zondag 29 oktober 2017

Douwe Smit Trofee 2017

Himmelhoch jauchzend bis zum Tode betrübt

Elke bladzijde kent zijn twee zijden, elke wedstrijd kent zijn twee gezichten Alles wat er op zo’n dag rondom je gebeurt, én je eigen wedstrijdbeleving. Gisteren was de laatste wedstrijd van het jaar. Mijn eigen club Swift Atletiek organiseerde traditioneel de Douwe Smit Trofee (DST), genoemd naar de voormalige grootse werptrainer van Swift en de Atletiekunie. Een man die ik nooit zal vergeten, en die ik zeer hoog heb qua sportiviteit en empathie voor de individuele atleet. Dankjewel Douwe, het was een eer je gekend te hebben.
Het was koud en ik twijfelde nog om te gaan. Na twee maanden niet trainen en twee weken buiten de deur lange dagen klussen had ik er eigenlijk niets te zoeken met mijn 70 jaar oude stijve ledematen. Maar het is en blijft je eigen club en dan ga je toch. Marijke en ik lopen sportpark de Wijher op en ik laat me heel trots ontvallen: ‘Geweldig wat ligt de baan er weer mooi bij, dit is echt mijn kluppie!’. Ik wil me in de kantine gaan melden maar Renée heeft me al gezien: ‘Hoi, ik had je al zien aankomen, je bent gemeld’. Geweldig toch, een echte thuiskomer. Op tafel staan lekkere gezonde appeltjes met rooie wangetjes, en de koffielucht streelt vanachter de bar mijn neusvleugeltjes. Ik heb er ineens ondanks de kou ontzettend veel zin in. Als je dan ook nog die vele oude bekenden bij jouw club kunt begroeten, kan de dag niet meer kapot.
Even nog de slingerkogel laten controleren. Dat doet de scheidsrechter van dienst zelf, en hij wijst daarbij wat overdreven egocentrisch op zijn groene band. Zo van: ‘Pas op, ik ben vandaag de baas hier’. Hij weegt drie keer mijn dit jaar al 300 keer gewogen kogel, en rekt met zijn gelukkig slappe armpjes de draad wat overdreven uit. Ik denk nog ‘oh jeej’, het zal toch niet gebeuren dat jouw club in de allerlaatste wedstrijd mijn vertrouwde kogel afkeurt. Maar een beetje teleurgesteld mompelt hij ‘goedgekeurd’, en ik kan gaan inwerpen.
Het is altijd een oergezellige sfeer met de dames en heren kogelslingeraars. We helpen elkaar met aanwijzingen en ik zorg regelmatig dat de weerbarstige herfstbladeren uit de ring blijven. Ik ben aan de beurt, met een brede glimlach stap ik in de ring. Vandaag is de prestatie niet belangrijk, het gaat alleen maar om het plezier en om het erbij te mogen zijn tussen je sportmaten. Hèhè, het is een mooie worp, hij voelde goed en slaat in net voor de 40 meterlijn. Een beetje trots stap ik uit de ring en ga voldaan zitten in m’n stoeltje. Maar mijn maat komt naar me toe ‘je worp is afgekeurd’. Er knapt iets in me, ‘hoezo’, ik vlieg weer op uit mijn stoeltje. Ik vraag aan de jury ‘die worp was volgens mij geldig, er moet een bordje bij gezet worden’. Dat moet bij een protest volgens Art.146 lid 5 van het Wedstrijdreglement (WR). Maar de jury zegt ‘ik ben overruled door de scheidsrechter, je hebt blijkbaar te vroeg de ring verlaten’. Ik hoefde de scheidsrechter niet te zoeken want hij kwam al geniepig lachend naar me toe: ‘Jaha, iedereen heeft het gezien, je was de ring uit voordat de kogel de grond raakte’. Iedereen om me heen haalde zijn of haar schouders op. Er knapte voor de tweede keer iets in me: ‘eindelijk heeft die ongelooflijke eikel me dan toch te pakken’. Het spookte door mijn hoofd, ik voelde moordneigingen bij me opkomen. Natuurlijk heeft die klootzak vanmorgen nog snel WR Art.125, lid 2, en Art.147, lid 14 doorgenomen en handenwrijvend gedacht: ‘die ga ik daarop pakken vandaag’. Ik ga voor de tweede keer verhaal halen bij de jury (die ook onze trainer is), en potdomme nu zegt die ineens dat hij het ook zelf gezien heeft. Nou ja zeg, twee verschillende verklaringen binnen twee minuten. Daar had Petrus 2000 jaar geleden meer tijd voor nodig!
