegen de pastoor: ‘als jij ze dom houdt, houd ik ze arm?’ Nu zijn ze al met z’n vieren, ze kunnen nu samen hun pokerspel spelen, de politiek en het pensioenfonds zijn aangeschoven. En de voorzitter van het pensioenfonds neemt het woord:

‘Als jij ze misbruikt, jij ze voor de gek houdt, en jij hun spaargeld vergokt, zal ik net doen alsof we er niets aan kunnen doen’

zondag 1 januari 2012

Beste wensen


De allerbeste wensen, en moge er in 2012 heel vaak met veel lol heel ver gestoten, geworpen en geslingerd worden met veel respect voor de afstanden van je tegenstanders!

zondag 25 december 2011

Fijne kerst

Ja, fijne kerst, wat stelt dat eigenlijk voor? Kerstmis wordt het sowieso en dat fijne moet je er toch zelf van maken! De feitelijke aanleiding is heel simpel, maar wordt te vaak naar de achtergrond geschoven. Vandaag viert Jezus Christus zijn 2011e verjaardag. Het romantische kerstverhaal op zich spreekt altijd aan, hoe God zijn eigen zoon geboren laat worden in een nederige kribbe te midden van een os en een ezel. In ieder geval was het belangrijk genoeg om onze jaartelling mee te beginnen, de wereld begon weer op ‘nul’. De nieuwgeborene werd welkom geheten door de herders in het veld en van heel ver uit het oosten kwamen slechts drie mannen om hem te aanbidden. Hij heeft indertijd de krant vast niet gehaald, en vanaf het moment dat men wist van zijn bestaan werd hij verguisd en werd er op hem gejaagd. Net zoals nu levert immers iedere bedreiging van de gevestigde orde een potentieel gevaar op. Een moeizame strijd, een leven van goedheid, wijsheid, vergeving en respect begon. Hopelijk weten velen van ons nog hoe het Jezus Christus vergaan is en hoe hij na 33 jaar aan het kruis werd gehangen.

Vanmorgen na een uitgebeid kerstontbijt zaten we naar de herhaling van de documentaire over Nelson Mandela te kijken. Niet dat we de uitzending gemist hadden, maar we moesten het gewoon nog een keer zien. Op 18 juli 1918 werd in Transkei de zoon van een eenvoudige herder geboren, Nelson Mandela. Voor zijn vreedzame strijd tegen de apartheid en tegen de verschrikkelijke vernedering van de zwarte meerderheid werd hij in 1964 tot levenslang veroordeeld op Robbeneiland. De ‘beschaafde’ wereld wist ervan en keek ernaar. Na 27 jaar werd hij uiteindelijk vrijgelaten en vier jaar later was hij de eerste zwarte president van Zuid-Afrika. Tot zover de naakte feiten. In de documentaire kwamen alleen mensen aan het woord, die hem van nabij kennen of meegemaakt hebben. Wat ons daarbij opviel dat iedereen zo diep en emotioneel geraakt werd door deze man, de ogen bleven niet droog. Nelson Mandela, een nederig man, een groot leider die met een ontwapenende glimlach zijn grootste vijanden overtuigde van hun ongelijk, werd een voorbeeld voor iedereen. Gewoon door ‘hoe’ hij zich onverzettelijk inzette voor vrede en gelijkheid in een zo verscheurd land. Die Nelson Mandela, die ook vond dat mannen hun eigen bed moeten opmaken en hun eigen potje moeten koken. Ook dit is een zoon van God, geboren in een hutje op de onmetelijke grasvlakte van Transkei, die als jongen de kudde van zijn vader hoedde, zich wilde inzetten voor gelijke behandeling van de ‘zwarten’, daarvoor 27 jaar werd opgesloten in een kille cel en daarna ongebroken de strijd uiteindelijk won.

Waarom begrepen de Khadaffi’s, de Moebaraks en de Sadam Hoeseins hem niet? Waarom opent hij Assad niet de ogen? Willen jullie het antwoord? Gewoon die hebzuchtige macht, dat niet te stoppen dierlijke instinct om anderen te onderdrukken en zichzelf superieur te stellen! Dat is nou precies het tegenovergestelde van die fijne kerst!
Vanmiddag hebben we onze ‘traditionele’ wandeling gemaakt naar de roze zusters in Steyl. Bij het klooster is een kleine kapel, die een voorzichtige inkijk geeft in de kloosterkerk en op de eeuwigdurende aanbidding van de roze zusters. We waren net op tijd voor het middaggebed, de ‘none’. Door de vitrage zag je het vage roze en witte van de nonnen, die psalmen zongen met ijle sopraanstemmetjes, die zo prachtig nagalmen in de kerk. Een moment voor zelfreflectie en na te denken over die idiote beslissingen die om ons heen worden genomen die de wereld en zijn bewoners onomkeerbaar naar de knoppen helpen. Ja, je kunt het niet beïnvloeden, maar om er in deze sfeer over na te denken kan geen kwaad.

