maandag 1 augustus 2011

‘iepppp!!’

Vannacht schrok ik wakker van een kort, schril en fel geluid, ‘iepppp!!’. Ik vloog rechtop, mijn haren op de arm stonden rechtop, maakte het licht aan en zei ‘Marijke, heb jij dat ook gehoord?’. Langzaam werd er iemand wakker naast me, draaide zich heel traag om en mompelde ‘je zult wel gedroomd hebben, ga maar weer slapen!’. Met de oren gespitst bleef ik luisteren en verdomd, een paar minuten later, ik was bijna weer ingedommeld,
‘iepppp!!’ - daar was het weer. Nu ging aan twee kanten het licht aan, want zie je wel, ik had niet gedroomd. Samen lagen we nu te luisteren, als twee konijntjes de oren gespitst, scherp en alert, met de adem ingehouden. Net toen aan een kant weer het licht uitging en een diepe zucht hoorbaar werd,
‘iepppp!!’ - Een kort en irritant scherp geluid, net zoiets als een tandartsboor exact op het moment dat die rotvent een zenuw raakt. Het volgende halfuur was rijp voor een lachfilm, homevideo’s, bananensplit of zoiets.
‘ieppp!!’ – het komt bij jou vandaan, heb je die stopwatch misschien nog aanstaan. Tuurlijk niet, ik gebruik al eeuwen geen stopwatch meer. Maar toch kijk ik voor alle zekerheid in de la van m’n nachtkastje.
‘ieppp!!’ – nee, het komt bij jou vandaan. Nou, dat kan helemaal niet, ik heb niks in m’n nachtkastje.
‘ieppp!!’ – het is jouw radiowekker. Twee handen gaan synchroon naar de twee wekkerradio’s links en rechts van het bed.
‘ieppp!!’ – ook niet, het lijkt wel dat het uit de kleerkast komt. Ik vlieg uit bed en kijk achter en onder de kast. Het kan toch geen krekel zijn. Nee, hoe moet die . .
‘ieppp!!’ – voor alle zekerheid duik ik met mijn oude botten onder en achter het bed. Nou dat moet dan wel een verdomd eigenaardige en zeldzame krekel zijn.
‘ieppp!!’ – het komt van die twee heksen die naast de kast staan. Marijke vliegt op en pakt de twee heksenpoppen en verbant ze naar een van de andere slaapkamers. Net op het moment dat ze worden neerzet . .
‘ieppp!!’ – nee, dat is het ook niet, maar wat kan dat zijn potdomme. Ik roebedoep naar beneden en duik in de meterkast. Zou het misschien de draadloze router kunnen zijn? Aandachtig wacht ik op de volgende
‘ieppp!!’ – nee, niks, nada, het komt toch van boven. Misschien de elektrische ontluchting, zullen we die even uitzetten. Maar ik hoef niet lang af te wachten
‘ieppp!!’ – Nondejuu, ik sprint weer naar boven. Marijke is daar ook al driftig aan het inspecteren en vermoedt dat het toch uit de kast komt. Maar ze kan zowel in de laden, op de schappen als in het hanggedeelte niks vinden . .
‘ieppp!!’ – het komt van achter de kast! Heej, misschien de zolderkast, en braaf laat ik me daar even in opsluiten, je kunt nooit weten.
‘ieppp!!’ – nee, niet in de zolderkast, Marijke laat me gelukkig weer vrij en ik loop inmiddels totaal over de roje op de overloop! Potverdomme, Derek Ogilvie zal toch geen nieuwe zesde-zintuig-show aan het voorbereiden zijn.
‘ieppp!!’ – wel pot nonde, nu recht boven m’n hoofd! Ik kijk omhoog en zie daar een klein wit rond gevalletje met langwerpige gaatjes . . . onze r o o k m e l d e r!!

Ik ruk dat ding van het plafond en ontdoe hem van z’n batterij. Wat een geruststelling, achterop de rookmelder lees ik WAARSCHUWING: Raakt de batterij leeg, dan klinkt één keer per minuut een waarschuwingssignaal! Verder staat er iets van ‘eens per week’ controleren en reinigen met de stofzuiger. Wie had daar aan kunnen denken, we wonen hier nu ruim vijf jaar en dat ding is er één keer af geweest om het plafond te witten. Gaat zo’n batterijtje wel lang mee.

Daar staan we dan met z’n tweetjes, tegenover elkaar op de overloop. Blote beentjes onder onze pyama’s, we barsten uit van het lachen. ‘Maar goed dat niemand dat gezien heeft!’. We duiken het bed weer in en Marijke zegt wat ik denk ‘daar hoeft geen nieuw batterijtje meer in’.

En ik vond dat jullie het ter lering-ende-vermaak wel mochten weten. En hoor je midden in de nacht iets dat lijkt op ‘ieppp??’ . . . .

woensdag 27 juli 2011

In memoriam ôzze Jack

Ôzze Jack is d’r neet miër, eine goôje mins haet ôs verlaote. Het kaarsje brandde langzaam uit, het was op, vannacht om twintig over twaalf een laatste zucht. Je hoopt op zo’n moment dat het toch waar kan zijn. Zullen mam en pap hem al met open armen verwelkomd hebben? Alleen de gedachte dat ze weer met z’n drietjes zijn maakt je gelukkig en tilt je over het verdriet heen. Voordat we naar Frankrijk vertrokken hebben we hem nog bezocht. Hij was vrolijk en keek met ogen die ons zagen maar niet herkenden, om even later weer weg te dommelen. Een lichte streling, een hand op een vermagerde rug, een zoen vormden de overgebleven communicatie. We zaten in de Drôme ergens op een boerencamping, de mistral blies onstuimig, een SMS-je van Hans, of we even terug wilden bellen. ‘Ôzze Jack’ zeiden Marijke en ik in koor. Hij lag in comateuze toestand en het zou niet lang meer duren. Als de sodemieter terug naar huis, natuurlijk wil je eigenlijk die laatste herinnering vasthouden, maar toch willen we hem nog even zien. Stil en ontspannen lag hij daar, verschrikkelijk dat ‘ôzze Jack’ zo afscheid van het leven moet nemen. We fluisteren zacht wat lieve woorden, strelen met twee vingers zijn holle wang, een laatste kusje op zijn voorhoofd.

Herinneringen schieten door m’n hoofd. ‘Zeg ‘ns wat je denkt’, zegt Marijke. Ja, ik denk weer terug, 58 jaar geleden. De ooievaar was op komst, en ik moest verderop in de Leeuwerikstraat naar ‘tant Janssen’. Ik zat op de grond te spelen toen ze voor het raam stond en zei ‘daar vliegt de ooievaar bij jullie op het dak’. Uiteraard was ik net te laat bij het raam, en idem dito toen ze hem even later weer zag wegvliegen. Eindelijk mocht ik terug naar mam, en daar lag hij. Hèhè, na drie zussen had ik eindelijk een broertje, Jacky. Maar al snel bleek het een zorgenkindje, ik hoor m’n tante nog zeggen ‘hij knijpt niet in de vinger’. Jacky was een mongooltje, hij had het syndroom van Down. De gordijnen gingen dicht in huize Titulaer, mijn moeder liep wiegend op de arm met ôzze Jack door het huis, mijn vader zat met z’n hoofd in de handen.