Ik loop naar de kantine waar iemand keurig mijn worp heeft gefilmd. Zenuwachtig kijk ik het filmpje terug. Overduidelijk zie ik een nerveuze scheidsrechter overdreven kijken naar mijn verrichtingen. Links van hem staan mensen zodat hij onmogelijk én het inslaan van de kogel én het uit de ring stappen kan hebben gezien. Ik kijk nog een keer en zie mezelf afwerpen en zoals altijd de kogel nakijken waar die inslaat. En loop vervolgens blij en kordaat in drie stappen de ring uit. ‘Ze hebben me geflikt’, roep ik en snel weer naar buiten. Ik ben woest en voel me klote. Onderweg bedenk ik nog: ‘Hoe lang doet een kogel erover om 40 meter te vliegen, ik schat 3 seconden. Hoe lang doet een oude man erover om zich na het afwerpen moeizaam om te draaien en dan in drie stappen de ring te verlaten, ik schat zo’n 5 seconden’. Nu ben ik in een grijs verleden ook nog arbeidsanalist geweest. Dus de dag erna, vandaag dus, heb ik de beelden nog eens geanalyseerd en los daarvan een en ander met methodestudie na gesimuleerd. Want ik wilde het zeker weten.  Conclusie is éénduidig, ze hebben me gezocht, geflikt en te pakken gehad.
Mijn maten komen naar me toe. Goed bedoelde opmerkingen als ‘die was zeker geldig’, ‘je weet toch hoe die vent is’, en ‘zet het maar van je af’, hebben niet het gewenste effect. Ik moet een besluit nemen om er overheen te kunnen stappen. Dat doe ik ter plekke. Dit is mijn laatste wedstrijd in Roermond, en ik lever tevens al mijn jury-bevoegdheden in. Met zo’n collega wil ik absoluut niet op dezelfde lijst staan. Natuurlijk blijf ik lid. Want ik weet zeker hoe Douwe Smit hierop gereageerd zou hebben. Ik dacht nog even zijn zware stem boos te horen bulderen door de kalende herfstbomen. En Swift Atletiek is en blijft een geweldige en echte atletiekvereniging. Ik geniet daar al jaren van de bruisende atletiek-activiteiten. En al hoeft het niet meer van de Atletiekunie, ik draag met trots het clubtenue. En die ene klojo is immers niet Swift, die staat er alleen voor eigen eer en glorie. En dat die daarmee heel veel kapot maakt, zal nooit landen bij zo’n onbenullig secreet.
Hèhè, dat lucht op. Mijn eigen deelname zet ik de rest van de wedstrijd op een laag pitje en ik beperk me tot simpelweg wat standworpjes. Ik wil potdomme genieten van mijn atletiek. Ik ga onze pupillen van Scopias Atletiek volgen, de meiden doen het geweldig. Samen met Jan en Frans kijken we naar hun verrichtingen en ik vraag hen advies waar we nog aan kunnen werken. Bij het kogelstoten doet ene Jorinde van Klinken (Groningen Atletiek) mee bij de meisjes B. Wat een topper, wat een leuke atlete. Mijn atletiekhart huppelt weer van genot in mijn ouwe borstkast. Jorinde bereidt zich voor op haar vijfde poging. Zij strekt haar linkerarm omhoog, buigt voorover, schuift recht naar achteren en stoot majestueus kaarsrecht en vlijmscherp weg. Ze voelt het meteen, dit was een goeie. De jury meet 19.88 meter, de derde wereldprestatie ooit bij de meisjes B. Jorinde komt bij het horen van haar afstand weer 70 centimeter los van de grond van blijdschap. Die moet ook verrekte goed kunnen hoogspringen. Ik voel mijn hart kloppen in mijn keel, ik voel een traan opkomen in mijn ogen. Geweldig om dat mee te maken. Natuurlijk ben ik ook trots op Denice, Jill en Thika die het ook heel goed doen. Maar dit is atletiek van een andere planeet, zooo mooi.

Daar tussen zie ik een jongeman voor de zoveelste keer zijn kogel echt gooien in plaats van stoten. Een moeder naast me mompelt: ‘dat ze dat niet zien’. Een meisje valt uit de ring, de jury snelt toe om haar rechtop te helpen, maar de stoot is wel geldig. 

Een scheidsrechter trekt zijn groene band heel trots recht en laat het allemaal gebeuren. Zijn punt is immers gemaakt, hij heeft toch al gescoord vandaag.