We gaan naar buiten en verzuchten naar elkaar ‘ook dit is een fijne kerst’ en wandelen naar de kapel van de paters SVD. We steken een hele rij kaarsen aan voor mensen die het moeilijker hebben dan wij. Met kerst denk je immers niet aan jezelf, je denkt aan de ander. Net zoals Jezus Christus en Nelson Mandela dat altijd doen en gedaan hebben. Kunnen we nog wat van leren.

vrijdag 9 december 2011

Laatste tienkamp in 1977

Een beetje aangemoedigd door de 'Oude atleten' pagina op Facebook ben ik weer eens aan het neuzen in oude plakboeken en oude uitslagen. Heej, blijf even steken in 1977. Het is 't allerlaatste jaar dat ik heb meegedaan aan de Zuidnederlandse Tienkamp kampioenschappen, het was in Roosendaal. Ik weet het nog goed, het was er slecht weer en het waaide ontzettend hard. Zo hard zelfs dat de complete hoogspringmat werd opgetild en twintig meter verder tegen het hekwerk terecht kwam. Ooh ja, we bleven slapen in Roosendaal.

's Avonds zijn we nog op stap gegaan in de binnenstad, we raakten per ongeluk in een homo-bar verzeild. Het was er best wel gezellig, maar niet iedereen van ons vond dat. Eentje bleef er angstvallig met z'n rug stevig tegen de muur staan.

Als ik nu de uitslagen nog eens doorlees besef ik me dat 1977 tevens de doorbraak was van twee nieuwe meerkamptalenten uit onze regio. Hiernaast de krantenknipsels uit 1977, als je er op 'klikt' wordt het wat groter en beter leesbaar.

Waar blijft de tijd, alweer 34 jaar geleden . . . .

zondag 4 december 2011

David tegen Goliath

Soms kun je bij sprookjes niet duidelijk genoeg zijn, maar ook hier berust iedere gelijkenis met de werkelijkheid op toeval.

Er was eens een heel gelukkig volkje in het binnenbos. Ze waren klein van postuur en gering in aantal, en omdat ze alles samen deden en deelden waren ze heel gelukkig. Men noemde hen ook wel de Baloren, omdat ze nogal balorig konden zijn en balorigheid in artikel 1 van hun grondwet hadden opgenomen. Ze werden niet groter als asperges en niet dikker dan winterpeen. De balorige vrouwtjes werden elfjes genoemd, gewoonweg omdat de liefde van zelfjes ging. Ze onderscheidden zich van de mannetjes omdat ze niet zo recht waren als asperges en meer wulpse vormen aannamen dan een winterpeen. Vaak droegen ze een door spinnen geweven manteltje, die leken op vleugeltjes als de elfjes heupwiegend door het binnenbos huppelden.

In het balorig binnenbos moest natuurlijk hard gewerkt worden voor de kost, maar dat nam niet weg dat er tijd genoeg overbleef om te sporten en te spelen. De moedersport was Goliath, met de meest balorige onderdelen als lopen, springen en werpen. Er was niet veel accommodatie voor nodig, een klein cirkelvormig lapje bosgrond werd ontdaan van het ruwe bosgras en de grote boskiezels. Daarbinnen werd dan rondjes gelopen, over struikjes gesprongen en met van alles gegooid. Er waren vijf werponderdelen. Zo was er eikeltje stoten en eikeltje slingeren. Met het hoedje van de vliegenzwam werd er paddediscus geworpen, met kleine rechte takjes van gelijke lengte en gewicht moest zover mogelijk worden geworpen. En tenslotte was er het steenslingeren, afgekeken van David tegen Goliath. De elfjes hadden een kniekousje gebreid, ditmaal niet bedoeld om balorige voetjes te warmen maar om een fikse steen in te stoppen. De kous werd dan rond geslingerd en zover mogelijk weggegooid. Een stekelige dichte haag meidoorn garandeerde de veiligheid voor de balorige kindertjes. Na het laatste onderdeel werden de afstanden opgeteld en die de hoogste totaalafstand over vijf onderdelen haalde, mocht een zwoele nacht op het Eros-eilandje doorbrengen met de wilde elfjes. Het gebeurde wel eens dat er niet veel later een huwelijksfeest was omdat er een balorig motje onderweg was. De baloren maalden daar niet om.