Maar Jacky groeide op tot een vrolijk en blij manneke. Puurder en eerlijker kan een mens niet zijn. Feilloos aanvoelen wie hem open en sympathiek benaderen. En even feilloos in woord en gebaar de confrontatie aangaan naar de minder sympathieken en de arroganten onder ons. Elk meisje kreeg van Jack een vette knipoog. In gezelschap zei hij niet veel, maar wist steeds een plekje te veroveren naast het mooiste meisje. Een arm om haar heen of een lekkere knuffel volgden ‘als het klikte’. Muziek was zijn leven, BZN zijn passie en drummen zijn uitlaatklep. Soms haatte ik dat verschrikkelijke lawaai, maar met de jaren werden drumstel en Jack een beter ingespeeld stel. En hij presteerde het om wel eens de plek te veroveren van een drummer in een echte band. Kaarsrecht en serieus sloeg hij op de trom en roerde de deksels in zijn geheel eigen en unieke ritme. Compleet anders dan die echte drummer, maar zeker niet storend in het geheel.

Jack had een wonderbaarlijk geheugen. Vragen over acteurs in welke soap dan ook, artiesten op welke plaat of welk genre dan ook, Jack frommelde wat met zijn lippen, trok zijn sokken nog verder omhoog en haalde het correcte antwoord uit zijn geheugen. Hij kon niet lezen maar bestudeerde elke week de TV-gids en kende die dan voor de rest van de week uit z’n hoofd. Na Nieuwjaar en het verschijnen van de nieuwe kalender werden alle verjaardagen van de hele familie opgeslagen met de correcte dag van de week erbij. Mijn vader vergoelijkte dat wel eens met ‘hij hoeft ook verder niks anders te onthouden’, maar ik bleef dat knap vinden.
’s Avonds moesten we hem om beurten naar bed brengen. Je lag dan naast hem te wachten tot Jack eindelijk wilde gaan slapen, heel voorzichtig schoof je dan naar de rand van het bed, langzaam één been op de grond. En potverdomme, op dat moment sloeg hij z’n armpje om je heen ‘aah Jan, woa geis se haer?’. Soms duurde het zo lang dat je zelf in slaap viel en ôs mam je wakker kwam maken ‘kôm maar, hae sluûp’. Jack was ontzettend gemakzuchtig, sommigen noemden hem lui en weer anderen vonden hem toch wel verwend. Hij snapte er niks van dat ik hield van hardlopen, hij kon er zelfs niet naar kijken en heeft nooit begrepen hoe ik een hele dag naar Groningen kon gaan om over 10 hordes te gaan rennen. Mijn vader deelde dat overigens met hem, en dat was niet het enige wat die twee samen deelden. Hij zal misschien tien jaar zijn geweest toen hij samen met m’n vader zijn eerste pijp zat te roken, mijn moeder vond het maar niks, maar mijn vader zei ‘ôch laot dae jong toch’.

Toen pap en mam er niet meer waren, bleef Jack in het ouderlijk huis wonen. En zoals hij dat zo smakelijk kon vertellen ‘trokken Tina en Joep bij hem in’. De laatste 16 jaar woonde hij bij m’n oudste zus en zwager. Geheel bij Jack passend noemde hij ze ‘mam twiëje’ en ‘pap twiëje’. Welk groter compliment kun je in zo’n situatie krijgen.

Nu is Jack er ook niet meer, en de herinneringen blijven door m’n hoofd schieten. Maar ik laat het hier bij, sommige dingen kun je niet delen. Het was een fijn mens, hij hield ons een eerlijke spiegel voor hoe je je sociaal had te gedragen, hij kon je met een scherpe opmerking op je plek zetten. Met zijn opgewektheid vaak een onmiskenbaar middelpunt. Problemen werden met een persoonlijk vraag- en antwoordspel uitgediscussiëerd op het toilet. Zo kun je ook volop genieten van het leven, en was hij toch maar stiekem één van de weinig Nederlandse mannen met een lieve Turkse vriendin.

Jack, bedankt en geef ‘mam ein’ en ‘pap ein’ een stevige knuffel.

dinsdag 26 juli 2011

Een weekje weg

Vorige week hadden we een weekje Noord-Holland gepland inclusief een avondwedstrijdje Heiloo, maar toch maar besloten naar het zuiden te rijden totdat we de zon bereikten! Helaas moesten we na zeven dagen Zuid-Frankrijk opbreken (waarover een andere keer meer). Bij het doornemen van de post meteen even kijken wat er binnen de werpersgroep gebeurd was. Potverdorie, die Sina Mai Holthuijsen is best goed. In Recklinghausen verbeterde ze haar clubrecord MC naar 30.89 meter. Pap Holthuijsen testte zijn vorm voor het volgende belangrijke weekend, en dat belooft wat.
Verder wil ik jullie een drietal mailtjes niet onthouden. Soms klaag ik wel eens over de beroerde omstandigheden waaronder werpers hun geliefde handwerk moeten verrichten. Lees ze maar eens door en probeer je in te leven in ‘waarom ik altijd voor die werpers opkom’.

