zondag 19 juli 2015

Onze dikke rooie kater

1kat1Nee, we hebben geen poes, dat is met onze camper te veel gedoe. Overigens heb ik ook nog maar uiterst zelden een kater, maar dat is weer wat anders. Wel is Marijke een hele grote dierenvriendin, en ik kan niet anders dan haar daarin lijdzaam steunen. Wie bij ons in de tuin om zich heen kijkt, telt al snel twee vogelhuisjes, twee voederhuisjes, twee vogelzaad-cylindertjes, drie vetbol-afdakjes, een grote kom met vers water en een voederplek op de grond. In de garage staat altijd een bak met hondensnoepjes. Als we bij hondenbezitters op bezoek gaan, neemt ze altijd wat mee. Merken we halverwege dat we dat vergeten zijn (en op onze leeftijd gebeurt dat helaas regelmatig) maken we ommekeer om dat (klote) hondensnoepje op te halen. Alleen voor poezen hebben we niks in huis.

Toch woont bij ons in de buurt een dikke rooie kater. Of eigenlijk is het andersom, wij wonen in de buurt van een dikke rooie kater. Hij is zeer dominant aanwezig op momenten dat hij vindt dat ie er moet zijn. Soms zie je hem weken niet, en vervolgens struint hij weer rond het huis. We weten niet wie de officiële eigenaars zijn, maar is voor ons niet en voor die rooie kater al helemaal niet belangrijk. Vanmorgen stond ik voor het raam en daar zat ie heel eigenwijs te koekeloeren. Een buurjongetje zat in zo’n groot elektrisch autootje en toerde blokjes op het pleintje. Zijn vader en twee zichtbaar jaloerse buurjongetjes stonden toe te kijken. En onze rooie kater zat daar keurig tussenin en volgde met even grote belangstelling de verrichtingen van dat vanzelf toerende autootje. Geweldig wat een coole kat!

1kat2Vorig jaar tijdens een hete zomerperiode lagen we voor het open raam in onze slaapkamer. Het was te klam om onder de lakens te kruipen en vast slapen is er dan ook niet bij. Op een gegeven moment voel ik buiten iets bewegen, en even later schuift een grote donkere schaduw voorbij het open raam. Het hart schiet me in de keel en als een super-getrainde 68-jarige ex-tienkamper vlieg ik uit bed met gestrekte rechterarm richting die donkere schaduw. Ja, je moet in dergelijke situaties moedig gedrag vertonen voor je rustig slapende echtgenote naast je. Natuurlijk was ik te laat en greep slechts een handje vol buitenlucht. De adrenaline spoot uit mijn ogen, die plotseling een beweging links constateerden. En daar zat ie, die rooie rakker, ik zag hem denken ‘waar maak jij je druk over klojo . . ‘. Ik antwoord met ‘ksst . . .’, maar er gebeurt niks. Hij draait zich tergend langzaam een kwartslag en kijkt me met een ijzige blik aan van ‘je kunt me toch niks maken slapjanus, dit is mijn dak en hier blijf ik gewoon zitten . . . ‘. Ik geef dan ook maar op en ga op de rand van het bed zitten wachten tot de adrenaline mijn knieën bereikt heeft. ‘Wat is er met jou?, vraagt Marijke. ‘Die rooie rotkat sloop voorbij het raam, ik schrok me wezenloos’. ‘Laat dat beest toch met rust, ga maar lekker slapen . . . ‘.