En de baloren en de elfjes leefden nog lang en gelukkig? Dat had je gedacht! Geregeld toog men op wedstrijd in het immense buitenbos, ieder jaar verzamelden zich de beste werpers bij de Tusporen en de Hanzoren. En uiteraard ook de jaarlijkse thuiswedstrijd bij de Baloren zelf. Heel geniepig en heel geleidelijk groeide er tweespalt, binnen het cirkeltje in het binnenbos ontstonden twee groepen. Allereerst de Nerodivads, ze waren het meest omvangrijk. Althans in aantal, niet in omvang, want zij leken het meest op die asperges. Zij liepen alsmaar rondjes, waardoor ze alsmaar magerder werden. Omdat ze zo mager werden gingen ze weliswaar steeds harder lopen, maar werden aldus volkomen ongeschikt om bomen te kappen en vruchten te torsen. Hun elfjes moesten het zware werk overnemen en dat leidt niet naar een gelukkig bestaan. En zeg nu zelf, vrijen met zo’n koud wit asperges-stengeltje nodigt niet erg uit.
Op het binnenterrein was een klein groepje werpers aan de gang. Tegengesteld aan de Nerodivads hadden zij de geuzennaam Davidoren gekregen, vanwege de eerdergenoemde David die Goliath versloeg met zijn slingersteen. Zij hadden meer het aanzien van massieve winterpenen met een frisse kleur, waar je als elfje stevig houvast aan hebt. Andersom werden de elfjes door de Davidoren met gemak op handen gedragen.

Ondanks het ontbreken van een aandelenbeurs werd het crisistijd in het binnenbos, enerzijds de baloren die na het rondjes lopen te moe waren om te werken en de andere baloren, die trainden om daarna harder te kunnen werken. Ook het kamp van de elfjes werd sterk verdeeld, de Nerodiva’s waren jaloers op de elfjes van de werpers, de Gooi-ze elfjes. En niets ergers en gemener als ruziënde elfjes, zeg ’t nou zelfjes.

Zo gebeurde het dat vorig jaar de Hanzoren en Baloren hun spelen op dezelfde dag hadden gepland. De Davidoren staken daar tijdig een stokje voor, met de grote Hanoor werden datums verschoven, hèhè dat ging net goed. Nu konden beide werpfeesten tot een gigantisch succes uitgroeien. Echter als straf werden de Gooi-ze elfjes geweerd bij hun eigen thuisspelen. In het najaarszonnetje zaten daar de lieftallige Gooi-ze elfjes op een rijtje, ze mochten niet meehelpen en konden slechts werkeloos toezien op hun eigen Davidoren. En ja, hoe gaat dat dan, dubbel gigantisch succes valt niet bij iedereen goed, en zelfs in sprookjes moet je dat dan gewoon de nek omdraaien.
Komend jaar staat het werpfeest van de Hanzoren en de Baloren wéér op dezelfde dag gepland. Wat een verschrikkelijk balorig drama, boze tongen beweren dat één elfje dwars lag. En daar moeten twee geweldige werpfeesten en alle Davidoren het tegen afleggen. Maar het binnenbos draait door, voor de Gooi-ze elfjes maakt ’t niet uit. Ze mochten toch al niet meedoen en blijven als één goede fee achter hun Davidoren staan.

Nou, ho effe, dat met die goeie en slechte fee is weer een ander sprookje. Tsja, het is ook allemaal zóó verwarrend, soms krijg je ook het balorige gevoel dat je in een akelig griezelig buitensprookjesbos bent beland.

En toch leefden ze nog lang en gelukkig.

woensdag 30 november 2011

A.V.Dysneicetus

Soms lees je dingen waarvan je denkt ‘verdomd, dat had ik zelf kunnen schrijven’. Dit keer gaat het over de oude antieke spelen. Een verhaal over de eerste Olympische spelen op de berg Olympus in het nu zieltogende en bijna failliete Griekenland. We hebben enkele jaren geleden een rondreis gemaakt langs die oude antieke stadions. Marijke was me geregeld kwijt als ik weer zat weg te dromen op die stenen tribunes. Natuurlijk moest ik afpassen of de lengte van het stadion ook wel 192 meter was. En ik kon me niet beheersen om beide armen omhoog te strekken bij het overschrijden van de finish. Applaus belemmerde mijn denkproces. Duizenden klappende handen glijden als een warme douche over me heen. In een waas zie ik een dikke man in een smetteloos wit kleed naderen. Hij drukt me een groen lauwerkransje op de kale kruin. Iemand pakt me bij de hand, het is Marijke die voor me staat:’heej dromer, kunnen we weer verder’.
Heerlijk, lees onderstaand verslag van twee dagen Olympische spelen en oordeel zelf.