Jan van Hooft in Wageningen (22 juli)
Ik dacht dat ze in België het laat konden maken met wedstrijden, nou in Nederland (Wageningen) kunnen ze er ook wat van. ‘s Avonds om half elf, met de lichtmasten al aan, en als laatste groep eindigden we het discuswerpen. We begonnen om 6 uur met het kogelslingeren, een groep van 20 man dacht ik, mannen-vrouwen-junioren alles bij elkaar. Op de website stond vermeld dat na 3 worpen de beste 6 vrouwen en mannen nog 3 worpen zouden krijgen, maar ze begonnen al meteen te zeggen dat ze er maar 4 zouden doen en misschien nog een 5de als het vlot zou gaan. Protesten alom dus, "als we dat geweten hadden, had ik me niet ingeschreven". OK, dan 6 pogingen werd er gezegd, maar wat gebeurt er na 3 pogingen, alle 20 deelnemers krijgen 3 pogingen extra. Ja, en dan gaat het wel erg lang duren, terwijl het kogelstoten om half acht zou beginnen. Het ging niet slecht met het kogelslingeren, 35.11mtr, maar wacht nog steeds dat dat ding nog eens een keer een paar meter verder vliegt. Terwijl wij nog aan het slingeren waren, waren er al atleten aan het instoten met de kogel en wilde men ook al aan de wedstrijd beginnen. Dus zonder nog te kunnen instoten begon ik aan deze wedstrijd. En dat ligt mij niet zo lekker, heb toch altijd even wat tijd nodig om wat te kunnen instoten, en omdat de groep ook hier weer zo groot was, hoorde ik dat ze ook hier 4 pogingen wilde doen en misschien een 5de erna. Niemand klaagde zover ik het kon horen en het maakte mij ook niet meer zoveel uit, want het begon af en toe te regenen en het werd ook een stuk frisser. Het kogelstoten ging weer zoals vanouds, slecht dus. 10.39mtr verder kwam ik niet na 4 pogingen, want de 5de heb ik niet meer gedaan. Was al op weg naar de discusring, waar men al aan het inwerpen was. Terwijl sommige atleten, die ook nog wilden gaan discuswerpen, aan hun 5de, 6de poging weet ik veel, bezig waren bij het kogelstoten, begonnen wij al vast met het discuswerpen. Ook hier was het weer even de vraag, wat gaan we doen, 4-5 pogingen of zoals op de site stond 3 pogingen en dan finale. Ik was in ieder geval voor 6 pogingen en dat zou men gaan doen. Alleen na 3 pogingen waren er atleten die toen wisten dat ze niet bij de beste 6 waren begonnen te klagen en terug wilden naar 5 pogingen voor iedereen. Mij maakte het niets meer uit, het was koud en het begon al laat te worden, dus doe maar, dan kunnen we gewoon door gaan, ondanks dat we met een groep van weer 20 atleten waren. Maar nu waren er anderen die 6 pogingen wilden, dus de jury bezweek voor hun argumenten en moest de lijst na 3 pogingen opnieuw gaan samenstellen. En dat duurde best wel lang, hadden we gewoon doorgegooid waren we al klaar geweest. Maar goed, uiteindelijk gingen nu wel de beste 6 vrouwen en mannen door voor de laatste 3 worpen. Mijn beste worp werd 46.87mtr, en was daar best tevreden mee. Wel geen 50 mtr, maar dat komt nog wel.

Jeroen van Emmerik in Ronsdorf (17 juli).
M'n eerste wedstrijd sinds twee maanden, de weersomstandigheden waren wisselend maar toch niet zo slecht als verwacht. Alleen het eerste uur regende het tijdens de wedstrijd daarna brak het zonnetje door. Kogel viel dus in het water; een teleurstellende 7,49. Hamer ging wel lekker; 29,80 en 0,13m onder pr 29,93 en dat na twee maanden niet trainen. Wel een tevreden gevoel. Zeker met het materiaal ( draad ) dat redelijk bagger was. In de laatste worp kon ik met goed materiaal werpen: dat draaide zo veel sneller dat ik links uitwierp.
Diskus kon ik toch nog net aanlsuiten bij groep 1 omdat ik als enige van groep 2 over was gebleven. Snel even inwerpen en je: 28,62m. De laatste was een alles of niets poging snoeihard tegen de paal. 0,49m onder pr 29,11.
En nu komt het Jan van Hooft: je hebt echt een kans gemist want het diskus was echt van hoog niveau! Je had moeite moeten doen om op het podium te geraken. Winnaar 51,44. Het was een gezellige Discusgroep waarin de M60 echt allemaal ver wierpen met ruime 40m+ worpen.
Het steenstoten heb ik niet meer gedaan. Oorkondes, zware medailles en een nep kogelslingertje (meer iets voor in de kerstboom). Het terrein is niet om over naar huis te schrijven met name kogel was eerder een alpenwei.

Mailtje aan onze trainer (nog effe niet slingeren - 17 juli)
Goedemorgen Wim
Het gras groeit stevig door op het middenterrein.
Vanaf 25 juli kunnen jullie weer trainen bij Swift.
Wel moeten er nog afspraken gemaakt worden over het
o.a. vullen van de gaten.
Groetjes en nog een fijne zondag,
Johan.


Zou men wel beseffen dat op datzelfde middenterrein behalve dat klotegras nog iets veel mooiers aan het groeien is. Rondom onze trainer Wim Coenen groeit kwantitatief als kwalitatief een prachtig stelletje werp(st)ers. Ruim 25 man (en vrouw) verzamelen zich elke maandag- en donderdagavond in wisselende samenstelling op sportpark de Wijher. Ze komen niet alleen uit de regio Roermond! Nee, wat dacht je van Siebengewald, Nuenen, Eindhoven, Culemborg, Erkelenz, Millich, Helden en Baarlo. Ze hebben er wat voor over om bij Swift Atletiek te komen trainen. Inmiddels is gebleken dat de groep (inter)nationaal goed voor de dag komt, voor de criticaster is het misschien nog even wachten op die echte topper. Vorig jaar werden liefst 40 stokoude clubrecords op de werpnummers uit de boeken geschreven. Ja ja, dat was het eerste jaar hoor ik iemand denken. Maar daarvan zijn er dit jaar alweer 16 verbeterd, als dat geen vooruitgang is!! Onze Wim wordt gevraagd als gasttrainer en is niet te beroerd om in Weert te gaan kijken om er nog beter van te worden. Eigenlijk verdient onze ‘autoriteit’ op werpgebied met iets meer égard betrokken te worden in beschikbaarheid en kwaliteit van de accommodatie.
Maar ja, een profeet wordt in zijn eigen land niet geëerd,
Groetjes en nog een fijne dag,
Jan.

maandag 11 juli 2011

Een jaar uit het leven van een slingeraar

Erwin Suvaal maakt prachtige cartoons, en vaak met als onderwerp kogelslingeren. Hij weet de gemoedstoestand van een kogelslingeraar (dus ook van mij) schitterend in beeld te brengen. Bij het doorkijken kwamen spontaan wat teksten bij me op, die ik verbond met zijn cartoons. In 'no-time' groeide onderstaande strip, uiteraard met toestemming van Erwin. Klik maar gerust aan, het is geen 'spam' of zoiets . . .





https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=sites&srcid=ZGVmYXVsdGRvbWFpbnx3ZXJwZ3JvZXBzd2lmdHxneDoyZGFhMTU4NDA3M2VkNQ

zaterdag 2 juli 2011

Macchiavellistisch leidinggeven

Wie mijn blogs regelmatig wel eens leest, moet intussen wel gewend zijn geraakt aan mijn cynisme en mijn soms botte aanval op ‘voorzitters’. Want al die anderen die dat allemaal maar niks vonden, surfen nu waarschijnlijk elders op het internet. Mijn trouwe lezers ga ik toch maar eens opbiechten hoe het allemaal zo gekomen is. En net zoals Joop den Uyl dat indertijd kernachtig kon uitleggen met zijn ‘kijk, er zijn twee dingen’, doe ik een poging hem dat bescheiden na te doen. Kijk, er waren twee dingen, eerst was er Macchiavelli en daarna schoof ik mezelf te pas en te onpas als voorzitter naar voren. Alleen het tweede begrijp je pas als je weet wat het eerste voor invloed heeft gehad.