Een paar maanden geleden zaten we in onze serre rustig te genieten van ons ontbijtje. Natuurlijk had Marijke eerst de vogeltjes verzorgd, want die gaan altijd vóór. Vogelzaad bijgevuld, broodkruimels neergelegd en de waterbak ververst. ‘Het is wel erg rustig in je volière’, probeer ik de stilte te doorbreken. Maar daar komen de eerste gevederde vrienden al aan, een koppel door ons vet gemeste duiven strijkt neer tussen de verse broodkruimels. ‘Potverdoriese rotduiven, weg, dat is niet voor jullie’, sist Marijke. ‘Wat krijgen we nou, vogeldiscriminatie? Wat zijn die duiven nou minder als jouw mussen, mezen, vinken en dat enkele roodborstje? Niks toch’. Marijke staat op en exact op dat moment flitst die dikke rooie kater volledig gestrekt vanachter ons lage strak geknipte buxus-haagje en stort zich op een van die duiven. ‘Nou dat hoeft ook weer niet’, en Marijke vliegt handenklappend naar buiten. De duif klapwiekt voor zijn leven en de niet meer te tellen veren vliegen in het rond. Die rooie kijkt op als Marijke naar buiten komt en die arme duif weet daardoor zwaar gehavend te ontkomen. Maar die rooie rakker blijft uitdagend zitten. Ik ontplof van het lachen, de wit-grijze veren steken van alle kanten kris-kras in de rooie vacht van die eigenwijze kop. Hij loopt ijzig op haar toe zo van ‘Waar maak je je druk over, je wilde toch zelf die duiven weghebben . . . ‘, springt op de schutting en verdwijnt rustig balancerend. ‘Ongelooflijk wat een koele kikker’, zegt Marijke als ze weer binnenkomt. Ik kom nog steeds niet bij van het lachen ‘een koele killer-kater zul je bedoelen’.

1kat3Laatst kwamen we terug na een van onze langere uitstapjes met de camper. ’s Morgens trekken we de gordijnen op in de serre, en wie zit daar met zijn reet op onze mooie marmeren tafel, precies, onze rooie kater. Niks wegrennen, nee, rustig omdraaien en ons brutaal aankijken van ‘Wat doen jullie hier, ik dacht dat jullie weg waren, dit is nu mijn jachtterrein. Inpakken en wegwezen . . . ’. Marijke loopt naar buiten om haar vogeltjes te voeren en komt even later binnen: ‘Tja hoor, we hebben vergeten de kussens van de stoelen te halen. En wat denk je, meneer heeft zich hier vorstelijk geïnstalleerd, kussen helemaal vol kattenharen’. Ik pel intussen mijn eitje en probeer haar gerust te stellen: ‘Hoe ging dat spreekwoord ook weer? Als de baas van huis is, dansen de katers op tafel? En dat voeren hoeft voorlopig ook niet meer, want hier waagt zich voorlopig geen vogeltje meer’. En zo was het ook.

Nog eentje om het af te sluiten. Laatst liep een man te wandelen met zo’n klein keffertje langs het perkje bij ons voor de deur. En dat hield maar niet op dat ellendige scherpe gekef. Dus ik kijk maar weer eens quasi geïrriteerd uit het raam, die man zal zijn hondje toch niet mishandelen? En ik geloofde mijn ogen niet. Onze eigen rooie dikke kater was dat hondje aan het uitdagen, echt aan het pesten. Hij liep erop af en daagde dat hondje echt uit. Op gepaste afstand bleef hij dan weer zitten, en dat hondje trok met zijn hele anderhalf pond verpakt in zo’n oenig tuigje aan zijn lijn richting de doodgemoedereerde kater en de eigenaar had moeite zijn hondje weg te trekken. Ze liepen samen twintig meter weg en verdomd, de rooie liep er achteraan. Dat hondje werd er gek van en de man begon richting onze rooie kater met ‘ksst . . ksst’. Ik wist wel beter, maar ja. Meer kon hij niet doen, want dichterbij als zijn hondenlijn lang was, kwam hij niet. Onze kater verdween achter de struiken en man met hondje lopen verder. ‘Die rooie komt gegarandeerd vanachter de struik . . .’. En jawel hoor, daar zit onze geniepige rooie kater achter de struik, precies waar dat hondje moet passeren. En die schrikt zich dan ook een herdershond, en de man wordt nu echt woest. Rustig hondje uitlaten is er niet meer bij. In gestrekte draf, zijn kleine schijthondje achter zich aan slepend, verdwijnen ze om de hoek. Onze dikke rooie kater er in dat coole raggae-tempo achteraan.

Onze lieve dikke rooie kater, hij hoort er gewoon helemaal. En dat kleine keffertje heb ik niet meer gezien . . . .

Geen opmerkingen: