donderdag 2 februari 2017

Stress op de Route du Soleil

Het is weer zover, de gepensioneerden trekken naar het zuiden. Ook wij gaan ons in die grijze golf storten die midden in de grillig koude winter op gang komt richting Spanje. De caravans en campers worden volgestouwd met aardappelen en gehaktballen voor onderweg. Ook die winterjas nemen we toch maar mee, want je weet maar nooit. Zo wordt ook onze camper half januari uit zijn winterslaap gehaald en naar onze camperboer Mathias gebracht voor een grondige inspectie. Potverdomme, de oliedrukslangen moeten vervangen worden en er komt een nieuwe antenne op het dak om Astra-3 te kunnen krijgen. Ja ja, CanalDigitaal moest zo nodig haar zenders verhuizen van die comfortabele Astra-1 naar die oh zo moeilijk te krijgen Astra-3. Ja ja, niet elke verandering is een verbetering, maar hiermee slaat CanalDigitaal compleet de plank mis. Gegarandeerd is dat voor hun een stuk goedkoper. Maar alle eindgebruikers moeten nieuwe HD-receivers aanschaffen en van die kolossale schotels van minimaal 80 centimeter op het bescheiden dakje monteren. Maar ja, we willen ook The Voice niet missen, dus we investeren maar weer. ‘Goed voor de economie’, zal die gladjanus Rutte uitkramen. En de oudjes zijn weer de kinderen van de rekening, want de nota van de camperboer valt vies tegen.
‘Van mij mogen we vertrekken’, zegt Marijke, ze is al dagen net als ik een beetje nerveus. Die laatste dagen zijn altijd erg druk en stress verhogend. Overal afscheid nemen, alle boodschappen in huis halen, de camper poetsen, volstouwen en installeren.
‘Gaan jullie twee maanden weg?’.
Hebben we niks vergeten?’.
‘Is de Route du Soleil helemaal sneeuwvrij?’.
‘Het is wel nog slecht weer in Spanje!’.
‘Doe jij nog even stofzuigen?’.
Eindelijk rijden we vorige week zaterdag de straat uit op voor die eerste 775 kilometer naar Lyon, onze eerste stop. Achter Luik ligt er al sneeuw, en de strooiwagens rijden voor ons uit. Het begint wat te sneeuwen in de Ardennen, potnondedju als dat maar goed gaat. Maar de weg blijft goed berijdbaar. We zetten een muziekje op.
‘De radio gaat niet harder, hoe kan dat?’. De schrik slaat me om het hart. Ik had ook al gezien dat het klokje op het dashboard 10 uur fout stond. ‘Potverdomme, hij zal toch geen kortsluiting hebben gehad?’.
‘Wie?’.
‘Mathias!’.
Nou ja dan maar André Hazes en Guus Meewis als achtergrondmuziekje. Om half vijf zijn we op de camping in Lyon, we melden ons bij de receptie, waar een Nederlandse jongen ons vriendelijk te woord staat. Hèhè, dat ontspant dan weer, maar niet voor lang. Net als we met onze papieren de camping willen oprijden, worden we brutaal ingehaald door een Nederlands VW-busje met een kolossale caravan erachter. Hij blokkeert voor iedereen de doorgang, terwijl zijn vrouw zich rustig gaat melden bij de receptie. ‘Wat een asociale klootzak’, hoor ik naast me. Ik hoor getoeter achter me, maar ik weet dat dit niet gaat helpen. Rustig afwachten wel.
Even later op het toilet staan twee Nederlandse grijskuiven compleet langs mekaar heen te lullen. ‘Ook op weg naar het zuiden’, vraagt de een quasi ongeïnteresseerd. ‘Ja, we gaan naar Cap Blanche’, antwoordt de ander gretig. ‘Mooie camping’, vervolgt de een, ‘alleen te ver weg van het strand’. ‘Nou, nee hoor, we staan met de luifel bijna op het strand’, zegt de ander. ‘Nou, wij moesten zeker een kilometer lopen’, zegt de een. ‘Ja heren, met de opwarming van de aarde stijgt de zee en komt het strand steeds dichterbij’, bemoei ik me met de nietszeggende dialoog. De twee grijskuiven kijken me met open mond platgeslagen aan en lopen weg.
‘Ik zal zo meteen onze nieuwe antenne uitproberen’, zeg ik tegen Marijke, die heerlijk ruikende goulash opwarmt en een kopje rijst in het kokende water giet. ‘Potverdomme, hij springt steeds op 4095 . . . !’. Wat ik ook probeer, die nieuwe antenne vindt alleen maar Hotbird en de receiver springt steevast op een Arabische zender. ‘Kom maar eerst eten, dan kijken we vandaag maar geen TV’, zegt Marijke. ‘Ik snap niet wat die Mathias gedaan heeft, maar hier klopt geen reet van’.
Na de heerlijke goulash, een glaasje witte wijn en twee potjes Rummikub vallen we om van de slaap. Morgen gaan we naar Le Boulou, aan de Spaanse grens. Als ik ’s morgens wat slaapdronken de deur openmaak, staat zo’n grijskuif me compleet over zijn toeren voor onze camper op te wachten. ‘Mijn motor slaat niet aan, maar ik weet het zeker, het is gegarandeerd de accu. Maar als je straks even jouw draaiende motor voor die van mij wil zetten, dan sluit ik hem even aan, en dan doet ie het zo weer. Maar het heeft geen haast, doe maar rustig aan!’. De man overvalt me compleet, ratelt maar door en m’n mond valt open van verbazing. Hij laat me verdomme eigenlijk geen keuze, die zenuwpees, maar ik ben als altijd hulpvaardig: ‘Tuurlijk, geen probleem, over een half uurtje vertrekken we, waar sta je?’. Hij wijst naar een VW-busje met een kolossale caravan erachter schuin tegenover en dribbelt zichtbaar zenuwachtig weg. ‘Doe maar rustig aan!’ hoor ik hem nog mompelen. Een half uurtje later starten we onze camper en rijden hem voorzichtig voor dat VW-busje van onze overbuurman. Een vrouwtje, trillend van de zenuwen, haast zich naar buiten en meldt zich aan het raam van Marijke. ‘Mijn man is naar de receptie, hij wilde jullie niet lastig vallen!’. ‘Nou ja’, zeg ik, ‘geen probleem, maar als het de accu is, had je over een minuut kunnen rijden, ik denk dat de ANWB er langer over doet’. De vrouw spreidt haar armen in wanhoop ten hemel en dribbelt weer terug. En wij zoeken alweer de Route du Soleil op.
Ergens in de buurt van Avignon stoppen we voor de koffie, naast zo’n dikke Four-Wheel-Drive. Ik knik vriendelijk naar de man achter het stuur. Maar die kijkt me strak en brutaal aan, en draait vervolgens zijn hoofd de andere kant op. Hij heeft een bolle kop met van die dikke uithangende wangen. Een randloos brilletje onder zijn blonde kuif met kaarsrechte scheiding. ‘Het lijkt Art van der Steur wel, die wil vast en zeker niets meer met wie-dan-ook te maken hebben!’, zeg ik. ‘Gekkie, denk je dat echt, hij lijkt er wel op! Had ie een Nederlands nummerbord?’, vraagt Marijke. ‘Hij draagt wel een oranje-blauwe stropdas!’. ‘En ze eten een broodje met dik kaas erop!’.
Het blijkt erg slecht weer te zijn geweest aan de grens met Spanje, want in Le Boulou staan de plassen water op de camping. Geen probleem, dan gaan we op een hoger gelegen asfaltstraatje staan aan de rand van de camping. De hele dag heb ik moeten denken aan die klote receiver, dus we gaan het maar weer eens proberen. En ja hoor, hij vindt alleen weer die Hotbird en hij springt weer meteen op 4095!! ‘Godnondedjuu’, laat ik me ontvallen, ‘die receiver is totaal ontregeld’. Marijke zit intussen buiten in het zonnetje op me te wachten met een kopje thee. Ik besluit om dat klote-ding maar te resetten naar de fabrieksinstellingen. Dat duurt wel een paar uur, maar dit werkt echt niet! En buiten genieten we met opgestroopte mouwen van een heerlijk zonnetje met op de achtergrond de adembenemende besneeuwde toppen van de Pyreneeën. En ja hoor, ’s avonds lukt het me om Astra-1 te vinden, alle zenders opnieuw in te scannen en kunnen we op BVN het Belgische en Nederlandse nieuws volgen. En ik zit me af te vragen ‘waarom eigenlijk die televisie??’.