In mijn opleiding voor bedrijfskundige moest ik ‘Il Principe’ lezen van Niccolò Machiavelli (Florence, 3 mei 1469 - aldaar, 21 juni 1527). Hij was een Italiaanse politicus en filosoof en wordt beschouwd als een van de grondleggers van politieke wetenschappen. Sinds de zestiende eeuw vormt zijn werk het voorbeeld van de cynisch-realistische benadering van politieke macht. Een sluwe en misleidende politiek wordt naar Machiavelli ook wel machiavellistisch genoemd. Toen ik dat standaardwerk doorgeworsteld had was ik zo gefascineerd dat ik het nog eens goed doorgelezen heb. Mijn fascinatie sloeg om in herkenning van stijlen van leidinggeven, en ik besloot ‘Il Principe’ nog eens zorgvuldiger door te pluizen. Verrek, het leerde me om (vooral slechte) leidinggevers in hun doen en laten te analyseren. Mijn volgende conclusie was ‘die konden Macchiavelli wel eens verkeerd begrepen hebben’. Maar bij navraag bleken ze het niet eens te kennen.

Ja, meneer den Uyl, even geduld, nu komt het tweede punt. Mijn opgedane ervaring met Macchiavelli had me sterk overtuigd dat als je ‘wat gedaan wil krijgen’, je dat het beste als voorzitter kunt bereiken. En ik heb dat tot mijn laatste werkdag met ontzettend veel plezier gedaan, soms zelfs gecombineerd als secretaris, want dat schoot nog beter op.

Als een soort goedmakertje voor al die ‘leiders’ die ik cynisch-realistisch heb bekritiseerd volgt nu geen excuus, maar slechts een vijftigtal uitspraken van Niccolò Machiavelli. Lees ze eens rustig twee keer door, één keer zoals je de uitspraak zou kunnen omarmen of verwerpen. En één keer hoe een goede voorzitter hiermee zou omgaan. De criticasters, die denken ‘dat heeft ie weer bijeen gefantaseerd’, daag ik uit ‘Il Principe’ (De Heerser) te lezen. Veel plezier, en probeer een lach niet te onderdrukken, want dat doen voorzitters al vaak genoeg:


