
Dat was niet gemakkelijk, het blijkt niet zo eenvoudig Nederland uit die crisis te helpen. Eerst lieten we onze huidige auto schatten bij een kenner, dat valt altijd tegen maar 6000 euro zou een redelijke inruilwaarde zijn. Mijn sportmaat heeft pas een nieuwe Volkswagen UP gekocht en dat leek ons wel wat. Laag verbruik, geen wegenbelasting, wel wat klein maar een leuk wagentje. We stappen de autowinkel binnen en passeren alle dure bolides, en helemaal achteraan stond heel bescheiden onze metallic blauwe vijfdeurs in zijn UPje te glimmen. Goedemiddag mevrouw meneer, kan ik u ergens mee helpen?’. Je kent ze wel, zo’n gladde jongeman in donker loszittend pak, wit smoezelig overhemd met VW-stropdas. ‘Ja, we komen een einde aan de crisis maken, en willen deze UP aanschaffen’. Op een verhoogd plateautje tussen potsierlijke kunstplanten namen we plaats, hij vroeg mijn autosleutels en rijbewijs en liep weg voor de schatting en een kopietje voor de definitieve aankoop. Komt een hippe jongedame: ‘wilt u iets drinken mevrouw meneer?’. ‘Nou nee’. ‘Jawel, een glaasje water’, zei Marijke.

‘Valt vies tegen, wat krijgen we eigenlijk terug voor onze Fiat’.
‘3750 euro!’.
‘Waaaaat . . . godve . .‘.
‘Jan blijf rustig’ mompelt Marijke. Die gluiperige linkmiegel begint onze perfect onderhouden Fiat Idea van 2007 onderuit te halen en betrekt ook nog eens de crisis erbij. ‘Je bent een gewiekst ventje, maar we zitten hier juist om jullie uit die crisis te halen. Onze Fiat heeft meer klasse als jouw Uppie en jouw bod brengt zelfs Marc Rutte aan het somberen’. Net thuis gekomen gaat de telefoon, het is de glibberige UP-verkoper. ‘Ik heb nog eens overlegd, en ik mag het aankoopbedrag naar beneden afronden’. ‘Nou, nee hoor, dat is veel te weinig’. ‘s Avonds kruip ik achter de laptop en zoek op alle bekende autosites naar Fiat Idea’s van 2006 en 2007. Ik tik ze allemaal in een Excel-sheet daarbij automatisch het gemiddelde uitrekenend. Na 40 hits zit ik nog steeds boven de 6300 euro en laat dat via de mail weten aan die blaaskaak. ‘Ik wil 6000 euro inruilwaarde, en anders hoef je me niet meer terug te bellen’. En jawel hoor, de volgende dag gaat de telefoon. ‘Meneer Titulaer . . . . we zijn eruit . . . !’. Heel trots vertelt hij dat dan wel de korting van 500 euro eraf gaat en dat we dan 5000 euro krijgen voor onze Fiat Idea. Ik vlieg op uit mijn stoel en Marijke probeert me met handbewegingen tot enige beheersing te manen. ‘Luister jongeman, we wilden een deal sluiten om Nederland eindelijk uit die crisis te helpen. En bij een goede deal moet je van beide kanten een goed gevoel overhouden. Jij vraagt 12.459 voor jouw rot-UP en ik 6000 voor mijn dierbare Fiat. Ik vraag geen korting op jouw UP-rotter en jij kruipt gluiperig van 3750 naar 4500 euro. We moeten van Rutte positiever naar de toekomst kijken, maar die ligt duidelijk niet bij jou, we kijken nog even verder wie wel blij is met onze crisisaanpak.’.
‘Mag ik U nog eens bellen over een paar dagen . . .’.
‘Nee, al kom je nu met 7000 euro op de proppen, ik heb bij jou niet het gevoel dat we samen dit land verder helpen . . ‘.

‘Mag ik u vragen wat u zoekt?’.
‘Tja, we moeten van Rutte ons land uit de crisis helpen, en willen daarom een nieuwe auto kopen!’.
Hij kijkt ons aan als een doos speelgoedautootjes: ‘Ik bedoelde eigenlijk zoekt u iets meer luxe of iets robuust? Iets met hoge instap of gewone instap? Iets met meer binnenruimte of maakt dat niet uit? Iets met . . . . ’. We komen uiteindelijk bij een glimmend zwarte Fiat-Qubo . . . ‘Maak maar eens een scherpe offerte, en bedenk daarbij dat we wel een prachtige Fiat-Idea inruilen’.
‘Willen jullie iets drinken?’.
‘Ja, koffie graag, ik zwart en mijn man met alles’, zegt Marijke.
De vriendelijke jongeman haalt zelf de koffie en levert onze autosleutels af aan de balie bij de garage. Marijke en ik doen schattingen op het bedrag waar hij op uit zal komen. Na zenuwachtig wachten, waarbij ik me voorbereid op zware onderhandelingen, schuift de sympathieke verkoper de offerte tussen ons in.

‘Waarom dat dan . . ‘ stoot Marijke me aan.
‘Nou ja, dit zijn toch investeringen die het landsbelang aangaan, daar moeten we thuis op de bank nog even over praten, we bellen je op. Ja, sorry mijn vrouw die vindt het nogal snel goed maar ik kan haar moeilijk thuis laten . . ‘. De goeie man glimlacht en we staan op. We lopen langs de glimmende Fiat Qubo, niet iets wat we vooraf in gedachte hadden. Maar ja, hij is wel robuust en niet luxe, heeft een lekkere hoge instap, veel ruimte en geen tierelantijntjes die we toch niet begrijpen. Bij het passeren voel ik Marijke links tegen me aanduwen en geloof het of niet, rechts duwt die Qubo tegen me aan.
‘Okay, okay, laten we de koop sluiten’.
‘Weet u het zeker, u kunt me ook morgen nog bellen’, zegt de verkoper. Bij het zetten van de handtekeningen zegt hij:
‘Mooie auto die Idea, mijn schoonouders hebben ‘m ook’.