De tweede dag
‘Op Uw plaatsen...!’ De scheidsrechter in zijn purperen gewaad en een krans van laurierbladen om het hoofd, heft zijn hand omhoog. Vier atleten, volledig naakt, staan klaar om elkaar te bestrijden op het 'stadion' , een hardloopwedstrijd over ruim 192 meter, de lengte van het stadion. Elke vezel in hun lichaam is gespannen. Op de stenen banken langs het stadion houden vele duizenden Grieken de adem in. Het gouden beeld van Zeus, vlammend in de zonnestralen, ziet neer op dit grootse gebeuren.
'Af!' Vier lopers schieten als bliksemschichten uit de startdrempels. Ineens is het stadion een orkaan van lawaai. De aanmoedigingen barsten los. Iedereen wil dat de atleet van zijn stad de overwinning zal behalen. Die zal dan de olijftakken om zijn slapen krijgen, zijn beeltenis zal in marmer gehouwen worden en misschien zullen de Spelen naar hem worden vernoemd. Het is Talaus die een kleine voorsprong neemt. Talaus komt uit Sparta. De aanmoedigingen zijn oorverdovend en het is niet moeilijk te raden uit welke hoek de toejuichingen komen. De Spartanen schreeuwen, gillen, tieren. Ook Talaus zelf laat zich niet onbetuigd. Hij loopt alsof Hades, de God uit de onderwereld, hem op de hielen zit. Hij moedigt zichzelf aan met luide kreten, misschien ook wel om zijn tegenstanders angst aan te jagen. Maar dan komt een tenger ventje naar voren. Het is Scopias van Thebe. El voor el wint hij op zijn tegenstander. Slechts enkele ellen scheiden hen nog van de eindstreep. Dan werpt Scopias zijn schoudertjes naar voren en gooit als het ware zijn tenger lijfje over de eindstreep. Languit schuurt hij over het zand. Maar hij voelt niets van dit alles. 'De zege is voor Scopias van Thebe...!' Wat een eer voor deze atleet. Hij knielt voor het altaar van Zeus en veegt het stof uit zijn gezicht.

De derde dag
Vandaag is het de dag van het pentatlon, de vijfkamp. Dysneicetus uit Croton staat klaar om de discus te werpen, een platte, afgeronde schijf van ongeveer 4 kilo. Het machtige bovenlichaam iets naar voren gebogen zwaait hij enkele keren met zijn armen voor- en achterwaarts. De snelheid van de beweging wordt steeds groter. Het stadion houdt de adem in. Ineens draait hij als een wervelwind in de rondte en met een zoevend geluid vliegt de discus uit zijn hand. De scheidsrechters snellen toe om een stokje te plaatsen op de plek waar de discus is neergekomen. 'Vijfennegentig voet,' wordt bekendgemaakt. Daverende bijval van de tribunes. Niemand zal de man uit Croton overtreffen, dat is vrijwel zeker. Dysneicetus staat klaar voor het tweede onderdeel van het pentatlon, het verspringen. Ineengedrongen staat hij daar, één bonk spieren. Er klinkt fluitspel. De man heeft in elke hand een brok lood van 4 kilo. Zijn vingers steken door gaten in het lood. Dan komt de aanloop. Als een adelaar zweeft hij door de lucht. De handen worden met een ruk naar voren gegooid. De brokken lood moeten hem de snelheid geven om te kunnen vliegen. De fluitspeler ontlokt schrille tonen aan zijn instrument. Met een duidelijk hoorbare plof landt Dysneicetus in het zand. Zijn afstand is genoeg voor een derde plaats, naar later zal blijken. Nu omknelt de rechterhand van Dysneicetus de essenhouten speer. Staat hij niet bekend als de man die de speer verder kan werpen dan wie dan ook in Croton? Met de linkerhand veegt hij liefkozend langs de metalen speerpunt. Dan knielt hij op één knie. Het is alsof hij bidt tot zijn goden. Dan komt hij overeind, zwiept het prachtige naakte lichaam als een veer naar achter en met een fluitend geluid doorklieft de speer de lucht. Trillend blijft hij in de grond steken. Honderdnegentig voet! Zijn tweede overwinning in de vijfkamp is een feit. Nog één overwinning scheidt hem van de absolute zegepraal. Daarvoor zijn drie overwinningen nodig. Er resten nog hardlopen en worstelen. Zal het hem lukken?