1. "Al beschikt iemand over zeer sterke argumenten, toch heeft hij altijd de welwillendheid van een voorzitter nodig om er iets mee te kunnen bereiken."
2. "Als een commissie te bekwaam is, moet hij door wetten zodanig aan banden worden gelegd dat hij de grenzen van de macht niet kan overschrijden."
3. "Als de voorzitter alles goed overweegt dan zul je bemerken dat er bepaalde dingen bestaan die op deugden lijken maar die je, wanneer je je er naar richt, de ondergang brengen; terwijl er andere dingen bestaan die op ondeugden lijken maar die je, wanneer je je er naar richt, veiligheid en welzijn blijken te verschaffen."
4. "De voorzitter moet nooit zijn gedachten van de oorlogsvoering afwenden. En in vredestijd moet hij er zich nog meer in bekwamen dan in de oorlog zelf."
5. "De leeuw kan zich niet verdedigen tegen valstrikken, en de vos niet tegen wolven. De voorzitter moet dan ook een vos zijn om de valstrikken in de gaten te hebben, en een leeuw om de wolven af te schrikken."
6. "De macht vindt gemakkelijk de commissies, niet de commissies de macht."
7. "De leden wisselen graag van voorzitter omdat ze geloven dat ze het dan beter krijgen."
8. "De leden zijn zó onnozel en ze richten zich zó op hun directe behoefte dat als de voorzitter bedriegt, hij altijd wel iemand vindt die zich wil laten bedriegen."
9. "De voornaamste grondslagen waarop alle machtsvormen berusten, worden gevormd door goede structuur en slechte argumenten. Er kunnen geen goede structuren zijn als er geen slechte argumenten zijn; en omgekeerd, als er slechte argumenten zijn, zijn er automatisch ook goede structuren"
10. "De vraag is wie grotere schade aanrichten in een club: mensen die streven naar méér, of mensen die bang zijn te verliezen wat ze hebben?"
11. "Degenen die zich aan je binden behoor je te eren en te beminnen."
12. "Een belastende daad dient haar excuus te vinden in haar resultaat; als dat resultaat goed is, dan zal ook het excuus goed zijn."
13. "Eén enkele persoon is wel geschikt om iets op te bouwen, maar als de verantwoordelijkheid voor wat hij heeft opgebouwd bij de eenling blijft berusten, dan zal het geen lang leven beschoren zijn."
14. "Een voorzitter moet ervoor zorgen dat hij op zodanige wijze gevreesd wordt dat hij, ook al slaagt hij er niet in de liefde van zijn leden te winnen, toch in elk geval hun haat weet te ontlopen."
15. "Een man die zich altijd en overal goed betoont, gaat noodzakelijk te gronde te midden van zovelen die niet goed zijn. Daarom moet een voorzitter wanneer hij zich wil handhaven, leren om niet goed te zijn."
16. "Een nieuwe voorzitter dient rustig, bedachtzaam en menselijk te werk te gaan en ervoor op te passen dat teveel vertrouwen hem niet onvoorzichtig en te veel wantrouwen hem niet onverdraaglijk maakt."
17. "Een club kan om twee redenen uiteenvallen: ten eerste omdat men de voorzitter wil onderwerpen, en ten tweede omdat men bang is door hem onderworpen te worden."
18. "Een verstandig voorzitter moet een methode bedenken waardoor zijn leden altijd en onder alle omstandigheden zijn gezag en persoon nodig hebben. Pas dan zullen ze hem altijd trouw zijn."
19. "Een verstandig voorzitter wil liever zijn eigen leden verliezen, dan die van andere clubs winnen."
20. "Een voorzitter kan het beste te werk gaan zoals bekwame boogschutters, die wanneer ze het doel dat ze willen raken te ver weg achten, omdat ze weten wat de kracht van hun boog is, het mikpunt veel hoger nemen dan het doelwit, niet om met hun pijl zo hoog te komen, maar om met behulp van dat hoge mikpunt hun doel te kunnen bereiken."
21. "Er zijn mensen die alles weten, maar dat is dan ook alles."
22. "Goed georganiseerde machtsposities en wijze voorzitters hebben er daarom steeds op alle mogelijke manieren voor gezorgd dat ze de harde werkers tot wanhoop brachten en de grote massa behaagden en tevreden stelden."
23. "Het doel heiligt de middelen."
24. "Het ergste wat iemand die met de hoogste macht bekleed is van de hem vijandige leden kan verwachten, is dat ze hem in de steek laten."
25. "Het is als met de tering: de ziekte is in het begin gemakkelijk te genezen en moeilijk te constateren, maar wanneer men haar niet meteen in de beginfase onderkent en geconstateerd heeft, gemakkelijk te constateren en moeilijk te genezen."
26. "Een voorzitter moet het goede niet achterwege laten wanneer dat mogelijk is, maar van de andere kant moet hij in staat zijn over te stappen op het kwade wanneer de noodzaak hem daartoe dwingt."
27. "Iemand die macht uitoefent moet voor twee dingen bang zijn: voor intern gevaar van de kant van zijn leden, en voor extern gevaar van de kant van concurrerende clubs."
28. "Ik beweer nu dat een nieuwe voorzitter, die zich in een volkomen nieuw machtsgebied wil handhaven, meer of minder moeilijkheden ondervindt al naargelang hij als leider over meer of minder kwaliteiten beschikt."
29. "Ik stel vast dat iedereen die macht uitoefent, ernaar moet streven dat hij voor barmhartig en niet voor wreed gehouden wordt."
30. "In onzekere tijden zal de voorzitter altijd gebrek hebben aan mensen die hij kan vertrouwen."
31. "Is het beter bemind dan bevreesd te worden of omgekeerd? Het antwoord luidt dat zowel het een als het ander aanbevelenswaard zou zijn. Maar aangezien het moeilijk is beide dingen met elkaar te verenigen is het zonder meer veiliger om gevreesd dan om bemind te worden."
32. "Lasteraars dient men te maken tot aanklagers; blijkt de aanklacht gefundeerd te zijn, dan dient de bewuste persoon beloond, of althans niet geroyeerd te worden; blijkt ze daarentegen ongefundeerd, dan dient hij geroyeerd te worden."
33. "Liefde wordt in stand gehouden door bepaalde zedelijke verplichtingen die - omdat de mensen nu eenmaal slecht zijn - telkens wanneer er eigenbelang in het spel is, verbroken worden."
34. "Men kan hieruit een algemene regel afleiden, welke altijd of bijna altijd opgaat, dat namelijk degene die maakt dat iemand anders machtig wordt, zelf daarvan de dupe wordt."
35. "Men kan nog een ander opmerkelijk feit afleiden, namelijk dat zij die de hoogste macht uitoefenen, de onplezierige dingen moeten laten opknappen door anderen, terwijl zij zelf de plezierige voor hun rekening moeten nemen."
36. "Mensen laten zich alleen van hun goede kant zien als de omstandigheden daartoe dwingen. Maar zodra iedereen vrij spel heeft en kan doen en laten wat hij wil, zijn verwarring en chaos direct overal troef."
37. "Mijn conclusie is dan ook deze, dat iemand die de macht in handen heeft, zich weinig van samenzweringen moet aantrekken wanneer de leden hem goedgezind zijn. Maar wanneer de leden hem vijandig gezind zijn en hem haten, moet hij voor alles en iedereen bang zijn."
38. "Niets is er dat een club zo stabiel en evenwichtig maakt als het kiezen van een structuur waarin het mogelijk is dat een omslag van de publieke opinie zich binnen een wettelijk kader kan manifesteren."
39. "Niets is lastiger om aan te pakken, hachelijker om er de leiding over te nemen, of minder zeker van succes, dan het invoeren van nieuwe dingen, omdat degene die nieuwigheden invoert, hen die het in de oude toestand goed ging tot vijanden en hen die het onder de nieuwe omstandigheden goed zou kunnen gaan, als lauwe verdedigers heeft."
40. "Onrechtvaardigheden moet men allemaal tegelijk begaan om te bereiken dat ze minder gevoeld worden en dus minder krenkend zijn."
41. "Strijd kan niet worden vermeden. Het kan slechts worden uitgesteld in het voordeel van de ander."
42. "Vaak komen machtsposities in gevaar wanneer de voorzitters proberen hun gezag - dat ze in feite aan hun leden ontlenen - om te zetten in absolute macht."
43. "Van goed gebruikte wreedheid kan men spreken wanneer iemand deze plotseling begaat, uit noodzaak zich te handhaven, en niet verder continueert, maar omzet in een zo groot mogelijk welzijn voor zijn onderdanen."
44. "Verachtelijk wordt hij wanneer men de voorzitter voor wispelturig, lichtzinnig, verwijfd, lafhartig, en besluiteloos houdt. Hiervoor moet een voorzitter op zijn hoede zijn als voor een gevaarlijke klip en hij moet alle mogelijk moeite doen om te bereiken dat zijn daden gekenmerkt worden door grootheid, moed, ernst en kracht. Ten slotte moet hij een dusdanige reputatie opbouwen dat niemand het in zijn hoofd haalt om hem te bedriegen of te misleiden."
45. ""Regels en structuren die ontworpen zijn bij het ontstaan van een club toen de mentaliteit van de mensen nog goed was, zijn niet meer geschikt als die slecht geworden is."
46. "Wie denkt dat de groten der aarde oude beledigingen vergeten door nieuwe weldaden, die dwaalt wel heel fataal."
47. "Wie een kleine elite als vijand heeft, kan gemakkelijk en vrij geruisloos voor zijn eigen veiligheid zorg dragen; maar wie het hele volk tot vijand heeft, is nooit veilig en hoe wreder zijn optreden, des te zwakker wordt zijn positie."
48. "Zoals een goede mentaliteit voor haar voortbestaan regels nodig heeft, zo is voor de naleving van regels een goede mentaliteit onontbeerlijk."
49. "Zolang de voorzitter leden in het algemeen maar niet in hun contributie of faciliteiten beknot, leven ze tevreden."
50. "Zwak is een voorzitter die niet onmiddellijk tot oorlogvoeren in staat is."

maandag 20 juni 2011

Atleten . . . moordkerels!

Afgelopen weekend was het NK-Masters baanatletiek in den Haag. We liepen het sportpark op dat geheel omzoomd was met wild wapperende groen-gele vlaggetjes, op het veld heel veel zenuwachtige op en neer lopende mensen met groene T-shirtjes met gele teksten als Haag-Atletiek en NK-Masters 2011. Duidelijker kan het niet, we zijn dus in het goeie stadion waar die oudere atleten en atletes komend weekend gaan strijden om het Nederlands kampioenschap in héél veel leeftijdsklassen op héél veel onderdelen. Het sportpark leunt tegen de duinen, dus de Noordzee is niet ver weg en dat is te merken ook. De zeewind blaast ontzettend hard en als we de kantine naderen waaien ons de gele stoeltjes en groene tafeltjes letterlijk tegemoet.