Het is maandagmorgen, onze derde en laatste reisdag. Het barst nu van de vrachtwagens op de autobaan, met een sporadische uitzondering allemaal met Oost-Europese bestuurders. ‘Goed voor de economie’, hoor ik Rutte weer zemelezeiken. Het is prachtig weer, en in T-shirt zitten we te stralen achter die grote voorruit van onze camper. Barcelona ligt al achter ons, Cambrils is niet ver meer. Camping Joan ligt er netjes bij, we mogen zelf een plekje uitzoeken. In al mijn blijdschap, vermengd met enige vermoeidheid, mis ik zomaar een bord ‘verboden in te rijden voor caravans en campers’. ‘Krakk . . ’, hoor ik buiten. ‘Stop . . ‘, roept Marijke. Maar het kwaad is al geschied, het beschermdopje van onze luifel ligt zielig op de grond. Heel voorzichtig rij ik stapvoets achteruit en zoeken we nog voorzichtiger naar een mooi plekje, het allermooiste van de hele camping.
’s Middags vul ik de watertank en Marijke probeert het kraantje van ons keukentje te ontluchten. ‘Er gebeurt niks Jan’, hoor ik. ‘Potverde . . potverde . . potvernondedjuu . . ‘, dit is echt klote. De waterpomp doet het niet! ‘We kunnen echt niet twee maanden zonder waterpomp’, probeert Marijke te troosten. Na een afkoelingsperiode van zeker een uur buiten in het zonnetje, ga ik toch maar eens de gebruikershandleiding lezen van de camper. ‘Het kan ook zijn dat de zekering kapot is’, fluister ik hoopvol. En ja hoor, na lang zoeken blijkt dat ding doorgebrand. Maar ja, dat is geen enkele garantie dat die waterpomp het doet. Die kan ook goed doorgebrand zijn. De volgende morgen fietsen we naar een grote camperzaak in Cambrils voor een nieuwe zekering en een nieuw afdekplaatje voor de luifel. Die zekering bleek geen probleem, maar dat afdekplaatje hadden ze niet en konden ze ook niet bestellen. Maar de man bekeek het eens goed, en gaf me een paar geweldige tips om het zelf te repareren! Geweldige mensen die Spanjaarden! Onderweg zeg ik hoopvol tegen Marijke: ‘als die pomp het zo meteen doet, dan spring ik een gat in de lucht!’. ‘Nou, dat wil ik meemaken!’, hoor ik ze naast me lachen.
En ja hoor, dat gat in de lucht kwam er! Onder een strakblauwe hemel zitten we nu op het allermooiste plekje van Cambrils. De waterpomp doet het, de televisie doet het, de luifel is gerepareerd, de camper is schoon gewassen van al dat strooizout en we hebben zojuist een echt Spaans familierestaurantje gescoord. ‘Pak maar gelijk internet voor een maand’, zegt Marijke, ‘want hier houden we het wel even vol’.
De stress van de Route du Soleil is verdwenen als sneeuw voor de Spaanse zon. Op zo’n 50 meter verderop horen we de golfjes van die schitterende Middellandse zee over het witte strand heen en neer rollen. De palmen wuiven in hetzelfde ritme, ik voel de ontspanning in al mijn spieren. De oogleden worden zwaar en dwingen me tot een middagdutje.

1 opmerking:

Joke Kleinhesselink zei

Veel plezier, zijn jullie 1 april wel weer terug :-)