In zijn hart weet Dysneicetus dat hij zich niet meten kan met de razendsnelle atleet Scopias uit Thebe. Een vage hoop heeft hij echter nog steeds. Maar Dysneicetus wordt royaal verslagen door de man uit Thebe. Nu staat hij tegenover Simonides uit Keon, zijn tegenstander bij het worstelen. De huid van Dysneicetus glanst van de olie. Zijn tenen krommen zich in het zand en loerend draait hij om Simonides heen om een zwakke plek in diens verdediging te vinden. Simonides is waakzaam. Niet voor niets is hij kampioen van Keon. Bovendien is hij zwaarder gebouwd dan Dysneicetus, hoewel die weer het voordeel heeft dat hij iets langer is. Dan klinken luide kreten. Als twee beren stormen de twee mannen op elkaar in, tastend naar houvast aan elkaars lichaam. Het is één glibberig gekronkel van armen en benen. Het stadion staat op zijn kop! Het lawaai moet tot in Elis te horen zijn! Plotseling schiet de linkerarm van Dysneicetus onder de oksel van Simonides door om vervolgens als de arm van een inktvis weer terug te komen over de schouder, onder de kin van Simonides. Even kan deze zich staande houden. Hij probeert zich te ontworstelen aan de klemmende greep van Dysneicetus. Vergeefs, hij gaat languit! Hij ligt op zijn buik en voelt de knie van zijn tegenstander op zijn rug. Hij kan geen vin meer verroeren. De strijd is gestreden.

De drie overwinningen voor Dysneicetus betekenen de absolute overwinning in het pentatlon. Als één man rijzen de toeschouwers van hun zitplaatsen. Vergeten is de kwelling van de miljoenen muggen en vliegen, die het leven op de tribunes bijna ondraaglijk maken. Er is een held te bejubelen: Dysneicetus, de man uit Croton. De olie- en zandlaag wordt met sikkelvormige schrapers van zijn huid gekrabd. Hij hoort ternauwernood het oorverdovend lawaai van de duizenden. Hij is triomfator in het pentatlon. En daarvoor dankt hij Zeus!
[mijn dank gaat naar: http://jvpoll.home.xs4all.nl/wdo/GRIEKEN/SPORT/OLYMP.HTM]

Dat moet toch geweldig geweest zijn, en wees nu eerlijk. Als je nog een naam zoekt voor een atletiekvereniging, wat dacht je van Dysneicetus. De naam is een beetje lang, doet een beetje denken aan Disneyland, maar wat een atleet. En helaas, Scopias is al vergeven, je weet nog wel, dat tengere hardlopertje.

zondag 20 november 2011

Hoe is het ermee


Goedemorgen lieve weblog, hoe is het ermee. Nee, ik was je niet vergeten, hoogstens 'n beetje verwaarloosd. Geen excuus, slechts een korte uitleg. Afgelopen periode hebben we het erg druk gehad. Na een maandje zonnen aan de Côte d'Azur, gevolgd door 'n maand intensief atletieken zitten we nu alweer drie weken in Varaignes. Een pittoresk dorpje in de Perigord Vert, de noordpunt van de Dordogne. Voor schrijven ontbreekt dan vaak de tijd, vooral ook door het afwerken van mijn boek 'Historiek van de familie Titulaer'.

Maar natuurlijk was er inspiratie genoeg, het leven confronteert je iedere dag opnieuw weer met zorg, plezier, ergernis, belachelijke voorvallen en gelukkig een schaterlach. Komende winter ga ik me weer concentreren op mijn geliefde atletiek, specifiek de werpvijfkamp en op mijn voorbereiding op het komende seizoen. Ik hoop 65 jaar te worden, dat betekent een nieuwe klasse en een nieuwe uitdaging. Natuurlijk wil ik weer zo hoog mogelijk op de 'bestenlijsten' komen.

Marijke heeft in Frankrijk wat filmpjes gemaakt, waarop te zien is dat ik niet heb stilgezeten. Er moet elke dag wat gedaan worden. Het weer in Frankrijk werkte mee. Maar komende week gaan we terug naar huis, de camper gaat in de winterstalling . .