Je moet altijd op tijd zijn, want een van de vaste rituelen is het vriendelijk begroeten van al die oudjes. Dat kost toch geen tijd zou je denken. Nee, maar de meesten heb ik al een jaar niet meer gezien en dan moet je toch, of je wil of niet, het blessureleed aanhoren van die hele voorbije periode. Nou, ik kan er niet eentje opnoemen die niks had. Allemaal hebben ze wel een excuus om hun straks tegenvallende prestatie alvast te verklaren. Voorzichtig probeer ik af en toe met ‘jaja, we worden er niet beter op’. Maar atleten zijn nogal egoïstisch en egocentrisch, eigenlijk zouden we ze ‘egoleten’ moeten noemen. Helaas staat dat niet in van Dalen, maar op mijn weblog mag dat wel. Zelf heb ik ook met een longontsteking en een schouderblessure moeten overwinteren. En, nou ja, mijn linkerknie wordt elk jaar een beetje slechter. Die volgt wat dat betreft zo’n beetje mijn prestatiecurve. Maar niemand, maar dan ook echt niemand, is geïnteresseerd in mijn fysieke wantoestand. En er zelf over beginnen. Nee hoor, ze kunnen me de pot op, ik wil mezelf geen egoleet voelen. En misschien was daar toch die ene uitzondering. Hij had zojuist zijn medisch dossier over me heen gestort, waarbij m’n mond letterlijk van verbazing openviel. Het was eigenlijk een medisch wonder dat die man nog niet uiteen viel met al die niet meer functionerende botten, spieren, gewrichten, pezen en zenuwen. Zelfs voedingssupplementen deden het niet meer bij hem. Toen ik volkomen aangeslagen mijn knie-brace om zat te doen keek hij nogal jaloers in mijn richting ‘heej, heb jij ook wat?’. ‘Och ja, waarom zou ik bespaard blijven van onze onoverkomelijke aftakeling’. Toen ik hem even later zag aanlopen met speerwerpen, kneep ik onbewust m’n ogen dicht ‘oei, als dat maar goed gaat’. Het viel reuze mee, hij bleef mij zelfs ruimschoots voor, sterker nog, hij stond even later op het podium en ik luister in de kantine naar de volgende egoleet!

We gaan kogelstoten en het groepje 60-plussers verzamelt zich rondom de deelnemerslijst. Eentje komt trekkebenend aangelopen en de ander komt zo scheef als een hoepel aangeslingerd. Twee anderen staan met elkaar pratend en niet naar elkaar luisterend tegenover elkaar en ze hebben het over dingen die niet meer zo goed gaan. Ik zoek maar snel onze vrouwelijke supporters op, die klagen immers nooit en zwepen ons altijd op tot onmogelijke prestaties. De wedstrijd begint en ik nestel me op een comfortabele derde plek, de eeuwige roem gloort! Die eerste twee liggen te ver voor, ondanks hun respectievelijke slechte achillespees en chronische rugklachten. De laatste ronde begint. Potverdomme, de nummer vijf op de lijst stoot 11.46 meter. Hoe durft ie, dat was mijn afstand! Maar gelukkig is mijn tweede beste stoot 11.45 meter, dus compleet geen vuiltje aan de lucht. De nieuwe nummer vijf stapt in de ring, een gevaarlijke outsider. Hij is pas terug na een lange blessureperiode, altijd link. Ik hoor onze supportersbank een angstkreet onderdrukken. Potverdomme nog aan toe, stoot die enige blessurevrije een nieuw PR met 11.56 meter. Maar de gedachte dat ik weer naast dat podium grijp, en weer in de kantine naast die volgende egoleet moet aanschuiven, geeft me zo’n stoot adrenaline, dat wil je niet weten. Ik voel me in één klap weer 20 jaar jonger, ik keer terug in de tijd toen ik nog alles onder controle had en denk ‘nu maar gauw voordat het weer weg is’. Mijn trainer Wim Coenen staat me aan te kijken van ‘ja, je zult het nu toch echt zelf moeten opknappen’. En rustig laat ik de perfecte stoot in mijn hoofd voorbijgaan, stap zo ontspannen mogelijk in de ring, zak in de uitgangspositie en denk ‘de dood of de gladioooooo . . . . thee . . ‘.

Onze bank met supporters strekt alle beschikbare armen ten hemel en roept ‘Jaaaaaa . . ‘. Ik loop rustig weg, doe m’n jasje aan en ik hoor achter me ’ellef meter zesenzeventig . . ‘. ‘Yes, ik word van alle kanten gefeliciteerd en gezoend alsof ik wereldkampioen was geworden. Het stelt echt allemaal geen reet voor, maar atletiek is een geweldige sport en och ja, die egoleten nemen we dan maar op de koop toe.

Het laatste onderdeel op het extreem lange programma is discus mannen 60 plus. Het kent tevens de langste deelnemerslijst en heeft gegarandeerd de sterkste bezetting. De wind jaagt onophoudelijk over de duinen en lijkt nu zelfs het zeewater over ons heen te gooien, het is niet leuk meer. Zijknat beginnen we aan de wedstrijd. Dat ‘medisch wonder’ is een gevaarlijke outsider, maar vergeet die slechte achillespees ook niet. Ook de chronische rugklachten en de ziekte van Lyme kunnen met gemak onder normale omstandigheden over de 45 meter gooien. Maar wij hebben onze eigen Jan van Hooft, behalve dat hij twee liesbreuken heeft is hij ook nog een kop kleiner dan zijn gevaarlijkste opponenten.

De grillige wind blaast de discussen alle kanten op en laat ze als boemerangs kieperen in het gras. De regen verpest het houvast en laat de gladde schijven in het net terechtkomen. Maar onze Jan stelt zijn supporters niet teleur, luistert naar wat Wim hem adviseert en zet in de tweede ronde een schitterende 45.87 meter. Het ‘medisch wonder’ wordt nerveus, iets wat je op zo'n moment niet kunt hebben. De slechte achillespees blijkt ook nog een goeie achillespees te hebben en besluit tot een halve draai. De chronische rugklachten krijgt de discus niet vlak genoeg en eigenlijk is iedereen wel gezien. Onze Jan besluit geheel overbodig de wedstrijd met een prachtige laatste worp als dank naar ons supporters en als bewijs voor die hele medische encyclopedie dat hij gewoon de beste was.

Mooie sport dat atletiek en moordkerels die atleten!

zondag 12 juni 2011

Limburgse K(r)ampioenschappen

Pinksterzondag organiseerde het 75-jarige Swift Roermond de Limburgse Kampioenschappen. Het was de hele dag stralend weer en heel sportpark de Wijher werd kleurrijk overspoeld met kleine atleetjes, en jawel hoor, ik was (op Jacques Janssen na) de oudste deelnemer. Overigens was dat ook zo’n beetje mijn meest opvallende prestatie, voor de rest was het knudde. Ik zeg nog tegen Marijke: ‘ook eens goed om te ervaren wat het is om achterin de uitslagen te bungelen’. En aan de IAAF inclusief al die gehoorzame atletiekbonden: ‘jullie hebben echt gelijk, ik heb vandaag aan den lijve ondervonden waarom oudere atleten met lichtere gewichten moeten gooien’. Iemand vertrouwde me toe nadat ik met volledige overgave de 2-kilo-discus had weggesodemieterd: ‘het ziet er niet meer zo soepel uit als een aantal jaren geleden Jan’. Nou, en zo voelde dat ook, maar ja, dit was een protestactie tegen het boycotten van de masters voor het LK maar niet voor herhaling vatbaar.

’s Morgens vroeg waren we al in Roermond om een paar jubileum-affiches op te hangen en om half tien was de juryvergadering. Jullie weten dat ik nogal sans-gêne kan uitpakken tegen bobo’s en topjury, maar ja, als ik aan mijn eigen weblog al niet meer mag vertellen wat er in mijn kop rondspookt? Peter R. de Vries zal me daarvoor echt niet gaan ‘stalken’ en mocht ik later toch onverhoopt Petrus tegenkomen hoef ik me daarvoor niet te verantwoorden. Maar je bent gewaarschuwd.
Die juryvergadering was een echte muppet-show, daar stond me d’r eentje te oreren en zichzelf belangrijk te maken, ongelooflijk. Hij had de hele week aan het tijdschema gewerkt en zóóó’n grote stapel mailtjes moeten doorlezen. Met bordjes werken vond ie maar niks, maar na de zoveelste steunbetuiging mompelde hij ‘nou ja, als jullie dat willen’. Ooh ja, ook streng opletten op correcte clubtenue, vooral de broekjes verdienden extra aandacht en toch ook vooral letten op de uniforme ‘duidelijke herkenbare’ startnummering. Niet van die vieze klittebandjes, nee, die wielrenners daar ben ik ook zeer succesvol mee bezig en die doen dat veel beter. Vijftien euro boete als het niet goed zichtbaar is . . . Intussen verspilt de tijd en is het al bijna 10 uur en dan moesten Marijke en ik jureren bij kogelstoten. Ik maakte dat nederig en beleefd duidelijk en we liepen ‘met toestemming’ weg, het hele jurycorps achter ons aan.

Daar stonden we met z’n zessen bij de kogelring en we keken elkaar aan van: ‘hoe gaan we ’t aanpakken?’. Nou gewoon, even vragen wie-wat-wil doen, rustig bespreken dat we ‘uit voorzorg’ vooraf controleren op startnummer en clubtenue, opletten bij achteruit de ring stappen, niet in de ring komen met meten, opletten dat die kleintjes niet gooien maar stoten en achter de ring vrijhouden om de atleetjes niet uit de concentratie te halen. Nou, met nog wat van die tips is dat zo’n beetje het recept voor een probleem- en vlekkeloze wedstrijd kogelstoten. Zelf rolde ik de kogeltjes terug en had daarbij een perfect overzicht op het strijdperk. Marijke en de andere juryleden hartelijk bedankt, jureren is gewoon ‘normaal doen’.

Atletiek is mijn grootste liefhebberij, ik kan ervan genieten, het is maar een spelletje zou je zo denken, maar niet voor iedereen. Komt me daar zo’n topper met trillende onderlip aanlopen: ‘ik ga naar huis, ik laat me toch zeker niet belachelijk maken’. Ik ging naar hem toe en wat bleek. Hij had een poging van een polsstokspringer ongeldig verklaard omdat hij geen startnummer droeg, en toen hadden drie van zijn maten hem vocaal nogal onheus besprongen. Scheidsrechter erbij, arm om de schouder en even later dribbelde hij weer driftig over het veld, maar niet in de richting van de polsstokbak. Die hadden de hele dag geen last meer, sportpark de Wijher had voor heel even zijn eigen Vinkenslag.

Even later zie ik een man met oranje hesje en cowboy-hoed Jeroen van Emmerik nogal woest een stapel discussen op z’n voeten kletteren. Toch maar even tussenbeide komen. Wat bleek, Jeroen had de man keurig gevraagd of ze klaar waren bij discus. ‘Ja hoor’, en dat was voor die overijverige Jeroen het sein om de discussen te wisselen voor de volgende groep, die eigenlijk allang aan de beurt was. Maar dat bleek een groot misverstand, ze waren pas klaar met de eerste drie pogingen en nu bezig met het meten voor de finale. ‘Maar moet je dan zo reageren als je zelf onduidelijk antwoord geeft?’. De cowboy erkende zijn dwaling en bood excuses aan.

Trainers en pupillen vormen ook zo’n dankbaar schouwspel, als je daar tenminste oog voor hebt. ’s Morgens had een trainer al dispensatie gevraagd aan de wedstrijdleider voor zijn pupil om met 1,75 in plaats van 2 kilo te mogen gooien. ‘Nee, dat was allemaal vooraf bekend en er worden geen uitzonderingen toegestaan’. Uiteraard dreigt een goeie trainer dan met ‘okay, dan gaan we naar huis’, om vervolgens naar de eerstvolgende lagere-in-rang te gaan. ‘Het is een van de laatste kansen om zich te kwalificeren voor het EK voor junioren . . . ‘. En laat nou dit argument overtuigend genoeg zijn, want tijdens de wedstrijd vormde de bewuste pupil een steen des aanstoots, een doorn in het oog en zoals het een goeie olifant in een porseleinkast betaamt waren de scherven niet meer te tellen, laat staan te lijmen. En langs de kant stond een trainer breedlachend toe te kijken, wat een klootzak.

Een andere trainertje dribbelde druk op en neer in het toch al veel te volle gebied tussen kogelring en discuskooi. Heej, hij dacht geconstateerd te hebben dat iemand op de rand van de sector had gegooid. Laat dat nou net toevallig die worp zijn die zijn pupil naar de tweede plek verwees. Laat nou net het bewuste jurylid op misschien twee meter te staan van de bewuste discus-inslag en hij op meer dan 30 meter afstand. Maar nee hoor, hij gaf 't niet op, de wedstrijd werd stilgelegd en zijn clubmaten opgetrommeld die allemaal in koor beweerden: ‘die was compleet op de lijn, die worp was ongeldig, schandalig . . . ‘. Nu ook weer scheidsrechter erbij, die correct de chef jury en veldjury erbij haalt: ‘de worp was geldig’. Het werd nu echt lachwekkend: ‘dan dien ik een protest in, waar kan ik dat doen?’. ‘Bij de scheidsrechter’, ‘en wie is dat?’. ‘Ikke, en het protest is bij deze afgewezen’.

Dezelfde trainer liep met z’n staart tussen de benen en uit de oren stoom afgevend naar de kogelring waar een andere pupil nog eerste lag met kogelstoten. Nauwkeurig legde hij met zijn camera elke poging vast. Zijn pupil is aan de beurt, trainer camera in de aanslag, en de jongeman verbetert zich duidelijk! Meteen door de ring lopen om te controleren dat de jury toch wel 9.59 en niet 9.58 afleest. Maar ik heb als chef jury gezien dat de jongeman overduidelijk de kogel gooit in plaats van te stoten. Dus zeg ik tegen hem: ‘ dit was geen correcte stoot, maar ik zie het voor de laatste keer door de vingers’. ‘Dat was niet waar kl . . . ‘, wordt mij toegesist waarop ik zeg ‘nou dan laten we dat filmpje maar eens terugspoelen’. Hij wordt rood in zijn hals dat heel komisch paars opstijgt naar zijn gezicht terwijl hij zijn camera als een gevreesde vijand ver van zich afduwt. ‘Nouww . . ?’ zeg ik, hij draait zich om en even later staat hij zijn pupil voor te doen hoe je een kogel correct tegen je hals moet houden. De laatste twee stoten worden keurig uitgevoerd, waarbij de trainer nu zonder camera zenuwachtig naast me stond van ‘het zal toch niet’. Ik steek m’n duim op naar hem en vertrouw hem ‘keurig gedaan’ toe. Helaas kan ik niet voorkomen dat zijn pupil ook nu weer naar de tweede plaats wordt verwezen. Het pad van een trainer gaat niet altijd over rozen . . .

Na de wedstrijd zitten we weer met ons vertrouwde kringetje gezellig aan het bier. In toenemende mate begrijp ik wat men met tunnelvisie bedoelt, want ik blijk veel andere van die sappige voorvallen te hebben gemist. Nou ja, je kunt niet alles hebben. En, Swift Atletiek, jullie hebben het keurig gedaan en er is altijd ruimte voor verbetering. Bijvoorbeeld de eigen leden laten betalen voor een eigen wedstrijd vond iedereen toch wel erg miereneukerig. Zeker voor die jeugdleden, en ook nog eens bij een 75-jarig jubileum. Je zou bijna gaan denken wat een oude vrek. Maar ja, ik voelde me vandaag ook al een oude gek.

En Swift is gewoon een prachtige club . . . . .

vrijdag 3 juni 2011

Derde en laatste poging . . . ?

Nou, gisteravond naar een avondwedstrijd geweest en me verheugd op een lekker wedstrijdje discuswerpen. We melden ons bij de ring en krijgen ruimschoots de gelegenheid om in te werpen voordat de wedstrijd begint. Maar na de tweede ronde, we zitten net goed in de wedstrijd, roept de keurige dame die de afstanden registreert: ‘derde en laatste poging’. ‘Heej, ik had me toch gemeld voor een wedstrijdje discus, en geen meerkamp!’. Iedereen kijkt vreemd op, behalve de twee junioren die al bezig zijn hun spikes aan te trekken voor het verspringen dat zo meteen gaat beginnen.

Schuchter verzamelt zich een plukje teleurgestelde discuswerpers rond de zenuwachtig wordende dame. ‘Krijgen we geen finaleworpen?’. ‘Nee, de wedstrijdleider heeft mij gezegd drie pogingen voor iedereen! Sorry!’. Langs natuurlijke selectie wordt het plukje werpers gereduceerd naar twee afgevaardigden die de wedstrijdleider opzoeken. Het blijkt een voormalig lange-afstands-loper te zijn, ik herken hem van competitiewedstrijden van héél lang geleden, en zie hem zo nog véél te lang achter die hele grote groep aan sjokken. Nu staat hij daar in keurig blauw colbert met rode armband met een mapje papieren onder de arm naar de 1500 meter te kijken.

‘Hallo Kees, we hebben een probleem, we krijgen maar drie pogingen bij discus en dus ook geen finale?’. ‘Ja dat klopt, anders gaat het allemaal te lang duren!’. ‘Nou, dan pak je wedstrijdreglement maar eens en lees op bladzijde 107 maar wat daar staat!’. ‘Trouwens, je laat die 1500 meter lopers toch ook geen rondje minder lopen als er teveel deelnemers zijn?’. Hij keurt ons geen blik waardig en maakt knorrig een afwerende slotopmerking: ‘In dergelijke discussies heb ik nu helemaal geen zin en geen tijd’ , daarmee onze klacht en het wedstrijdreglement compleet schofferend.

Ongetwijfeld hebben wel meer werpers een vergelijkbare teleurstellende situatie meegemaakt. Ik vraag me soms af wat de waarde is van ons wedstrijdreglement in vergelijking met de macht die sommige wedstrijdleiders zichzelf toekennen. Zelfs op een NK worden besluiten genomen tegen de reglementen in. Zo werd b.v. in Veldhoven besloten om linkshandige kogelslingeraars twee keer in dezelfde ronde achter elkaar te laten gooien. Om reden dat het net dan minder omgezet hoefde te worden? Maar volgens het reglement mag dit (terecht) niet, want wie wil er nou niet twee keer achter elkaar gooien?

We moeten ons allemaal aan de regeltjes houden en al diegenen die met mij vinden dat ook werpers recht hebben op een echte en faire wedstrijd, hieronder in verkorte versie nog eens wat het Wedstrijdreglement Atletiekunie ervan zegt. Misschien dat jullie dat nog eens nodig hebben om de een of andere wedstrijdleider te overtuigen:

Artikel 180 Algemene bepalingen technische onderdelen (blz.107)
Aantal pogingen
Punt 5. Als er aan de technische onderdelen meer dan acht atleten deelnemen hebben allen recht op drie pogingen. De acht atleten met de beste geldige prestaties hebben recht op drie extra pogingen. Behalve bij het hoogspringen en polsstokhoogspringen is het niet toegestaan een atleet in één ronde van de wedstrijd meer dan één poging te laten uitvoeren.
Als er acht of minder atleten zijn, hebben alle atleten recht op zes pogingen. Als er meer dan een atleet gedurende de eerste drie ronden geen enkele geldige poging heeft, dan moeten zij in de daarop volgende ronden hun pogingen doen voorafgaand aan de atleten met geldige pogingen, in dezelfde volgorde als van de oorspronkelijke loting.
Bij regionale en instuifwedstrijden kan om organisatorische redenen worden bepaald, dat minder dan acht atleten recht hebben op drie extra pogingen. Dit moet vooraf in de wedstrijdaankondiging worden vermeld.

Gelukkig gaat het bijna altijd goed en maken atleten en organisatie er samen een echt atletiekfeest van. Laten vooral deze mensen zich niet aangesproken of aangevallen voelen, zij hebben eigenlijk geen wedstrijdreglement nodig om alles in goede banen te leiden.